Hoe win je een rectorverkiezing aan de KU Leuven? Een kleine geschiedenis

House of Cards op hoog academisch niveau?

30 april 2017
Longread
Hoe win je een rectorverkiezing aan de KU Leuven? Een duik in de geschiedenis kan helpen. Over valse beloftes en geheime afspraken, maar ook: een zittende rector is nog nooit verslagen.

Vóór de splitsing van de universiteit in ‘68 werden rectoren aangesteld, en niet verkozen. Het was ook nog steeds de Inrichtende Overheid, het clubje katholieke bisschoppen, dat medicus Pieter De Somer als rector van de Nederlandstalige universiteit aanstelde.

De eerste verkiezingen van de moderne universiteit vinden plaats in 1971. ‘Er is een sterk verlangen bij de nieuwe academische overheid om aan de rector een nieuwe legitimiteit te geven’, zegt Jo Tollebeek, gewoon hoogleraar en redacteur van De Stad op de Berg, een geschiedenis van de KU Leuven tussen 1968 en 2005.

‘Pieter De Somer wil snel afstand nemen van de ‘oude’ universiteit. Hij vindt dat de rectorverkiezingen en zijn eigen positie als rector los moeten staan van de bisschoppen’, duidt Tollebeek. Dit verlangen naar meer legitimiteit vindt ook plaats middenin een brede democratiseringsbeweging, die ook de KU Leuven bereikt. Vooral het gezag van de bisschoppen is dus kop van jut.

Piet De Somer: veelvuldig winnaar

In ‘71 is De Somer de enige kandidaat om zichzelf op te volgen. ‘In zekere zin is dat de bevestiging rond de persoon De Somer, waar een grote consensus rond is gegroeid’, vindt Tollebeek. ‘De Somer verdedigt de universiteit ten aanzien van de Kerk en en de politieke overheid, die men te veel bemoeienis verwijt. Hij verpersoonlijkt dat verzet.’

Vijf jaar later, in 1976, dreigt eenzelfde scenario: niemand lijkt de zittende rector te willen uitdagen. De Vereniging van Vlaamse professoren (VVPL) trekt aan de alarmbel: ‘De algemeen geuite wens, dat deze keer de verkiezing van een rector voor de Katholieke Universiteit Leuven niet nog eens met slechts één kandidaat zou verlopen (...) schijnt moeilijk of niet in vervulling te gaan. Naast een zekere lethargie bestaat er blijkbaar ook een wijdverbreide ‘agorafobie’.’

Genoeg voor de VVPL om in actie te schieten. In de open brief roept het bestuur iedereen op om kandidaten te ‘nomineren’. Bij de brief hoort een uitscheurbiljet met: ‘Ik meen dat volgende hoogleraren voor de aangegeven funkties in aanmerking komen’, met daarop ruimte om een rector of vicerector te nomineren.

Uiteindelijk wordt De Somer toch uitgedaagd door twee andere professoren. De Somer mijdt elke kiesstrijd en heeft zelfs een tweede ronde nodig om verkozen te worden. Als Veto aan De Somer vraagt waarom hij geen verkiezingsprogramma heeft, antwoordt die droog dat ‘ik mijn persoonlijke ideeën over universitair onderwijs, numerus clausus, wetenschappelijk onderzoek e.d. herhaaldelijk heb uiteengezet o.a. in mijn openingsredes bij het begin van ieder nieuw academiejaar.’

Toch zijn de verkiezingen van ‘76 de eerste échte rectorverkiezingen die de universiteit kent, die De Somer overigens duidelijk wint. Opvallend: de kandidaat-rectoren kunnen zich alleen kandidaat stellen als ze genoeg handtekeningen van stemgerechtigden verzamelen. Dit geldt als een soort ‘eerste ronde’.

Het systeem van handtekeningen kan dan ook - niet verwonderlijk - op sterke kritiek rekenen van De Somers concurrenten. De lijst met handtekeningen wordt zelfs gepubliceerd. ‘Door dit bekend te maken poogt men de vrije wil en het geheime van de stemming te beïnvloeden’, vindt kandidaat Eugeen Roosens. ‘Nu gaat men dat alles pogen te beïnvloeden door een publikatie van een massieve lijst handtekeningen, behaald door personen die nu aan de macht zijn. En dat vind ik een komplete koehandel. Want men denkt cynischerwijze dat ons universitair publiek te dom is om dat te doorzien. Maar ik ben op tientallen mensen gestoten, inklusief dekanen, die geschandaliseerd zijn.’

