Hoe de universiteit en de staat zich blauw betalen aan academische tijdschriften

'We hebben een pervers systeem ontwikkeld'

01 maart 2018
Artikel
Auteur(s): Vinsent Nollet
Het businessmodel van grote wetenschappelijke uitgeverijen komt steeds meer onder druk te staan. Open Access-initiatieven groeien gestaag en ook het beleidsniveau springt stilaan mee op de kar.

De uitwisseling van wetenschappelijke kennis wordt vandaag de dag grotendeels uitbesteed aan commerciële uitgeverijen, via publicaties in tijdschriften. Het leeuwendeel van de wetenschappelijke tijdschriften wordt beheerd door een zevental grote spelers, zoals Elsevier, Wiley of Springer. Nagenoeg alle prestigieuze tijdschriften vallen daaronder. Om fondsen binnen te halen en door een breed publiek gelezen te worden, is het voor onderzoekers van groot belang om in die tijdschriften te publiceren. Publicatiekosten dragen ze helemaal zelf en ook hun peer reviewers ontvangen zelden een vergoeding.

Vaak worden universiteiten verondersteld zich ook nog eens te abonneren op die tijdschriften waar hun eigen onderzoekers aan meewerken. Het totale collectiebudget van de universiteitsbibliotheek bedraagt jaarlijks ongeveer 8 miljoen euro, waaronder ook boeken vallen. Voor academische tijdschriften wordt jaarlijks zo'n 6,5 miljoen euro neergeteld.

'wetenschappelijke uitgeverijen passeren soms tot vier keer langs de kassa en die kassa wordt gespijsd met publieke middelen'

Andreas de Block, HIW

Een groot deel van het wetenschappelijk onderzoek aan de KU Leuven wordt ondersteund met publieke middelen via het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (FWO). Belastinggeld dat wetenschappelijke kennis mogelijk maakt die vervolgens achter een paywall verdwijnt.

'We hebben een pervers systeem ontwikkeld waarin wetenschappelijke uitgeverijen soms tot vier keer langs de kassa kunnen passeren en die kassa wordt gespijsd met publieke middelen', zegt Andreas De Block, vicedecaan onderzoek aan het HIW.

Aderlating

‘De problematiek begon in de jaren 90’, zegt Raf Dekeyser, oud-hoofd-bibliothecaris van de KU Leuven. ‘De prijzen schoten explosief de hoogte in, gedreven door beheerscomités van grote firma’s als Elsevier of Wiley, die naar hogere winsten moesten en zagen dat hun tijdschriften onontbeerlijk waren voor de goede onderzoeksgroepen. Ze konden vragen wat ze wilden. Maar die situatie was niet houdbaar. Op een gegeven moment gaven ook de grootste en rijkste universiteiten aan dat ze niet langer alles konden betalen en dat ze door selectie mensen op hun honger moesten zetten.'

Geleidelijk proberen universiteiten via vormen van Open Access wetenschappelijke kennis achter een financiële barrière vandaan te halen. Daartoe zijn er verschillende manieren. Je hebt 'Gold Open Access' waarbij een tijdschrift van begin af aan volledig in Open Access wordt gezet en waar de onderzoeker eenmalig betaalt om zijn artikel vrij beschikbaar te maken. Daarnaast is er ook het 'Open Choice' model, wat betekent dat de auteur kan kiezen om al of niet te betalen voor het toegankelijk maken van zijn artikel. 'Double-dipping' heet dat dan, omdat dan zowel geld wordt gevraagd van de auteurs als van de lezers.

'Wanneer je vervolgens kijkt naar de inhoudstafel van een uitgave, staan sommige artikels in Open Access en andere niet. Ondertussen werken alle grote uitgeverijen zo, maar dat komt er dus op neer dat je dubbel betaalt. Een derde model is dat van het 'Green Open Access', waarbij een kopie van de artikelen vrij toegankelijk wordt gemaakt via een website van de universiteit, zoals dit aan de KU Leuven kan via LIRIAS', zegt Dekeyser.

'Ik hoor verhalen uit de humane wetenschappen waar jonge onderzoekers hun artikel niet gepubliceerd krijgen tenzij de promotor al vooraf duizend dollar betaalt'

Hilde Van Kiel, directeur KU Leuven Bibliotheken

De KU Leuven zet sterk in op Green Open Access. Alles wat in tijdschriften gepubliceerd wordt door haar onderzoekers moet ook op een databank van de instelling vrij ter beschikking worden gesteld. Ook het FWO legt zo'n maatregel op aan universiteiten, vanuit de stellingname dat onderzoek gefinancierd met publieke middelen vrij toegankelijk moet zijn. Gezien de huidige omstandigheden is dat model, hoewel nog steeds erg duur, praktischer dan in te zetten op het vooralsnog kleine aantal Gold Open Access tijdschriften dat voorhanden is.

‘Maar de uitgeverijen zijn echt naar uitwassen aan het evolueren', zegt Hilde Van Kiel, directeur KU Leuven Bibliotheken. 'Ik hoor verhalen uit de humane wetenschappen waar jonge onderzoekers hun artikel niet gepubliceerd krijgen tenzij de promotor al vooraf duizend dollar betaalt. Dus je raakt zelfs niet in de peer review-stroom als je niet eerst duizend dollar op tafel legt. Doe je dat wel en je artikel wordt aanvaard, heb je nog eens de keuze om gewoon te publiceren, of in Open Access, dit betekent dan veelal double-dipping van de uitgever bovenop de abonnementskost die de bibliotheken betalen. Dan moet je weliswaar nog eens 1500 tot 3000 dollar neertellen. Dan hebben we het ook nog niet over in kleur publiceren, een vermelding op het voorblad, enzovoort. Het lijkt me dat ze nu nog alles uit de kan proberen te halen, omdat het systeem stilaan aan het kantelen is.’

