In Tempore Belli: Tussen Kerst en krijgsgewoel

Recensie kerstconcert van het Leuvens Universitair Koor

17 December 2017
Recensie
Auteur(s): Elias Van Dyck
Onder de titel In Tempore Belli verenigde het jaarlijkse Kerstconcert van het LUK traditionele kerstgezangen met een hommage aan de slachtoffers van het oorlogsgeweld.

Voor het kerstconcert van het Leuvens Universitair Koor (LUK) werd dit jaar verzamelen geblazen in de O.L.V.-van-Troostkerk in Heverlee. Ze kozen deze neoromaanse ruimte om hun steentje bij te dragen aan de herdenking van 100 jaar Wereldoorlog I die in cultuurminnend België de laatste jaren alomtegenwoordig lijkt – terecht uiteraard. In Tempore Belli verenigde muziek die ontstond tijdens de Groote Oorlog, Wereldoorlog II en het interbellum. Zoltán Kodály’s indrukwekkende ‘Missa In Tempore Belli’ vormde het pièce de résistance van de avond.

Autour de Van Nuffel

Met vier composities was Jules Van Nuffel het ruimst vertegenwoordigd in het programma. Dirigent Koen Vits is een vurig pleitbezorger van de muziek van deze Vlaamse componist die tijdens de oorlogsjaren aan de wieg stond van het Mechelse Sint-Romboutskoor. Na de traditionele gezongen intrede hief het koor Van Nuffels ‘Voce Mea’ aan. Van Nuffel respecteert de oorspronkelijke antifonale structuur van de psalmodie: mannen en vrouwen zingen afwisselend een vers. Slechts op enkele plaatsen komt het voltallige koor samen. Ondanks enkele aarzelende inzetten was de affiniteit die de zangers van het LUK voor deze muziek voelen meteen duidelijk en de grote climaxen misten hun effect niet.

De drie andere composities van Van Nuffel legden facetten van zijn oeuvre bloot die minder uitgesproken naar voor komen in zijn monumentale psalmen. ‘Ave Maria’ – in een door Koen Vits herontdekte versie met orgel – leek voorbij nog voor het goed en wel begonnen was. In ‘Laet ons met herten reyne’ toonden de mannen van het LUK dat ook een dansje op tijd en stond monseigneur Van Nuffel niet vreemd was. ‘Kerstlied – Vredelied’ tot slot sloeg mooi de brug tussen de idyllische kerstsfeer en de kwellingen van de oorlog.

'Pastorales als deze lijken enkel uit de pen van een Engelsman te kunnen vloeien'

Op Lodewijk De Vochts zetting van de Vlaamse kerstklassieker ‘De herdekens lagen bij nachte’ na vertoefden we de rest van het eerste deel in Groot-Brittannië. Van Peter Warlock, een van de vele bij ons onbekende meesters van de zogenaamde English Musical Renaissance, zong het koor het prachtige ‘Bethlehem Down’. Het was, wat ons betreft, een eerste hoogtepunt van de avond. Pastorales als deze lijken enkel uit de pen van een Engelsman te kunnen vloeien. Benjamin Brittens ‘A New Year Carol’ en Harold Darkes ‘In The Bleak Midwinter’ vormen pijlers van het Britse carolrepertoire en konden in deze context niet ontbreken.

Van de getergde wanhoopskreten in ‘Voce Mea’ tot de innige charme van ‘The Bleak Midwinter’: het eerste en laatste stuk van deze concerthelft hadden nauwelijks meer kunnen verschillen. Het moet gezegd dat dit spagaat geen enkel probleem vormde voor het LUK dat over de gehele lijn op hoog niveau acteerde, met een mooie, homogene samenklank. Enkel de tekstverstaanbaarheid liet hier en daar wat te wensen over. Vooral in de Engelstalige nummers had de dictie iets geprononceerder gemogen, maar er zijn slechts weinig koren die zich niet op dit schoonheidsfoutje laten betrappen.

Ite missa est

Na de pauze stond er nog slechts één werk op het menu: de ‘Missa Brevis (In Tempore Belli)’ van Zoltán Kodály. De ontstaansgeschiedenis van dit werk is onlosmakelijk verbonden met het oorlogsleed. Kodály voltooide de eerste versie (voor orgel solo) in 1942. Twee jaar later had hij daar een koor aan toegevoegd. In deze gedaante ging de partituur in het door de Sovjets belegerde Budapest in première en stond ze dit semester op de pupiters van het Leuvens Universitair Koor. Dit leerden we in het lijvige programmaboekje, waarvan het literaire niveau helaas niet kon tippen aan dat van de muziek. Over stijl kan getwist worden, maar grammaticaal correcte zinnen lijken ons een absoluut minimum.

'Het 'crucifixus' was een moment van grote verstilling en schoonheid'

Het LUK navigeerde de vele plotse overgangen met verve. Met name het ‘crucifixus’ was een moment van grote verstilling en schoonheid. Naarmate het concert vorderde leken de vermoeidheid en het zware programma hun tol te eisen. De hoogste noten in sopraan en tenor begonnen wat genepen te klinken en enkele climaxen hadden naar ons gevoel wat meer impact mogen hebben. Ook de tekstuitspraak bleef af en toe een manco. Zo viel van bij het begin onenigheid op over de uitspraak van het woord Kyrie. De tenoren opteerden voor Kyrié, de alten en bassen hielden het op Kyriè. Jammer.

De oorsprong van het werk als een orgelmis laat zich het duidelijkst voelen in de twee orgelsoli (‘Introïtus’ en ‘Ite missa est’) die de zes traditionele delen van het misordinarium flankeren. Hier kon organist Peter Jeurissen – die zich voor de pauze voornamelijk had beperkt tot een begeleidende rol – alle registers opentrekken. Jammer genoeg bleef hij niet geheel foutloos. Door een zekere ritmische instabiliteit kwam de voortschrijdende ritmiek van Kodály’s muziek niet geheel tot zijn recht. In het begeleiden van het koor leverde Jeurissen wel uitstekend werk.

Met alweer een zeer puike totaalprestatie toonde het LUK dat het zich met recht en rede tot de betere amateurkoren van ons land mag rekenen. Enkele dapperen namen ook de korte solopartijen voor hun rekening. Ze kweten zich met grote bezieling van hun taak. Men kan van deze ongeschoolde stemmen uiteraard niet dezelfde vocale perfectie verwachten die men van professionele zangers zou eisen, maar hun zichtbare toewijding zorgde misschien juist voor een meer authentieke expressie. Na deze intense muzikale ervaring mochten alle remmen nog even los met een heerlijk aanstekelijk ‘We Wish You a Merry Christmas’ die bij alle aanwezigen een brede glimlach tevoorschijn toverde.

In Tempore Belli van het Leuvens Universitair Koor o.l.v. Koen Vits met Peter Jeurissen (orgel) is nog te bekijken op maandag 18 december om 20:15 in de St.-Romboutskathedraal in Mechelen.