'Probeer, professoren, minder te spreken, er bestaan ook boeken. (..) Laat de studenten liefst zelf uitmaken of wat je zegt nou klópt of niet, geef ze daarvoor de tijd en ga dat eens meten als examen'

Eugeen Roosens, kandidaat-rector 1981

Volgens Tollebeek is het systeem met handtekeningen evenwel niet uitzonderlijk. ‘Dat systeem bestond niet alleen aan de universiteit: als je je kandidaat in de politiek wilt stellen, heb je dat ook vaak nodig. Dat is niet zo’n ongebruikelijk principe. Het gaat uit van de gedachte: je moet iemand hebben die tenminste door een deel van de universiteit gedragen wordt.’

In 1981 zijn er maar liefst zes kandidaten, inclusief … Pieter De Somer! De Somer is op dat moment al 13 jaar rector. Saillant detail: de verwachting van de academische gemeenschap was dat De Somer zich niét kandidaat zou stellen. Hij koesterde plannen voor een wereldreis en had een soort opvolger naar voren geschoven, jurist Walter Van Gerven. De Somer stelt zich, mede ingegeven door een economische crisis waarin hij zich als veteraan de beste stuurman acht, toch kandidaat.

Dat hij met vijf concurrenten heeft af te rekenen, heeft volgens Tollebeek te maken met de uitholling van het gezag van De Somer. ‘Uiteindelijk moest hij gaan besturen en beslissingen nemen die niet meer door iedereen werden gedragen. In ‘76 waren de twee concurrenten onderdeel van een soort normale democratisering. In ‘81 zie je mensen denken: is het nu niet te lang? Is de De Somer niet te veel incrowd geworden? De vraag rijst of een derde herverkiezing niet te ver van de transparantie staat die in de jaren 70 beloofd is.’

De verkiezing van ‘81 wordt gezien als een harde strijd. Een van de grote verkiezingsthema’s is de toegenomen werkdruk voor studenten en de lage slaagcijfers in het eerste jaar. Volgens onderzoek van Veto steeg tussen ‘62 en ‘71 het aantal semesteruren met gemiddeld 4,3 uur, in de eerste jaren van de 2e cyclus met 3,3 uren. '[...] Dat wil zeggen dat de stof over 12 à 16 jaar bijna met de helft (en soms aanzienlijk meer) is toegenomen.’

Roosens, de 'linkse' antropoloog die de lieveling van de studenten is, speelt daar handig op in met deze sappige quote: ‘Door het objektieve aangroeien van de stof zelf is men gekomen tot een zeer omvangrijke stof, die dan in de studenten wordt ingegoten, tot op de bovenste lijn. Kan niet voller. En dan krijgt ge in juni-juli, met een beetje verbeelding, en ik excuseer me voor de figuur, een soort gigantische, kollektieve diarrhee, waar je niet weet wat er nou nog in dat lichaam overgebleven is aan voedingselementen. (..) Ik denk dat dat geldt voor een zeer hoog percentage van wat wij hier doen. (..) Probeer, professoren, minder te spreken, er bestaan ook boeken. (..) Laat de studenten liefst zelf uitmaken of wat je zegt nou klópt of niet, geef ze daarvoor de tijd en ga dat eens meten als examen.’

De ‘Slag om Leuven’ van ‘81 is spannend. Enerzijds heerst er een duidelijke De Somer-moeheid. ‘Indien P. De Somer een boom was’, schrijft Veto, ‘en je zou hem doorzagen, dan zou je aan zijn jaarringen het wel en wee van de universiteit kunnen aflezen. Je kijkt op zijn karrière terug en het blijft je verbazen hoe iemand door zoveel hervormingen heen aan het hoofd van ons bedrijf is blijven staan. En daar zit hem dan ook het probleem van de komende verkiezingen. Een eventuele derde ambtstermijn van rektor De Somer is de voortzetting van de huidige gang van zaken. Zonder meer. Of zoals De Somer zelf zegt : "mijn profiel is bekend”.’

De eerste ronde komen De Somer (202 stemmen), Roosens (198) en Van Gerven (137) als winnaars uit de bus. Van Gerven valt af en net als vijf jaar eerder komt het neer op een tweestrijd De Somer-Roosens. De Somer wint.

Volgens Jo Tollebeek was de derde ambtstermijn van De Somer er één te veel. ‘Het was duidelijk dat het beleid aan kracht verloor’, schrijft Tollebeek in De Stad op de Berg. ‘Hij raakte bovendien door ziekte ondermijnd.’ In juni 1985 sterft hij, zodat de rectorverkiezingen vervroegd worden.