Koudwatervrees

Een van de zaken die onderzoekers ervan weerhoudt om in Open Access Journals te publiceren, zijn de zogenaamde impactfactoren. ‘Veel onderzoekers zijn nog gehecht aan die klassiekere tijdschriften die vaak twee bedragen vragen, omdat die een hoge impactfactor hebben', zegt Hannelore Vanhaverbeke, beleidsadviseur Onderzoek bij de Dienst Onderzoekscoördinatie.

'Die impactfactor zegt ook wel iets over het prestige van zo’n tijdschrift, maar is eigenlijk geen goede indicator om de kwaliteit van een specifiek artikel af te leiden. Er zijn manifesten over volgeschreven: 'Onderzoekers, laat u toch niet meer in de luren leggen'. We moeten daarin de massa natuurlijk kunnen meekrijgen. Maar we moeten ook niet alles over boord willen gooien. Citaties blijven belangrijk'.

'De Open Access beweging groeit en heeft zeker invloed, maar het zijn vooral organisaties als de Europese Unie die voelbare druk zetten'

Hilde Van Kiel, directeur KU Leuven Bibliotheken

De Europese Commissie heeft al ernstige pogingen ondernomen om Open Access te promoten. In haar huidige 'Horizon2020', het meest brede subsidieprogramma voor wetenschap, zit een eis naar Open Acces. In navolging daarvan verzocht de Vlaamse Raad voor Wetenschapsinnovatie (VRWI) de Vlaamse overheid in 2016 om van Open Access een topprioriteit te maken. ‘Open Science staat immers per definitie voor een betere wetenschap, snellere oplossingen voor de huidige maatschappelijke uitdagingen en een efficiëntere creatie van meerwaarde en nieuwe waardeketens’, luidt het in het adviesrapport.

Van Kiel: ‘De Open Access beweging groeit en heeft zeker invloed, maar het zijn vooral de organisaties die voelbare druk zetten, zoals LERU (League of European Research Universities, red.) en de Europese Unie. Je voelt dat uitgevers dat ook beseffen. Al zijn ze natuurlijk nog steeds zwaar aan het lobbyen.' De kentering zou wel nog steeds erg Europees zijn. In de VS is de situatie helemaal anders. Daar wordt nog volop de green road aangehouden.

‘Ondanks de vele initiatieven is er nog steeds geen magische formule om het tij te doen keren', zegt Bart Dumolyn, medewerker van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie van de Vlaamse overheid. 'We zitten in een vrije marktmodel met grote, gerenommeerde tijdschriften. Het is niet zo evident om hun te overtuigen hun verdienmodel te wijzigen in het voordeel van de onderzoekers en het onderzoek in het algemeen. Dus daar is er zeker nog werk aan de winkel.”

Intussen is er ook aandacht voor een verbreding van de problematiek naar wetenschappelijke data. ‘Het open-access-to-publications verhaal is technisch vrij eenvoudig op te lossen', aldus Dumolyn. 'We moeten ook beginnen nadenken over het vrij ter beschikking stellen van data, zogenaamde Open Science, wat heel wat organisatie zal vergen en verschillende technische issues opwerpt.'

'Samen met andere landen probeert de Vlaamse Overheid om Green Open Acces te stimuleren'

Bart Dumolyn, Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (Vlaamse overheid)

Van Kiel: 'Uitgevers bereiden zich ook voor op de nieuwe ontwikkelingen. Ze hebben Open Access zo naar hun hand gezet dat ze er nog steeds financieel voordeel uit halen, door hoge APC-kosten (Article processing charge, red.) te eisen, en omgekeerd zitten ze ook achter de data van de onderzoekers aan, die ook meer en meer bijgehouden moeten worden. Uitgevers staan klaar om aan de onderzoekers te zeggen: ‘Geef die data maar aan ons, wij hebben een schitterend systeem. Wij doen het wel voor jullie’. Dat is iets wat we als bibliotheken en als universiteit absoluut niet willen, want dan begint het gewoon opnieuw.'

Controle

'Eigenlijk moet er een internationale kentering komen', zegt Dumolyn. 'Als één klein land kan je natuurlijk niet uit het systeem stappen. Samen met andere landen probeert de Vlaamse Overheid om Green Open Acces te stimuleren.' Ook het FWO kiest voor Green Open Access. Volgens het algemeen reglement van het FWO zijn onderzoekers verplicht om hun publicaties ten laatste één jaar na publicatie beschikbaar te stellen in Open Acces, op een repository van de universiteit. Over de daadwerkelijke controle zijn velen echter niet helemaal tevreden. Van Kiel: ‘Enkele grote geldschieters controleren er wel al goed op, maar het FWO in het algemeen voert nog te weinig controle uit.’

'De repositories worden beheerd door de verschillende Vlaamse universiteiten en in dit perspectief is de controle over het al dan niet deponeren van publicaties een gedeelde verantwoordelijkheid’, luidt het in een reactie van het FWO. ‘Het FWO onderhoudt goede contacten met de bibliotheekverantwoordelijken van de Vlaamse universiteiten en stemt met hen af om dit proces zo gestroomlijnd mogelijk te laten verlopen.’

‘Indien externe partijen het FWO erop wijzen dat bepaalde publicaties, gefinancierd met FWO-middelen, niet vrij beschikbaar blijken, onderneemt het FWO ook steeds de nodige stappen om de onderzoekers hier op aan te spreken en hun publicaties alsnog in Open Access te publiceren.’