Hoger Instituut voor Wijsbegeerte schrapt vijf minoropleidingen

Fysica, taal- en letterkunde, economie, theologie en rechten niet langer apart traject

12 februari 2019
Artikel
Het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte schrapt vijf van zijn negen minoren in de bacheloropleiding. De decaan spreekt van ‘organisatorische onhoudbaarheid’.

Studenten die dit jaar begonnen aan de Nederlandstalige bachelor wijsbegeerte, zijn de laatsten om de keuze te hebben tussen negen minoren. Voortaan is het pakket teruggeschroefd tot psychologie, geschiedenis en pol&soc (waarbij politiek en sociologie tot één minor worden herleid), naast de algemene optie liberal arts, die behouden blijft.

Organistorische soep

Sinds jaar en dag is de bacheloropleiding wijsbegeerte aan de KU Leuven gekenmerkt door een sterk uitgewerkt minorensysteem, waarbij de student de keuze heeft om een derde van zijn vakken aan een andere faculteit te volgen. Op korte tijd kunnen filosofiestudenten zo ook doorstromen naar masteropleidingen aan andere faculteiten. Die diepgaande en ernstige interactie met een andere wetenschapstak vormt voor decaan Gerd Van Riel ‘het basisuitgangspunt van de filosofieopleiding’.

‘We moeten ons afvragen of de structuur van onze programma's nog toelaat dat we opties aanhouden waar de laatste vijf jaren slechts een handvol studenten voor kozen’

Gerd Van Riel, Decaan Hoger Instituut voor Wijsbegeerte

Met de jaren bleek het programma zoals het aanvankelijk werd opgezet onhoudbaar: ‘Toen de structuur is opgezet, ging die uit van een bepaald vakkenpakket per optie en een plaatsing van al die vakken in een programma per week. Van zodra daar veranderingen in kwamen, bijvoorbeeld door programmawijzigingen aan andere faculteiten, werd de situatie telkens complexer, tot we uiteindelijk de problemen niet meer opgelost kregen.’

Zo is men in de wetenschappen met blokonderwijs begonnen, en begonnen andere opleidingen ook vakken in de avonduren te programmeren, terwijl die aanvankelijk voor de filosofische plichtvakken moesten worden gebruikt omdat alle uren overdag bezet waren door plichtvakken van de minoren.

Handvol studenten in vijf jaar

Daarnaast werden sommige minoren zo weinig gekozen dat een verderzetting haast absurd leek: ‘We moeten ons afvragen of de structuur van onze programma's nog toelaat dat we opties aanhouden waar de laatste vijf jaren slechts een handvol studenten voor kozen’, aldus Van Riel. Vertrekkend van de organisatorische onhoudbaarheid, werden die minoren het eerste mikpunt voor een reductie: ‘Daarbij is het argument van de kwantiteit van de studentenaantallen die kiezen voor die opties als eerste gebruikt om als overgangsmaatregel, in afwachting van de hervorming, het aantal opties te reduceren.’

Want hoewel de decaan instemt dat deze keuze ook een verlies impliceert, kan men een niet-standaardoplossing niet structureel in het programma inbouwen. ‘Ik vind dat we ons als faculteit niet kunnen permitteren om aan de studenten te zeggen: hier is een programma dat zo complex is dat er noodzakelijk overlap is, en zoek het nu maar zelf uit.’ Het is precies omdat men de interactie belangrijk vindt, dat men wil zorgen dat het organiseerbaar blijft. 

Van Riel beklemtoont ook dat de hervorming niet is ingegeven door besparingsmotieven: 'de verplichte zestig studiepunten aan niet-filosofische vakken is een kostprijs die we hoe dan ook moeten betalen, wat ook de minoren zijn. En ik denk dat de hervorming ons uiteindelijk meer zal kosten dan het huidige programma.'

NFK

Studentenkring NFK zegt begrip te hebben voor de noodzakelijkheid van dat hervormingsverhaal, aldus praeses Rik Ouwerkerk: ‘Aan de faculteit was ontevredenheid over hoe het systeem werkt: bepaalde minoren functioneren niet of hebben slechte begeleiding. Veel studenten ronden de minor niet af en komen in de liberal arts terecht, waar je wel van alles kunt proeven, maar niet echt een keuze maakt.’

‘Het minorensysteem is de grootste aantrekkingskracht voor onze specifieke opleiding, het is jammer dat er zo radicaal verminderd wordt'

Rik Ouwerkerk, Preses NFK

Toch zijn ze niet helemaal opgezet met de beslissing zoals die nu is genomen: ‘Het minorensysteem is de grootste aantrekkingskracht voor onze specifieke opleiding, het is jammer dat er zo radicaal verminderd wordt.’ Voor hen is de manier waarop te werk is gegaan te drastisch: ‘Het is overdreven om richtingen die prima functioneren, zoals taal- en letterkunde, radicaal te annuleren. Er zijn zeker een hoop opties die functioneren en waar het een gemis is om dat zomaar te laten verdwijnen. Dat hebben we gezegd, maar daar hebben ze niet naar geluisterd.’