Wat na De Somer? Dillemans springt in leegte

Wie vult de gigantische erfenis van De Somer in? De campagne in 1985 wordt gevoerd tussen vier kandidaat-rectoren. Veel campagne is er niet. Een van de kandidaten, Mark Debrock, weigert zelfs een interview met Veto, omdat dit volgens hem tegenstrijdig is met het reglement. ‘Deze verregaande inperking van de verkiezingsstrijd heeft alles te maken met de rektorverkiezingen van 1981’, schrijft Veto, ‘toen werd er een soms bitse strijd tussen de zes kandidaten gevoerd waarbij in ruime mate gebruik werd gemaakt van brochures en interviews, Deze kampagne had bij een aantal mensen, onder andere bij rektor De Somer, een wrange smaak nagelaten en een herhaling ervan wilde men ten allen prijze vermijden.’ Roger Dillemans was van 1978 tot 1981 decaan van de Rechtsfaculteit en topfavoriet. Uiteindelijk komt Dillemans als winnaar uit de bus.

Vijf jaar later, in 1990 is Dillemans de enige kandidaat. ‘Het geheel draait uit op een populariteitstest voor Dillemans’, staat in Veto te lezen. ‘Dat is spijtig, want er zijn genoeg hete hangijzers op universitair en nationaal nivo om een interessante diskussie los te weken binnen de KU Leuven. Misschien iets voor binnen vijf jaar?’

In het artikel ‘Hoe populair is Roger in 1990?’ peilt Veto de academische temperatuur. Waarom er geen andere kandidaten zijn? Dat lijkt onduidelijk. ‘Het is natuurlijk mogelijk dat alle voltijdse hoogleraren - want dat zijn de enigen die zich kandidaat mogen stellen - plots terug hun ivoren toren zijn ingedoken. Volgens enkele proffen die nauw bij het beleid betrokken zijn, ligt de oorzaak echter ook voor een deel bij Dillemans zelf. Dillemans zou tijdens zijn ambtsperiode zo aktief zijn geweest en zich zo sterk geprofileerd hebben dat dat mogelijke tegenkandidaten heeft afgeschrikt.’

Dillemans had zich vijf jaar lang zeer actief geprofileerd, ook in de media. ‘Het gezicht van de KUL is vandaag Dillemans, en niemand anders: hij werd voorzitter van de VLIR, hij 'won' de Europaprijs van de Kristen-Demokraten, hij lanceerde zijn rationalisatieplan, algemeen Plan Dillemans gedoopt. Dat was meteen de spektakulairste beleidsdaad van Dillemans.’ Het Plan Dillemans wilde het onderwijsaanbod rationaliseren, door onder andere vakken te schrappen, te reduceren of samen te voegen. Het plan kon op veel kritiek rekenen. Er werd hem ook een gebrek aan transparantie verweten. Uiteindelijk haalt de rector het met ongeveer drie vierde van de stemmen.

André Oosterlinck: controverse, toch herverkozen

Ook de rectorverkiezing in 1995 is hard en lang, en wordt beslecht door vier kandidaat-rectoren. André Oosterlinck was als vicerector Exacte Wetenschappen meteen de grote favoriet. Oosterlinck was jong (48) en presenteerde zich als een leider à la Américaine: ‘direct, wat onstuimig, zonder veel hinder van traditie’, aldus Tollebeek. Oosterlinck haalt het toch maar nipt van Emiel Lamberts in de tweede ronde, met 15 (!) stemmen verschil.

En ook in 2000 is de zittende rector de enige kandidaat, zoals dat tien jaar eerder het geval was. Dit plaatst de tweestrijd Rik Torfs-Luc Sels in perspectief, en verklaart waarom velen dachten dat ook nu ook Torfs de enige kandidaat zou zijn.

Vijf jaar Oosterlinck waren vijf bewogen jaren. De rector profileert zich als harde manager. ‘André Oosterlinck komt uit de eksakte wetenschappen en was een van de weinige mei-68'ers die toen op hun kot zaten te blokken’, schrijft Veto.

De rector komt in de media soms stevig aanzetten. Zo verklaart hij op 23 april 1996 dat hij een toelatingseksamen voor alle studenten wil. ‘Zijn uitspraak zorgt binnenskamers voor grote onenigheid tussen de dekanen. Ook Loko staat op zijn kop’, evalueert Veto. Het rectoraat wordt zelfs bezet.

