Het topsportstatuut van de KU Leuven

Student met atletiektalent

16 december 2013
Artikel
Auteur(s): Brecht Castel
Kim Gevaert, Simon Mignolet en Hans Van Alphen studeerden aan de KU Leuven met een topsportstatuut en werden helden in de Belgische sport. Pieter-Jan Hannes is goed op weg om in dat rijtje te passen.

Dit academiejaar studeren er 72 topsporters aan de KU Leuven met een speciaal topsportstatuut. Pieter-Jan Hannes is er een van. Hij combineert met succes zijn studie chemie met een carrière in de atletiek. In 2013 werd hij Europees kampioen bij de beloften op de 1.500 meter en in de cross.

Het topsportstatuut bestaat sinds 1993 aan de KU Leuven en schenkt Hannes enkele faciliteiten. Zo kan hij examens verplaatsen om aan wedstrijden deel te nemen en kan hij verplichte labo’s op een gepaster moment afleggen om te trainen. Niets dan voordelen, lijkt het wel. Maar er schuilt ook een gevaar voor moeilijkere examens voor topsporters.


Selectie

Om een topsportstatuut te krijgen moest Hannes een dossier indienen bij professor Gert Vande Broek en een intakegesprek voeren. Vande Broek combineert zijn job aan de KU Leuven met die van coach in het vrouwenvolleybal. Hij traint de Belgische topploeg Asterix Kieldrecht en de Yellow Tigers, onze nationale ploeg.

De KU Leuven hanteert bij de analyse van zo’n dossier drie criteria: het niveau van de sporter, de nood aan examenspreiding en een trainingsvolume van minstens 20 uur per week.

Het niveau is het moeilijkste criterium om te bepalen. Voor grote sporten zijn er duidelijke barema’s. Bij minder bekende sporten wordt er vooral gekeken naar hoe mondiaal de sport is, en valt de beslissing in nauw overleg met de federatie.

“Er zijn duidelijke en transparante criteria, op basis waarvan de toekenning van een statuut gebeurt. Bij een blessure is deliberatie zeker mogelijk.”

Gert Vande Broek

Bij ploegsporten ligt dat anders. “In ploegsporten is een individuele prestatie moeilijk te beoordelen en baseren we ons op het niveau van de ploeg en of die deelneemt aan een internationaal programma.” Opvallend, hij bezorgde ook enkele van zijn speelsters bij Kieldrecht een topsportstatuut. Ruikt dit niet naar belangenvermenging? “De criteria zijn voor iedereen dezelfde,” aldus Vande Broek.

“De voorwaarden voor het statuut zijn zeer streng om het systeem beheersbaar te houden. Examenfaciliteiten betekenen een extra belasting voor de proffen en zijn dus enkel weggelegd voor ware topsporters,” argumenteert Vande Broek.


Pestgedrag

Die extra belasting zorgt bij een aantal proffen voor frustraties. Hannes klaagt over pestgedrag van bepaalde proffen die nietsport-minded zijn. “De meeste werken goed mee, maar sommige proffen maken mij echt het leven moeilijk tijdens de examens. Ze moeten wel het examen verplaatsen door mijn statuut, maar dan stellen ze extra moeilijke vragen. Dat weet ik zeker.”

Vande Broek valt uit de lucht als we hem confronteren met die aantijging. “Ik heb daar geen weet van. De kans op een examen moet identiek zijn voor alle studenten. De moeilijkheidsgraad van een examen vergelijken is bovendien moeilijk. Voor discussiegevallen is er de uitstekende ombudsdienst.”

Uit een thesisonderzoek bleek trouwens dat studenten met een topsportstatuut betere resultaten behalen. In de periode van 1993 tot 2006 lag het slaagpercentage meer dan 10 procent hoger bij topsporters in vergelijking met andere studenten. Volgens Vande Broek zijn topsporters beter in timemanagement.

Financieel

Ongeveer 40 procent van de topsporters, degenen met een topsportstatuut type A zoals Hannes, krijgen naast de faciliteiten ook een gratis fitnessabonnement. Elke topsporter moet wel nog 20 euro betalen voor een sportkaart. Is dat niet belachelijk? “Nee, ik vind dat alle studenten dat moeten betalen. Topsport mag niet gebeuren op de kap van de democratische breedtesport,” besluit Vande Broek.

CHEMICUS IN SPE OP WK ATLETIEK

Pieter-Jan Hannes won dit jaar twee EK’s bij de beloften, maar mocht als broekje ook naar het WK bij de profs in Moskou. Hij werd uitgeschakeld in de reeksen, maar keek wel zijn ogen uit.

“Die wereldtoppers lijken meer op mij, dan ik op de meeste beloften. Vooral qua gedrag en nonchalance. Bij de beloften zie je meer autisme. Ik vroeg mij vaak af of ik de enige was die zo’n beetje chill is en soms een paar pinten drinkt… Het helpt om te zien dat ook de allerbesten dat doen. Ik denk niet dat het mogelijk is om op dat niveau mee te draaien en tien jaar lang een machine te zijn.”

“Opvallend was ook dat ik polsstok- en hoogspringers zag roken! Je moet dat zo zien: zij hebben geen conditie nodig, dat is puur op techniek, en van roken val je af. Usain Bolt eet op de vooravond van een wedstrijd trouwens McDonald’s en drinkt een pint. Dat is normaal. Ik doe dat ook.”