God's Own Country: hoe weinig woorden zo veel zeggen

Recensie Holebi Filmfestival

23 november 2017
Artikel
Auteur(s): Els Cole
God(delijk)? Met een rating tussen ‘zeer goed’ en ‘subliem’ kan dit adembenemende debuut van de Britse regisseur Francis Lee gerust één van de pareltjes van het Holebi Filmfestival genoemd worden.

Lente in Yorkshire. We krijgen een rauwe en bijna schokkend realistische kijk in het geïsoleerde leven van de Saxby’s. Johnny (Josh O’Connor) wordt gedwongen de zorg voor de boerderij op zich te nemen na de beroerte die zijn vader (Ian Hart) immobiliseerde. Het is zwemmen of verzuipen.

De desolate, uitgestrekte landschappen zorgen voor een sombere start, waarin Johnny’s frustratie en de eeuwig kritische blikken van zijn vader en grootmoeder (Gemma Jones) uitvergroot worden. De eenzaamheid en wanhoop zijn overweldigend. Hij weet geen blijf met zichzelf en zoekt een uitlaatklep in alcohol en gevoelloze seks met onbekende jongens in de kroeg. Dode kalfjes dragen de gevolgen.

De komst van de rustige Gheorghe (Alec Secareanu), een bekwame seizoensarbeider uit Roemenië, vergroot nog even Johnny's onrust: een indringer, een concurrent. Ons onbegrip wordt stilaan met medelijden doorspekt. Nooit is het goed genoeg.

Geworstel en gemekker

Het tij keert wanneer Johnny en Gheorghe samen de bergen in moeten, de schapen achterna. Vertedering heerst wanneer de bebaarde Gheorghe pasgeboren lammetjes warmhoudt in zijn trui. Des te rauwer is vervolgens de beestachtige worsteling in de modder die eindigt in een woeste vrijpartij. Verrassende perspectiefwisselingen zorgen hier voor een komisch contrast met het vredige natuurschoon. De sfeer slaat pas helemaal om wanneer Johnny, stuurloos als hij is, door de immer beheerste Gheorghe in een teder liefdesspel wordt geleid. Johnny’s ogen lijken geopend: ‘It is beautiful here, eh’.

God’s Own Country behandelt een scala aan thema’s dat veel verder reikt dan enkel de liefde tussen twee mannen.

De vergelijking met Brokeback Mountain wordt snel gemaakt, maar doet Lee’s debuut niet voldoende eer aan. God’s Own Country behandelt immers een scala aan thema’s dat veel verder reikt dan enkel de liefde tussen twee mannen. Met drie woorden en een schapenkop neemt Lee het publiek mee in een rollercoaster waarbij emoties alle kanten op geslingerd worden. Ogen worden vochtig bij het moment waarop vader Saxby zijn misprijzende masker laat vallen en Johnny zijn zegen geeft zijn eigen geluk na te streven. Is vaderliefde dan toch voldoende? De woorden ‘thank you’ waren zelden zo beladen.

Kippenvel en tintelingen

Ook de uitmuntende Gemma Jones geeft grootmoeder Deidre de pittige wendbaarheid van de bemoeizuchtige zaag, tot anderszijds een liefdevolle oma die haar kleinzoon discreet aanspoort zijn kans op liefde te grijpen. O’Connor en Secareanu zijn bovendien in staat Johnny en Gheorghe niet als ‘met-hun-geaardheid-worstelende perfect afgetrainde mooiboys’ voor te stellen. Net hun authenticiteit, menselijkheid en herkenbare innerlijke conflicten zorgen voor afwisselend kippenvel en tintelingen in je buik. Ondanks het beperkte aantal plotwendingen verveelt deze film zeker niet, hoewel sommige scènes nog net iets meer vaart hadden kunnen gebruiken.

We zijn niet verwonderd door de talloze nominaties en filmprijzen die God's Own Country reeds verschalkte, waaronder die voor beste film op het Internationale filmfestival in Berlijn. De zeer Britse benadering van woordeloze scenes die barsten van de onuitgesproken emoties en angsten raakt je gewoonweg. We zagen een aangrijpende film waarbij onze frustratie, medelijden en walging (het villen van dat schattige lammetje is niet voor gevoelige kijkers) met een kwinkslag afgewisseld werden met vertedering en bewondering. Uiteindelijk word je achtergelaten vol warmte en hoop. Dat de film deels gebaseerd is op het eigen leven van Francis Lee, en ook werd gefilmd in de boerderij van zijn ouders in Yorkshire, wekt zo mogelijk nog wat meer sympathie op.