Dat Oosterlinck herkozen wordt met ‘maar’ 58%, bewijst dat zijn populariteit geen hoge toppen scheert

In 1996-1997 is er veel te doen: De studentenaantallen beginnen te dalen. 'Studenten zoeken een universiteit die dicht bij mama thuis ligt', schrijft Veto. 'Bovendien heeft de KU Leuven het imago moeilijker te zijn dan andere universiteiten. Oosterlinck en zijn ploeg reageren onmiddellijk. In januari wordt het voorstel gelanseerd om semestereksamens in te voeren, officieel ‘uit bezorgdheid over de moeilijke overgang van het sekundair onderwijs naar de universiteit’. Overbodig te zeggen dat de dieperliggende reden studentenwerving is.’

Oosterlinck voert, met hulp van consultancy McKinsey, een hervorming op Gasthuisberg door: onder het verplegend en administratief personeel sneuvelen tweehonderd voltijdse banen. Om maar te zeggen dat er veel gebeurt, in de periode Oosterlinck I.

Hetgeen dat het meest tegen de borst stoot, is evenwel Oosterlincks bestuursstijl, die als ondemocratisch wordt ervaren. Hij zou zich bedienen van ‘een soort canapé-politiek, waarin informele kontakten het belangrijkst zijn’. Dat Oosterlinck herkozen wordt met ‘maar’ 58%, bewijst dat zijn populariteit geen hoge toppen scheert.

Rik Torfs maakt zijn opwachting

In 2005 stelden vijf professoren zich kandidaat om rector-entrepeneur André Oosterlinck op te volgen. Buiten het feit dat de campagne eindeloos lijkt te duren - midden februari stellen de vijf zich kandidaat, eind mei wordt de rector verkozen - trekt de campagne buitengewoon veel media-aandacht. Eén van de factoren is ongetwijfeld de kandidaatstelling van … Rik Torfs.

De professor kerkelijk recht - toen ook al prominent mediafiguur - stelt zich samen met vier anderen kandidaat. Veto-hoofdredacteur Ben Deboeck schat de kansen in en heeft niet veel goeds voor Rik Torfs, nadat Gazet van Antwerpen Torfs als favoriet had aangeduid: ‘Laat één ding duidelijk zijn: Torfs maakt geen enkele kans en dat weet hij zelf maar al te goed, daar is hij intelligent genoeg voor. Maar wat wil hij dan wel bereiken met zijn kandidatuur?’

De mediarol die Torfs zich toen al toe-eigende wekt bij Deboeck de nodige scepsis op: ‘Het meest voor de hand liggend als reden voor Torfs’ opkomst is natuurlijk de extra media-aandacht die een kandidatuur met zich meebrengt. Torfs is momenteel al de meest gemediatiseerde prof en dat zal de komende maanden ongetwijfeld niet veranderen nu hij kandidaat-rector is. Niet dat tv-optredens een groot voordeel zijn in een verkiezing als die van rector. We zien het eerder als een nadeel. Naambekendheid is belangrijk, maar niet degene die Torfs heeft opgebouwd, wel de naambekendheid waarover bijvoorbeeld vicerector Marc Vervenne beschikt’, tekent Deboeck op.

‘De exacte beweegreden, dat blijft voorlopig Torfs’ geheim, elke maandag te bewonderen in de Laatste Show. Voorlopig tenminste, want als hij rector wordt, “geef ik mijn televisiecarrière op”. Daar waar andere kandidaten laten optekenen hun onderzoeks- en onderwijsopdrachten op een laag pitje te zetten. Het is veelzeggend.’ Harde woorden voor de rector in spe.

Marc Vervenne is duidelijk topfavoriet als vicerector Humane Wetenschappen. Vervenne was een gekend en geliefd figuur, met beleidservaring en de nodige contacten. Als lid van Oosterlincks beleidsploeg ontstond wel de kans dat net dié associatie te hard ging spelen: Oosterlincks populariteit staat in 2005 op een laag pitje.

Veto maakt een profiel op van elke kandidaat. Een sneer naar het erg mannelijke vijfkoppige kandidatengroepje kan niet ontbreken: ‘Laten we om te beginnen niet al te hypocriet doen en altijd de “hij”-vorm gebruiken. Vrouwelijke proffen met de rang “gewoon hoogleraar" zijn even zeldzaam in Leuven als rectorkandidaten op de Vetoredactie.’

Marc Vervenne wordt omschreven als ‘twijfelaar’. Het profiel van Rik Torfs (‘visje’), merkbaar kleiner dan de andere, leest bijzonder pijnlijk. ‘Tot slot is er uiteraard nog de bekendste rectorkandidaat van allemaal. Je weet wel: hij die eerst een visje uitwierp, daarna ten stelligste ontkende, en dan op het allerlaatste moment toch toehapte en het uitgebreid liet noteren in alle kranten. Rik Torfs. Op hem gaan we niet in, want over hem heb je je toch al lang een mening gevormd. En als je toch meer wil weten, lees dan maar de krant. Welke? Dat maakt niet zoveel uit.’

