Het bewijs van de literaire prijs

Jonge schrijvers en hoe ze debuteren

18 April 2017
Artikel
Auteur(s): Gilles Michiels
De literatuurwereld een oninneembaar fort? De student-schrijver die recent zwetend aan zijn teksten zwoegde om ze tijdig voor de literaire prijzen in te dienen, zou die indruk kunnen krijgen.

Debuteren met een roman of een poëziebundel is de natte droom van sommige studenten. Maar hoe geef je nu in godsnaam een boek uit? Een kleine handleiding.

Moeilijker geworden

Les één: als onbekende auteur een manuscript naar een uitgever insturen, werkt zelden. Je belandt op een grote stapel die stagiairs eens om de zoveel tijd moeten doornemen en vaak betekent dat: enkele alinea’s lezen om het manuscript daarna fronsend naast zich neer te leggen.

Wat wel raadzaam is, is literair werk elders insturen alvorens je een uitgever contacteert. Dat is althans de conclusie van een thesisonderzoek van Ellen Ervinck in 2008, waaraan de meeste Vlaamse auteurs meewerkten die in tussen 1998 en 2007 in boekvorm debuteerden in proza of poëzie.

95 % van de poëziedebutanten had al literair werk gepubliceerd voor hun eerste boek verscheen, vooral in gesubsidieerde Vlaamse literaire tijdschriften. 86 % van hen nam ook deel aan wedstrijden. Bij de prozadebutanten lagen die aantallen merkelijk lager, met respectievelijk 59 % en 34 %. Losse gedichten uit een bundel passen nu eenmaal gemakkelijker in een tijdschrift dan een afgewerkte roman.

‘Op een traditioneel niveau debuteren bij een grote uitgeverij is minder vanzelfsprekend geworden’

Frank Noë, hoofdredacteur Schrijven Online

Dat aantal zou tegenwoordig weleens lager kunnen liggen. Volgens Frank Noë, hoofdredacteur van Schrijven Online, zijn de publicatiemogelijkheden voor jonge auteurs afgenomen de laatste jaren. Dat is vooral het gevolg van de stopzetting van enkele literaire tijdschriften. Als antwoord startte Noë vorig jaar zelf het literaire tijdschrift Alice, dat zich specifiek op jonge auteurs richt.

Ook het aantal debutanten per jaar gaat er volgens Noë op achteruit. ‘In Nederland verschijnen jaarlijks 60 à 80 debuten, terwijl die rond 2000 nog boven de 100 lagen. Op een traditioneel niveau debuteren bij een grote uitgeverij is minder vanzelfsprekend geworden.’ Noë verwijst naar de crisis in 2008 als één van de oorzaken.

Voor Vlaanderen zijn niet meteen exhaustieve cijfers beschikbaar, zegt Michiel Scharpé van het Vlaams Fonds voor de Letteren. ‘Natuurlijk stelt zich de vraag welke genres je bekijkt, maar wellicht kunnen we zeggen dat het jaarlijkse aantal Vlaamse debutanten zeker niet toeneemt.’

Literaire prijzen

Dat literaire prijzen nog steeds een goede indicator kunnen zijn voor wie later debuteert, bewijzen onder meer Write Now! en de Interuniversitaire Literaire Prijs, die binnenkort hun uitreikingsavonden houden.

De prijzen verschillen onderling sterk. De Interuniversitaire Literaire Prijs, georganiseerd door Babylon en dit jaar aan zijn veertigste editie toe, is opgesplitst in de categorieën kortverhalen en poëzie. De jury bestaat uit academici, nu en dan geflankeerd door auteurs of studenten. Dat levert weleens verrassende en experimentele winnaars op. Beroemde ex-laureaten zijn Saskia De Coster en Bert Gabriëls. Het deelnemersaantal schommelt jaarlijks rond de 100, maar tegenwoordig rekruteert de prijs steeds meer juryleden aan Nederlandse universiteiten. Het valt te verwachten dat dat charmeoffensief ook een groter aantal Nederlandse deelnemers oplevert.

De Nederlandse auteur fixeert zich voorlopig in de eerste plaats op Write Now!. De wedstrijd is verdeeld in tien voorrondes over Nederland en België. Dat resulteert jaarlijks in een duizendtal deelnemers, waarmee Write Now! de grootste literaire jongerenwedstrijd van de Lage Landen is. Merkwaardig aan Write Now! is dat je er zowat alles voor kunt insturen: kortverhalen, gedichten, recensies, essays en zelfs liedjesteksten. In de realiteit scoren vooral de kortverhalen hoog.

