In de marge: het luisterend oor

Vrijwilliger bij Tele-Onthaal of de Zelfmoordlijn

26 October 2017
Reportage
Auteur(s): Tom Dinneweth
Wie worstelt met problemen of gewoon op zoek is naar een luisterend oor kan terecht bij Tele-Onthaal. Bij zelfmoordgedachten is er de Zelfmoordlijn. Maar wie zijn de stemmen aan de overkant?

Om dat te weten te komen spreken we kort met enkele studenten die op vrijwillige basis maandelijks enkele uren vrijmaken om de hoorn op te nemen. ‘Je gaat normaal een keer of drie per maand naar daar, waarvan één nacht. Maar één nacht op een maand valt wel mee. De andere twee momenten zijn zogenaamde permanenties, die een uur of vier duren’, vertelt Marie. Die cijfers worden bevestigd door haar collega, Tess*.

Beiden getuigen anoniem - elk gesprek met Tele-Onthaal is namelijk puur vertrouwelijk. Het is dus niet de bedoeling dat anonieme bellers stukken uit een eigen gesprek herkennen. Zowel Marie als Tess is nog student; allebei werden ze tijdens de les gerekruteerd door Tele-Onthaal. ‘Ik studeer zelf psychologie’, zegt Marie. ‘Het sprak mij wel aan om in de praktijk een goede daad te doen’.

De vriendelijke babbel

In principe kan iedereen zich opgeven om bij Tele-Onthaal aan de slag te gaan. De enige vereiste is een aanvullende vormingsperiode. ‘Een viertal maanden duurt die’, zegt Tess. Om de twee à drie weken kom je samen om wat uitleg te krijgen over hoe je een gesprek moet voeren, welke problematieken er naar voor komen, enzovoort’.

Daarna is de vrijwilliger klaar om, welja, wat precies te doen? ‘Eigenlijk doe je niet veel naast er gewoon zijn. Er wordt ook niet altijd veel inbreng van je verwacht in een gesprek’, aldus Tess. ‘Tele-Onthaal is eigenlijk zowel voor mensen die in nood zitten als mensen die niet in nood zitten’, vult Marie aan. ‘Eigenlijk iedereen die nood heeft aan een babbel. We kunnen misschien niet altijd een oplossing bieden, maar we kunnen wel luisteren op die manier dat ze zich achteraf beter voelen’.

In de praktijk krijgen zowel Marie als Tess heel uiteenlopende bellers aan de lijn. ‘Soms belt eens iemand met een negatief verhaal, maar vaak zijn het gewoon dingen waarin je jezelf herkent. De mensen in kwestie hebben vaak gewoon geen netwerk om dergelijke zaken aan te vertellen’, vertelt Marie.

Sommige gesprekken zijn ook gewoon heel luchtig. ‘Er belde eens een oude vrouw bij wie de elektriciteit was uitgevallen’, herinnert Tess zich. ‘Probleem was dat ze een elektrische alarmklok had, en die was uitgevallen, dus belde ze even om te weten hoe laat het was, zodat ze die opnieuw kon instellen. Ik ben het ook al wat gewoon geworden dat mensen liedjes zingen of gedichten voorlezen. In het begin voelde dat wat vreemd aan, maar nu al lang niet meer. Je norm van wat normaal is verandert wel.’

Indien een beller naar voren komt met een bepaald probleem, nemen Marie en Tess een begeleidende functie op. ‘Alle inbreng wordt eigenlijk van de beller zelf verwacht. Je mag wel een klein beetje sturen, maar uiteindelijk is het de bedoeling dat die persoon zelf tot een oplossing komt’, legt Tess uit. ‘Gewoon wat bevestiging is al heel erg belangrijk’.

De juiste stem

Even later hebben we ook Arne* aan de lijn - een jongen met een warme, autoritaire stem, die eveneens anoniem getuigt. Arne is vrijwilliger bij de Zelfmoordlijn - de ‘laatste hulplijn’ voor mensen die kampen met zelfmoordgedachten. Net als Marie en Tess heeft hij een opleiding achter de rug, zij het een iets intensievere. ‘Eerst moet je een lange vragenlijst invullen. Daarna kom je op gesprek en moet je nog een vorming doorlopen van een acht à tien sessies’.

‘Ik haal er meer uit dan ik er in steek’

‘Gemiddeld probeer ik zo’n twaalf uur per maand aan de lijn te zitten, maar het varieert heel erg’, vertelt Arne. Daarnaast is hij ook actief op de andere media van de Zelfmoordlijn, met name de chat en de mailbox. ‘Er zijn drie basishoudingen die van belang zijn in elk gesprek dat ik voer: openheid, empathie en onvoorwaardelijke aanvaarding’, zegt Arne. ‘Je moet met andere woorden jezelf zijn, maar je ook echt verplaatsen in mensen - zo goed mogelijk vanuit zijn of haar ervaring proberen meedenken. Je gaat ook niet oordelen over het feit dat iemand zelfmoordgedachten heeft, maar je probeert te begrijpen waar die vandaan komen.’

Of Arne het soms lastig vindt om zich op te laden? ‘Het is zeker moeilijk; je kan niet zomaar op eender welk moment die lijn beantwoorden. Ik moet echt eerst even mijn hoofd kunnen leegmaken voor ik eraan begin. Anderzijds heb ik wel het gevoel dat ik mij emotioneel vrij goed los kan maken van een gesprek achteraf. Uiteindelijk ben jij de laatste hulplijn, en als het dan toch misloopt, is het niet zo dat het jouw schuld is.’

‘Al hangt het ook af van gesprek tot gesprek. Soms heb je ook jonge meisjes aan de lijn, die vaak misbruikt zijn of verschrikkelijke verhalen hebben, en daar kan ik dan nog wel even mee zitten.’

In de meeste gevallen weet Arne ook niet wat er gebeurt nadat zijn gesprekspartner de hoorn neerlegt. ‘Ook al zeggen ze ‘ik ga het doen’, dan nog kan het zijn dat ze twee weken later opnieuw aan de lijn komen’.

Een verschil maken

Waar zowel Marie, Tess en Arne het over eens zijn, is het gevoel van voldoening na een sessie belwerk. ‘Ik haal er meer uit dan ik er in steek’, vat Tess samen. ‘Dat merk ik ook wel bij alle vrijwilligers’, zegt Arne. ‘Allemaal vinden ze het heel betekenisvol om te doen’. Zowel Tele-Onthaal als de Zelfmoordlijn zoeken permanent vrijwilligers. Een caveat misschien: ‘het is wel een redelijk groot engagement. Begin er dus zeker niet al te lichtzinnig aan’, aldus Arne.

De Zelfmoordlijn is te bereiken op het nummer 1813 of via www.zelfmoordlijn.be.