Eén van de redenen waarom de verkiezingen in 2005 zo gehypet worden, is natuurlijk ook omwille van de figuur André Oosterlinck. De rector himself heeft daar een eenvoudige verklaring voor: ‘Het feit dat de Leuvense rectorsverkiezingen zo verslagen worden door de pers betekent waarschijnlijk dat er voor hen maar één belangrijke universiteit is. De interesse die men heeft voor wat hier gebeurt, voor wat een rector hier zegt is groot. Een goede vriend en vroegere collega van een andere universiteit heeft me gezegd: “kijk André, dat is eigenlijk uw fout: er is zoveel interesse, want er bestaat maar één universiteit in de perceptie van velen”, terwijl Gent ongeveer even groot is als Leuven.’ Horen we daar een echo van … Rik Torfs?

Twee zaken springen er in de campagne uit en zijn ook rechtstreekse kritiek op het beleid van André Oosterlinck: de gebrekkige communicatie van het toenmalige rectoraat en het vermeende ’democratische deficit’ dat onder Oosterlinck zou zijn ontstaan. Kandidaat Hermans Nys omschrijft Oosterlincks manier van beslissingen nemen zelfs als ‘oligarchisch’.

'Torfs kwam verbaal beter over dan vorige week, veel minder ingeoefend, maar blijft in hetzelfde bedje ziek: hij kan niet concreet worden'

Veto

Na de bekendmaking van de programma’s wordt Veto trouwens een pak milder voor Rik Torfs: ‘Zelfs Torfs lijkt er meer en meer voor in aanmerking te komen. Tot nu toe werd hij als lolkandidaat versleten, maar toch leverde Torfs een sterker programma af dan verwacht. Aanvankelijk was hij zelfs niet van plan een programma te schrijven. De kritiek bij zijn persoon heeft daar blijkbaar verandering in gebracht.’

In de debatten komt Torfs er trouwens goed uit, de minder mondige Marc Vervenne is ‘niet gemaakt voor dit werk’ en kwam er dan ook niet goed uit. Na een eerste mak debat is het tweede debat een stuk scherper: zo krijgt Torfs kritiek nadat hij bekend maakte dat het loon van de professoren hoger moest. ‘Torfs kreeg op zijn beurt een veeg uit de pan van Nys die “vrijheid, blijheid voor het ZAP” suggereerde als titel voor Torfs’ programma (...) Volgens Torfs bevestigen toppolitici de situatie en kan een hogere vergoeding tot een surplus aan creativiteit leiden. Toen Tegenbos (de moderator, red.) erop doorging en wou weten hoeveel de lonen dan precies moesten stijgen, betrof het weer een “euh… al te simpele vraag”. Torfs kwam verbaal beter over dan vorige week, veel minder ingeoefend, maar blijft in hetzelfde bedje ziek: hij kan niet concreet worden.’

Na de eerste ronde vallen twee kandidaten af: Herman Nys en Bart De Moor. Vervenne haalde een mooie 30,5%, Rik Torfs een sterke 26,4%, de arts Marc Decramer 21,0%. Zeker de uitslag van Torfs wordt als erg verrassend aanzien. Nys maakt er na het uitvallen trouwens geen geheim van dat Marc Vervenne zijn voorkeur wegdraagt. Ook De Moor steunt Vervenne.

Vervenne scoort een sterke 42% in de tweede ronde, Rik Torfs 33%, waarmee Decramer geëlimineerd wordt. Een derde ronde maakt uit of Marc Vervenne of ‘lolkandidaat’ Rik Torfs rector zou worden.

Op 25 mei 2005 bericht Veto over een poging van Torfs om een coalitie te smeden: tussen de tweede en de derde ronde trachtte Rik Torfs een deal te sluiten met de afgevallen Marc Decramer. ‘Decramer en Torfs en mensen uit beider entourage zaten samen om, op voorstel van Torfs, een coalitie te smeden. Dit gebeurde vorige week op het advocatenkantoor Filip Dewallens en Partners in de Brouwersstraat. Dewallens is een studiegenoot van Torfs. Het voorstel van Torfs, die stemmen nodig had om zijn achterstand op Vervenne goed te maken, beoogde het volgende: Decramer moest er mee voor zorgen dat hij rector zou worden. In ruil daarvoor zou Torfs de helft van Decramers programma overnemen en wat meer is, Decramer en zijn ploeg zouden de helft van het Gemeenschappelijk Bureau (GeBu) mogen voordragen.’