Mijn pad, mijn traject

Vaak zijn literaire prijzen een eerste opstapje naar een uitgeverij. Niet toevallig biedt Write Now! haar finalisten speeddates aan met uitgevers, auteurs en programmators. Laureaten van de wedstrijd debuteren uiteindelijk haast allemaal, maar toch is er een groot verschil tussen het succes van Spit, winnaar in 2013 en Vlaams paradepaardje van de wedstrijd, en dat van Vincent Van Meenen, zegevierend in 2012, die bij het grote publiek nauwelijks bekend is.

Het literaire landschap lijkt te veranderen: Das Mag zweert bij jonge auteurs en geeft jaarlijks tien á vijftien boeken uit

Debuteren is niet hetzelfde als doorbreken. Veel hangt af van het traject dat je na de literaire prijs aflegt. Zo nam Lize Spit deel aan het zomerkamp van tijdschrift Das Mag, een vorm van talentontwikkeling die de laatste tijd in opmars is. Das Mag zette wat later een gelijknamige uitgeverij op poten en hoe het hun boek Het Smelt verging, is intussen algemeen bekend.

De laureaten van de Interuniversitaire Literaire Prijs krijgen dan weer de kans op een publicatie in Dietsche Warande en Belfort, kortweg DW B, het oudste nog actieve literaire tijdschrift van Vlaanderen. Dat is mooi meegenomen, want tijdschriften bieden jonge auteurs een netwerk, een handig forum, de nodige feedback en een referentie voor een uitgeverij.

Uitgeven

Die uitgeverij dus. Ze is cruciaal voor redactie, promotie en distributie en daarom is het belangrijk om niet zomaar toe te happen. Raoul De Jong, een Nederlandse auteur die ondertussen al zes romans op de teller heeft staan, waarschuwde de finalisten van Write Now! vorige zomer nog voor overhaast enthousiasme. Zelf moest hij toen hij debuteerde als 18-jarige knaap interviews geven in gesponsorde kledij.

Traditioneel zetten uitgevers in op enkele grote, winstgevende namen om daarmee het verlies van hun vele andere boeken te dekken. Intussen lijkt het landschap echter te veranderen. Das Mag zet sinds haar opstart in op jonge auteurs en zweert bij een beleid dat veel werk en intensieve begeleiding in een beperkt aantal auteurs steekt. Noë verwacht dat die tendens zich zal voortzetten en dat er verder meer zal ingezet worden op non-fictie dan op fictie.

‘Doorbreken via self-publishing gebeurt nauwelijks, E.L. James is een unieke uitzondering’

Michiel Scharpé, Vlaams Fonds voor de Letteren

Toch hoef je als jonge schrijver niet per se te wachten op een uitgeverij. ‘Zo is het fenomeen self-publishing opgekomen, met talloze print-on-demand uitgeverijen op het internet’, zegt Scharpé. ‘Doorbreken via deze manier gebeurt echter niet of nauwelijks, E.L. James blijft een unieke uitzondering.’ De Nederlandse auteur Paulien Cornelisse gaf recent de bestseller De Verwarde Cavia uit in eigen beheer, maar zij had voordien al naam gemaakt.

Frank Noë merkt ook dat de jonge generatie anders met een publiek omgaat, door bijvoorbeeld het gebruik van sociale media. ‘Daar omzeil je de traditionele functie van een uitgever: een netwerk uitbouwen en publiciteit maken doe je nu deels zelf via sociale media. Optreden is daar ook een onderdeel van: het is een fysieke aanwezigheid, de schrijver moet in de openbaarheid treden. De zolderkamer is niet meer van deze tijd.’

De jonge schrijver hoeft deze dagen dus zeker niet te wanhopen. Wie hard werkt, zichzelf bevraagt en blijft insturen, vindt nog steeds genoeg mogelijkheden om aan een uitgever te geraken. En als het een hart onder de riem mag zijn: het onderzoek van Ervinck toonde aan dat de gemiddelde poëzie- en prozaschrijver debuteerde… op 37- en 38-jarige leeftijd.