Geldstromen aan de KU Leuven (3): Cultuur

"Het cultuurbudget is veel te laag"

07 maart 2016
Artikel
Van de 40 miljoen euro aan centrale werkingsmiddelen gaat slechts €557.000* rechtstreeks naar cultuur. Dat budget is nog te beperkt, vindt vicerector Cultuurbeleid Katlijn Malfliet.

1. Rectorale Dienst

De Rectorale Dienst Cultuur, die ondergebracht is in het STUK-gebouw, kan jaarlijks rekenen op een vaste toekenning van €142.000. “Met dat bedrag financieren we onder meer de cultuurkaart, de universitaire ensembles, de ondersteuning van de kringtonelenwerking, Faculty Stars en de universiteitsbeiaard,” aldus Kristien Jacobs van de Dienst Cultuur. “Daarbovenop zijn de inkomsten van de verkoop van de cultuurkaart essentieel, die jaarlijks neerkomen op ongeveer €98.000.”

“Het budget van de Dienst Cultuur is te laag,” vindt vicerector Cultuurbeleid Katlijn Malfliet. “Een echt goed cultuurbeleid zou meer ruimte moeten krijgen. We zoeken altijd naar geld, maar moeten soms creatief zijn.”

De verschillende faculteiten krijgen geen aparte financiële steun voor cultuur, maar kunnen er wel voor kiezen iets te organiseren vanuit hun eigen, algemene budget. “We stimuleren de faculteiten om zelf culturele initiatieven op touw te zetten. In de rechtenfaculteit is Bernard Tilleman nu al actief bezig met kunst in de bibliotheek. Ook de faculteit theologie heeft een goed kunstenbeleid,” aldus Malfliet.

“We stimuleren de faculteiten om culturele initiatieven te organiseren”

Katlijn Malfliet, vicerector Cultuurbeleid

Extra rectorale budgetten

Bovenop dat bedrag kan vicerector Malfliet rekenen op een bijkomende beleidsruimte van €30.000 voor de Commissie Academisch Erfgoed, die onder andere de talrijke historische gebouwen van de universiteit beheert. “Daarnaast gaat €20.000 naar structurele samenwerkingen zoals Artefact en het nieuwe vak Contemporary Dance, Theory and Analysis binnen de opleiding Culturele studies,” legt Jacobs uit.

Dat totaalbedrag van €50.000 valt volledig onder de budgetbevoegdheid van de vicerector, in tegenstelling tot de bovenstaande financiële middelen die volledig door de Dienst Cultuur worden beheerd. Graag zou de vicerector echter nog meer budget zien om studenten aan cultuurparticipatie te laten doen: “Het is voor hen een aanzienlijke meerwaarde om de alma mater op een andere manier te zien.”

Verder krijgt ook de Commissie Actuele Kunst €40.000 voor de aankoop en verwerving van kunstwerken. Dat bedrag valt rechtstreeks onder het Secretariaat Directeur-generaal.

Tot slot valt ook de nauwe samenwerking tussen de KU Leuven en STUK binnen de budgetten van de rectorale dienst. Die vertaalt zich jaarlijks in een financiële bijdrage van €80.000 voor de culturele werking van het kunstencentrum. STUK kreeg haar gebouw in de Naamsestraat voor 50 jaar in erfpacht en is zo sterk verbonden met de universiteit.

Het totale bedrag binnen de rectorale diensten komt zo op 312.000, verspreid over de budgetbevoegdheden van de Rectorale Dienst Cultuur, vicerector Malfliet, het Secretariaat Directeur-generaal en kunstencentrum STUK. Dat bedrag laat de inkomsten uit de cultuurkaart buiten beschouwing en focust op de subsidiëring vanuit de universiteit zelf.

Sponsors

Al die financiële middelen voor de cultuurwerking van de universiteit komen vooralsnog grotendeels van binnenuit. “Wij komen als universiteit niet in aanmerking voor het kunstendecreet,” licht Malfliet toe.

Volgens de vicerector worden evenmin private sponsors aangetrokken: “Dat geeft ons natuurlijk een grote onafhankelijkheid en vrijheid. Vroeger is Faculty Stars wel eens financieel gesteund door een advocatenkantoor, maar dat gebeurt op dit ogenblik niet meer.”

Toch droomt ze luidop van een zogenaamde University Trust, naar het model van de National Trust in het Verenigd Koninkrijk. “Ik denk dat zo’n trust, waarbij mensen geld doneren voor het behoud van het roerend en onroerend patrimonium, zeer zinvol is voor de identiteit van de universiteit. Die gaat niet alleen over kennis.”

Ook in de spin-offs van de KU Leuven ziet Malfliet mogelijkheden voor extra budgettaire ruimte. Daarnaast wil ze de alumni financieel bij het cultuurbeleid betrekken.