Straf verhaal, zoveel is duidelijk. ‘Het is natuurlijk niet abnormaal dat kandidaten na het afvallen hun boontjes te week leggen bij een kandidaat die doorgaat’, schrijft Veto. ‘Op zich zijn dergelijke strategische manoeuvres (...) niet uitzonderlijk, maar het is wel uitzonderlijk als je Torfs' pleidooi voor transparantie en democratie in ogenschouw neemt. (...) Decramer ging, volgens onze bronnen, niet op het voorstel in. Decramer was evenwel niet beschikbaar voor commentaar bij het 'overleg'. Torfs ontkent alvast dat hij Decramer een voorstel heeft gedaan.’

Torfs had ook de studentenstem tegen: volgens Veto was ‘Rik Torfs steunen eigenlijk nooit aan de orde’ en was al vrij duidelijk dat Marc Vervenne de studentenstem bemachtigd had. Toenmalig voorzitter van de Kringraad Jeroen Vandromme legt uit: ‘Marc Vervenne maakte (...) geen goede beurt in de debatten. Een rector moet echter meer zijn dan iemand die goed overkomt bij het publiek. Hij moet in de eerste plaats iemand zijn die de universiteit samenhoudt, die na breed consulteren besluiten neemt, die tijd neemt om iedereen erbij te betrekken. Iemand die na een beslissing er dan ook op staat dat die beslissing loyaal wordt uitgevoerd. Dat is de rector waar wij voor willen gaan.’

Niettemin wordt de derde ronde een ware thriller: Marc Vervenne wordt tot rector verkozen met … 51%. Een verschil van amper 20 stemmen! Torfs stelt ‘niet slecht te hebben gepresteerd voor een schertskandidaat’. Hij beschouwt zichzelf als de morele winnaar: ‘Ik heb mijn ereschuld aan de universiteit afgelost. Ik heb nu mijn handen vrij om nieuwe, creatieve horizonten op te zoeken.’

Marc Vervenne: drama na vier jaar rectorschap

‘Theoloog leidt de universiteit tot 2013’, kopte Veto. Acht jaar lang? Vervenne was volgens het nieuwe kiessysteem acht jaar rector, met een interne evaluatie na vier jaar. Die evaluatie na vier jaar werd door velen als een formaliteit gezien.

Veto start op 6 oktober 2008 met een kritische evaluatie van de rector én de procedure. Hoofdredacteur Ken Lambeets schrijft in een Splinter: ‘In het huidige systeem ben je rector voor - laten we eerlijk zijn - acht jaar. De evaluatieprocedure is geënt op een positieve rectorsevaluatie. Stel iedere beleidsmens de vraag wat gebeurt er in geval van een negatief advies? - en het wordt bijzonder stil aan de overkant.’ De evaluatie in Veto hakt er hard in. ‘Op de hoogste onderwijsniveaus speelt Marc Vervenne geen rol van betekenis. Belangrijke dossiers worden niet onderhandeld door de rector’ of ‘gebrek aan profilering, inhoud en visie zijn de voornaamste punten van onvrede’. De laatste evaluatie kopt: ‘Een rector zonder gezag’.

En zo waar: op 3 december 2008 wordt Vervennes mandaat tegen alle verwachtingen in niet verlengd. Vervenne voldoet niet aan ‘het profiel van een rector’ en mag daarom geen vervolg breien aan zijn rectorschap. Er komt veel kritiek op het evaluatiesysteem, zoveel dat het gauw aan diggelen ligt. Een niet-verlenging van het Vervennes mandaat betekent natuurlijk ook: verkiezingen! Dan toch.

Vier professoren zijn kandidaat: Koen ‘Ik ben geen Oosterlinck-boy’ Geens, Bernard Himpens, Stefaan Poedts en Mark Waer. Volgens Veto zijn Waer en Geens favoriet.

Veto noemt de campagne ‘geanimeerd’. Poedts had weinig kans, hetzelfde gold voor de medicus Himpens: ‘(Himpens) zou door Geens gevraagd zijn om zich kandidaat te stellen voor het rectorsambt, een verhaal dat werd bevestigd vanuit een Vlaams kabinet.’ Himpens zou Gasthuisberg-stemmen bij Waer, eveneens medicus, moeten weghalen om zo de kans van Geens te vergroten.