Arbitraire keuze

Ze stellen zich ook de vraag: waarom nu? Volgens Ouwerkerk kan dat te maken hebben met de vele hervormingen die er aankomen en besproken worden om onderwijs actiever te maken. Maar volgens de decaan is er geen druppel die de emmer doet overlopen: ‘Het zat er al jaren aan te komen dat dit onhoudbaar was en dat er een programmawijziging moest komen. We hadden dat twee jaar geleden kunnen doen, we hadden het ook nog twee jaar kunnen uitstellen.’

NFK spreekt ook van een arbitraire keuze: ‘Wij zien geen heel duidelijk argument voor hoeveel en welke minoren uiteindelijk geschrapt zijn.’ De decaan bevestigt dat er geen kwalitatief criterium is om precies deze opties te schrappen. Maar hij wenst te nuanceren: 'De helft betekent niet de helft van de studenten. In totaal ging het om een vijfde van de studenten die de geschrapte minoren volgden. Bovendien worden die minoren enkel geschrapt voor nieuwe inschrijvingen; wie er al aan begonnen is, zal in de komende vier jaar het ganse traject kunnen afwerken.’ 

Engelstalig programma biedt soelaas

Terwijl ze een reductie doorvoeren in het Nederlandstalig programma, heeft de faculteit opmerkelijk genoeg plannen om opties in te voeren in het Engelstalig programma, waar de minorenstructuur vandaag nog niet bestaat. Van Riel licht toe: ‘Het plan is om minstens drie vakspecifieke opties voor het internationaal programma in te voeren, waardoor de reductie van het aantal minoren voor een groot deel gecompenseerd wordt. In principe kan een Nederlandstalige student zich ook in het Engelstalig programma inschrijven.’ In deze eerste brainstormfase zou het gaan om theology/religious studies, educational sciences en liberal arts.

'Door het invoeren van de minores in het Engelstalig programma maken we komaf met de de facto ongelijkheid zoals die nu bestaat tussen studenten die wel eenzelfde diploma krijgen'

Gerd Van Riel, decaan

Voor Van Riel is dat geen evolutie naar een verengelsing: ‘Het is niet zo dat we de twee programma’s in elkaar gaan duwen. Maar door het invoeren van de minores in het Engelstalig programma zoals die bestonden in het Nederlandstalig programma, maken we komaf met de de facto ongelijkheid zoals die nu bestaat tussen studenten die wel eenzelfde diploma krijgen. Het biedt bovendien aanvullende of andere opties dan het Nederlandstalig programma. Nederlandstalige studenten zouden in principe ook voor het Internationaal programma kunnen kiezen, als ze één van die opties interessanter vinden; maar daar zijn ze uiteraard niet toe verplicht.’

Een volwaardige combinatie tussen theologie en filosofie is dan wel enkel in het Engelstalig programma beschikbaar. De keuze is er dus, maar als je de optie (die je tot nu in het Nederlands kon volgen) voortaan nog wil doen, is Engels de enige optie. Met het argument van het naar elkaar toe brengen van beide programma's, is het opmerkelijk dat men wel kiest voor andere opties en bijgevolg voor de beschikbaarheid van bepaalde vakken in slechts één taal.

Neuzen in één richting

Aangezien de beslissing is genomen door de facultaire raad en het schrappen van de minoren al vanaf volgend jaar in werking treedt, is NFK gedwongen haar kritiek op andere manieren uit te oefenen: ‘Actie vanuit ons zou op de lange termijn zijn, de korte termijn kanalen zijn helaas al afgesneden.’ Over de uitwerking is de discussie nog wel gaande.

De banden met de faculteiten worden niet doorgesneden, aldus Van Riel: ‘In liberal arts worden die domeinen opgevist, zodat we tot een programma komen waar de studenten de belangrijkste vakken uit de verschillende disciplines combineren, op een manier die organisatorisch mogelijk is.’ Zo wordt er gedacht aan inleidingen in het recht en de sociologie, statistiek, hedendaagse Europese politiek of andere vakken. Ook het inrichten van nieuwe niet-filosofische vakken, toegespitst op een publiek van filosofen (of van alle humane wetenschappers), behoort tot de mogelijkheden.

De beslissing wordt geëvalueerd, maar de decaan is er gerust in dat de neuzen in dezelfde richting staan en niet meteen zullen keren. ‘Moest er echt grote vraag komen van studenten om ook iets anders te leveren, dan bekijken we dat.’