“De universiteit onderscheidt zich als een actieve participant in het cultuurgebeuren”

Koenraad Debackere, algemeen beheerder

2. Eenmalige projectsubsidies

“Naast de samenwerking met STUK, steunt de KU Leuven ook activiteiten van Leuvense spelers zoals Het nieuwstedelijk. Daardoor onderscheidt de universiteit zich als een heel actieve participant in het cultuurgebeuren. Daarin is de KU Leuven uniek,” benadrukt Koenraad Debackere, algemeen beheerder van de KU Leuven.

Dat is onder andere mogelijk door het specifieke budget dat voor eenmalige projecten wordt vrijgemaakt. Tijdens het werkingsjaar 2015 bedroeg dat budget €245.000. Jacobs specifieert de bestemming van dat geld: “Een aantal grootschalige, culturele projecten aan de universiteit vallen onder die beleidsruimte: bijvoorbeeld de invulling van de site rond het oude Anatomische Theater, de oprichting van het BAC Atelier en de ondersteuning van de cultuurwerking van de Universiteitsbibliotheek.”

Het budget van de rectorale diensten en de bovenstaande financiële steun aan eenmalige projecten zijn samen goed voor een totaalbedrag van ongeveer €557.000.

Apart beleidsdomein

Sinds de aanstelling van Malfliet in 2013, is cultuur voor het eerst een apart beleidsdomein binnen de KU Leuven. De komst van een eigen vicerector en beleidsruimte betekende evenwel niet dat het totale budget sindsdien drastisch is gestegen.

“We werken met de zogenaamde nullijn. In principe krijgen we niets meer dan het voorgaande jaar,” verklaart Malfliet. Debackere legt uit waarom: “Omwille van de besparingen bij de Vlaamse Overheid kunnen we te veel kostenstijging niet bolwerken. De middelen zijn schaars. Die nullijn kunnen we natuurlijk niet exact aanhouden.”

Toch nuanceert Malfliet: “Ik heb nog nooit tevergeefs naar extra financiële steun vanuit de reserve van de rector gevraagd.” Bovendien resulteerde het uitbouwen van het nieuwe beleidsdomein in het aanwerven van een nieuwe medewerker bij de Dienst Cultuur.

Daarnaast wijst Debackere erop dat het budget van de eenmalige projectsubsidies sinds de aanstelling van Malfliet is verdubbeld. “Al is dat bedrag uiteraard niet-recurrent (terugkerend, red.),” nuanceert hij.

“Een echt goed cultuurbeleid moet meer ruimte krijgen”

Katlijn Malfliet

3. Erfgoed en cultuur

Een derde en laatste component binnen de budgettering is de Dienst Erfgoed en Cultuur van de Universiteitsbibliotheek, die echter niet geheel onder de concrete cultuurwerking van de KU Leuven valt. Die dienst kan jaarlijks rekenen op €375.000.

“Met dat budget wordt de collectievorming voor het bibliothecaire erfgoed in de Centrale Bibliotheek, en het beheer en behoud ervan bekostigd,” zegt Hilde Van Kiel, directeur van de Universiteitsbibliotheek. "Daarnaast wordt hiermee ook de cultuur- en evenementenwerking van de Bibliotheek gefinancierd."

Debackere spreekt hier over een duidelijke verwevenheid van verschillende activiteiten. “Er is een spillover tussen verschillende budgetten. Bibliothecair erfgoed is enerzijds input voor een deel van het wetenschappelijk onderzoek binnen heel wat faculteiten in de Humane wetenschappen. Anderzijds kan je belangrijke manuscripten bijvoorbeeld ook gebruiken in een tentoonstelling.”

Opgeteld komen de afzonderlijke budgetten neer op ongeveer €932.000, inclusief de Dienst Erfgoed en Cultuur van de Universiteitsbibliotheek deze keer. Nog steeds slechts een peulenschil in vergelijking met de 40 miljoen euro aan centrale werkingsmiddelen.

“62% van ons totale budget bestaat uit projecten van externe opdrachtgevers. Deze middelen zijn door de opdrachtgevers gedimensioneerd om die projecten te kunnen uitvoeren. Voor de rest moeten we zorgen dat we met de overige 38% aan centrale werkingsmiddelen onder andere onze 1500 professoren, een gedeelte van de assistenten, het academisch en technisch personeel en van de nodige investeringen in het onderhoud en de verwarming van de gebouwen kunnen betalen," legt Debackere de situatie uit.

*De vermelde bedragen in dit artikel zijn afgerond en zijn de meest recent gevalideerde, namelijk die uit 2015 waarvan de jaarrekening net is afgesloten.