'Je moet een herkenbaarheid hebben, een karakter zijn. Dat is net zoals in de politiek: politici die verkiezingen winnen, zijn mensen die een duidelijke en misschien ook verrassende herkenbaarheid hebben'

Jo Tollebeek, decaan faculteit Letteren

Dit verhaal wordt door Himpens en Geens met klem ontkend: ‘De bewering in een Leuvens studententijdschrift, Veto, dat de decaan van de faculteit geneeskunde, prof. Himpens, door mij gevraagd zou zijn zich kandidaat te stellen tegen collega Waer uit dezelfde faculteit is volledig uit de lucht gegrepen en lasterlijk. Deze poging tot manipulatie van de kiezer is ronduit beledigend, ook voor collega Himpens, en onze universitaire gemeenschap onwaardig’, aldus Geens.

De eerste ronde brengt weinig verrassing: Himpens en Poedts vallen af, Geens en Waer trekken naar de tweede ronde, al is duidelijk dat Waer favoriet was. Uiteindelijk wordt Waer verkozen met 54,5% van de stemmen. ‘Na een jurist, een ingenieur en een theoloog staat er na Pieter De Somer weer een medicus aan het hoofd van de K.U.Leuven. Benieuwd of de nieuwe rector een even legendarisch parcours zal kunnen afleggen’, besluit Veto.

Rik Torfs … dan toch!

Mark Waer laat weten geen tweede termijn te ambiëren. De rector wil weer onderzoek doen. In 2013 komen uiteindelijk vier kandidaten op. Drie kandidaten kwamen van de faculteit Ingenieurswetenschappen, die ook deel uit maken van de ploeg van Mark Waer. Tine Baelmans en Karen Maex doen voor een eerste keer mee, terwijl Bart De Moor eerder al eens opkwam, uitgerekend tegen Rik Torfs.

Torfs doet dus deze keer dan ook voor de tweede maal mee, en vormt als hoogleraar Kerkelijk Recht een buitenbeentje. Baelmans en De Moor zien zichzelf als underdog en schatten hun slaagkansen miniem in, terwijl Rik Torfs als ongeloofwaardig gezien wordt en Karen Maex als topfavoriet wordt beschouwd.

Reeds na de eerste gesprekken wordt duidelijk dat Torfs meedoet om te winnen, en het spel dan ook hiernaar speelt. Inhoudelijk zit zijn programma goed in elkaar. Met de ‘Universitas-gedachte’ slaagt hij erin een aanhang rond zich te verzamelen, net als met zijn ideeën rond het genderdebat en de publicatiedruk.

Toch lijkt het niet de inhoud van zijn programma die voor de overslag zorgt. Verkiezingen zijn altijd ook een strijd om populariteit. Degene met het meeste charisma en overtuigingskracht gaat vaak met de overwinning lopen. Torfs blijkt hierin de meester te zijn.

Er wordt weleens gezegd dat, wie de verkiezingen wil winnen, het ziekenhuis achter zich moet krijgen. In 2013 bevindt Gasthuisberg zich in een crisis. Vlak ervoor was er het ontslag van Johan Kips als gedelegeerd bestuurder. Een conflict in visie met de Raad van Bestuur zou aan de grondslag liggen hiervan. Daarnaast wil het ziekenhuis altijd zoveel mogelijk geld binnenhalen, ofwel voor het ziekenhuis zelf, ofwel voor de verloning van haar medewerkers. In een anekdote verhaalt iemand hoe een kandidaat geld belooft voor de werking van het ziekenhuis. Hetzelfde geld was echter in een vorig debat al beloofd aan de groep Humane Wetenschappen. Dergelijke beloftes zonder werkelijke slaagkansen blijken geen uitzondering te zijn.

Uit de eerste stemronde komen Karen Maex en Rik Torfs als eersten uit de stembus, waarbij Torfs een kleine voorsprong op Maex heeft. Voor de studenten wordt de periode tussen de twee stemrondes een woelige tijd. Het studentenblok, dat voornamelijk voor Maex had gestemd, valt na de eerste ronde uit elkaar. Vooral de Wetenschapskringen hebben hier moeite mee. Zij willen als blok stemmen om een duidelijk signaal te geven aan de toekomstige rector. Wanneer duidelijk wordt dat het blok uit elkaar spat, vertrekken de kringen zelfs boos uit de Algemene Vergadering van LOKO. De vraag rijst hoe het zo ver is kunnen komen.

Redactionele toevoeging: Wij hebben vernomen dat slechts een aantal wetenschapskringen niet tevreden waren over het verloop van de AV. Sommigen onder hen wilden toch de moeite doen nog mee te werken.

