Het Zesde Metaal blinkt helaas niet

Recensie: het Zesde Metaal

22 februari 2018
Recensie
Auteur(s): Jan Costers
Met hun vierde studioalbum Calais deed Het Zesde Metaal ook de Leuvense schouwburg aan. De West-Vlaamse band rond culturele duizendpoot Wannes Cappelle stelde helaas wat te teleur.

Calais heeft een ander geluid dan de voorgaande platen. Waar Akkatemets nog wat poppy was, zijn Ploegsteert en Nie voe Kinders moeilijker in Vakskes te plaatsen. De laatste langspeler van Cappelle en co. teert dan weer op een modernere sound, met vooral veel synthesizers. Wat alle platen gemeen hebben, zijn de poëtische teksten die klinken als het antwoord op de vraag ‘hoe gaat het nu echt met je?’ – als het Nobelprijscommité West-Vlaams verstond, zou het goed kunnen dat Bob Dylan niet de eerste muzikant was om die van literatuur op zak te steken.

Die teksten hebben dan wel de juiste begeleiding nodig om tot hun recht te komen. Waar de nummers van Calais en enkele hardere nummers van vorige platen nog floreren onder de modernere set-up waarmee de band op het podium stond – waaronder 2 synthesizers – verliezen oudere nummers hun charme wanneer ze van koele beats en harde synths voorzien worden. Een jammere opvatting, vooral omdat zowel Cappelles stem als het talent van de band buiten kijf staan – respectievelijk te horen in een a cappella en een instrumenteel deel (waarbij Cappelle in de coulissen verdween). Maar helaas is de combinatie niet altijd een winnende formule. In sommige liedjes wordt Cappelle overstemd door zijn band, of lijkt zijn stem zelfs wat vals te klinken.

Ups en downs

Dat hij desondanks toch een grote entertainer is – en de avond liefdevol als een accident de parcours gezien kan worden – blijkt uit de intermezzo’s tussen de liedjes. Daarin vertelt Cappelle om de drie liedjes een verhaal dat begint op de fietsostrade van Kortrijk en over een Chirokamp gaat naar een filosofische levensles over het soort mensen dat op deze wereld rondloopt. Het publiek klapt zich bij wijlen op de billen, en soms ook harder dan na enkele uitvoeringen. De strakke set werd trouwens ook bijgestaan door en sobere, kille lichtshow die tijdens die intermezzo’s gedoofd werd en ingewisseld voor de warmere zaalverlichting – wat het verlangen naar de vertrouwdere versies van Ploegsteert en Gie, den otto en ik enkel nog meer in de verf zet.

Deze passage in het Leuvense een volledige mislukking noemen, zou een brug te ver zijn. Nummers als Calais of Naar de wuppe zijn het sterkst onder de nieuwe richting die de groep ingaat en worden op enthousiasme onthaald. Maar de mensen die kwamen voor de huiselijke intimiteit die van Ploegsteert het mooiste Nederlandse nummer maakte, bleven wat op hun honger zitten.