Veto kopte al na de eerste ronde dat de studenten in blok op Karen Maex gestemd hadden. Deze geruchten hadden ondertussen ook de rectorkandidaten bereikt. Karen Maex contacteerde na de eerste ronde minstens één kring om informeel met hen te praten. Deze kring heeft daarbij de moeite gedaan ook Torfs aan het woord te laten. Het gerucht gaat de ronde dat meerdere kringen nog contact gehad hebben met de kandidaten. Ook ervaren bepaalde kringen dat de achterban van beide kandidaten druk zou hebben uitgeoefend in een poging de studenten voor een bepaalde kandidaat te laten stemmen. Gevolg? Weg studentenblok.

Uiteindelijk haalt Torfs het met 26 stemmen verschil.

Conclusie: hoe win je een rectorverkiezing?

Wat leert deze geschiedenis nu? Hoe win je rectorverkiezingen aan de KU Leuven? ‘Er zijn twee types’, duidt Tollebeek, ‘ofwel tegen een zittende rector, ofwel een open strijd zonder zittende rector. Dat is een belangrijk verschil.’

‘Als je een rectorverkiezing los van een zittende rector wilt winnen, dan moet je er hoe dan ook voor zorgen dat je een draagvlak hebt in de drie groepen (Humane Wetenschappen, Biomedische Wetenschappen, Wetenschap en Technologie, red.) en in de verschillende geledingen’, aldus Tollebeek. ‘De kwestie van geledingen is lange tijd een kwestie geweest van strategisch inzicht: hoe krijg je bijvoorbeeld de studenten mee? Hoe houd je de studenten bij jou tussen eerste en tweede ronde als je ze hebt gewonnen? Het draagvlak gaat over inhoud, maar soms ook meer over dingen beloven natuurlijk.’

Tollebeek denkt ook dat een apart profiel heel belangrijk is. ‘Je moet een herkenbaarheid hebben, een karakter zijn. Dat is net zoals in de politiek: politici die verkiezingen winnen, zijn mensen die een duidelijke en misschien ook verrassende herkenbaarheid hebben. Dat kan bijvoorbeeld het profiel zijn van ‘de moderne man’, zoals in het geval van Pieter De Somer, die daarmee helemaal afweek van de monseigneurs die vóór hem rector waren geweest.'

‘Je zou kunnen zeggen dat ook Torfs het de vorige keer niet zozeer heeft gehaald door een gedetailleerd programma, maar door een uitgesproken profiel.’

'Zijn beloftes vuil? Het is natuurlijk niet goed als het om valse beloftes gaat. Maar met reële en realistische beloftes is niets mis'

Jo Tollebeek, decaan faculteit Letteren

‘Het programma zelf wordt wellicht ook minder gelezen dan de kandidaten hopen’, zegt Tollebeek. ‘Maar wat wél belangrijk is: het programma is een soort van startpunt bij de vele individuele en collectieve gesprekken die kandidaten tijdens hun campagne voeren. In die zin is programma belangrijk: het dwingt de kandidaten vooraf goed na te denken over de universiteit in haar volle breedte, met alle groepen geledingen, over alle dossiers en hete hangijzers. Met andere woorden: dat ze op het moment dat de kandidaten campagne voeren, moeten ze door het werk aan hun programma goed weten wat de punten zijn die ze naar voren willen brengen.’

Hoe vuil is zo’n rectorcampagne doorgaans? ‘Ik kan dat niet beoordelen,’ lacht Tollebeek, ‘de vuile dingen gebeuren meestal achter de schermen. De campagnes kunnen zeker hard gespeeld worden. Ik denk echter dat er een grens is, want als mensen het gevoel hebben: dit wordt te hard gespeeld, verliest een kandidaat zijn steun en geloofwaardigheid. In eerdere campagnes was iemand als Koen Geens bij momenten te hard naar de andere kandidaten toe, waarbij men het gevoel had dat zoiets niet aan de universiteit paste.’

Tollebeek besluit: ‘Ik denk wel dat kandidaten - alle kandidaten - via allerhande beloftes, al dan niet impliciet, groepen, departementen, deelgeledingen aan zich proberen te binden. Is dat vuil? Ik weet het niet. Het is natuurlijk niet goed als het om valse beloftes gaat. Maar met reële en realistische beloftes is niets mis.’

Voor dit artikel werd onder andere gebruikt gemaakt van De Stad op de Berg. Een geschiedenis van de Leuvense universiteit 1968-2005 door Jo Tollebeek en Liesbet Nys, alsook van het uitgebreide Veto-archief.