Gebrul, gerock en geroll op de Interfacultaire Rockrally

Jong geweld betreedt het podium

11 March 2019
Recensie
Auteur(s): Benno Debals
Op maandag 4 maart vond in Het Depot de finale van de Interfacultaire Rockrally plaats. De rock was teruggekeerd en het lawaai was gaan liggen, en Rivals of Madtown kwamen hun verdiende prijs opeisen.

In de voorrondes ging het er nog op het gemakje aan toe, maar in Het Depot was het vechten om de felbegeerde prijzen. De bands liepen uiteen van zomers tot intiem, maar op het einde van de avond was er toch één woord dat alles samen hield: rock. Met een cola en kritisch oor in de aanslag gingen we kijken hoe de bands het ervan af brachten op het grote podium. 

Zomers liefdesverdriet

Wow Koala (Musicologica) mocht de avond openen, en dat deden ze meteen geslaagd. De band die in de voorrondes nog wat verkouden leek, stond hier in de vorm van hun leven op het podium. De vier jongens werden vervoegd door vier jongedames die synths, piano, viool en zelfs dwarsfluit toevoegden aan de zomerse en kleurrijke muziek van de enthousiastelingen. Een mengeling van Balthazar, Sticky Fingers en Girls in Hawaii konden we opvangen, die laatste kwam meteen onze gedachten ingeslopen door de (palm)bomen, die het podium bevolkten en extra zomers maakten. Het geheel kreeg een tintje absurdisme wanneer de Duitse woorden en bellenblazers opnieuw naar boven werden gehaald. Jammer genoeg was het niet voldoende om de musicologen aan een prijs te helpen.

Nu we waren opgewarmd, konden we er meteen invliegen. Jammer genoeg moesten we eerst nog een brugje slaan over True Rose (LBK) die de gemoederen wat bedaarde. Rose en haar piano brachten intieme singer-songwriter muziek die ons deed denken aan Tom Odell of Trixie Whitley, maar dan toch met een beduidend minder sterke stem die er vaker naast dan op zat. Met lyrics die doorspekt waren van liefdesverdriet zou je denken dat ze goed tot hun recht zouden komen aan haar piano. Het was echter pas toen ze haar piano verliet en de band het overnam, dat het geheel er een krachtige sfeer aan overhield. Kortom, wij willen meer expressie in die depressie, Rose, en dan kom je er wel.  

Het begin van het einde

De jongens van ØNCE (VRG) vonden we aan de overkant van die eerder vernoemde brug. Ze waren het begin van het einde van de avond, in die zin dat we vanaf nu enkel nog stevige gitaarrock zouden horen. Het waren dan ook deze jongens die de zaal voor het eerst op gang kregen. Begrijpelijk, met een frontman die naast een zwoele grijns ook een krachtige stem had en die hun Foo Fighters geïnspireerde rock meer op Arctic Monkeys deed lijken. ØNCE probeerde soms iets anders, wat kon geapprecieerd worden. Maar de vele tempowissels haalden soms wel eens de vibe uit de set. De gitarist die tussenin een pintje dronk om af te koelen, toonde eens te meer dat de jongens het meenden als het op rocken aankwam. Ook deze jongelui grepen naast een prijs, maar dat was begrijpelijk als je weet wat erna kwam.

En wat erna kwam, was de passage van de Rivals of Madtown (Politika). Dit jong geweld kwam hun overwinningstocht uit de voorrondes verderzetten op de planken van Het Depot. Met hun onversneden enthousiasme brachten ze ongegeneerde rock om van te smullen. De schurende solo’s, scherpe sound en strakke riffs zorgden ervoor dat de band sterker uitviel dan de voorgaande rechtenboys en simpelweg rock schreeuwde. Met hun onbezonnenheid en wild uiteenlopende teksten leek het wel alsof ze het losbandige studentenleven vertaald hadden naar het muzikale landschap. Hun cover van Come Together van The Beatles was dan ook een stuk wilder dan het origineel. Al dit schurend geweld was genoeg om de jury te bekoren en daarom gingen ze ook lopen met het mooiste beeldje van de avond.

Het begon al laat op de avond te worden en we werden al wat moetjes, maar daar was het gros van het publiek het niet mee eens. Toen Joe & the Llamas (Ekonomika) opkwam, hoorden we meteen een gebrul uit de zaal komen ‘van de mannen van Diest.’ De band had duidelijk hun fans meegenomen. Het was wel een beetje nodig dat ze hun eigen publiek mee hadden, want hun sound was niet meteen de sterkste. Alles mocht van ons part wat harder en verfijnder, zeker hun cover van Killing in the Name van Rage Against the Machine. Maar het gebrul, gerock en geroll was genoeg om het publiek op hun benen te krijgen en daarom kregen ze dan ook de publieksprijs mee naar huis.

De winnaars hebben het in ieder geval meer dan verdiend. De rivalen van de gekke stad kwamen met een missie en volbrachten die. Het is uitkijken naar wat de volgende editie ons voorschotelt, hopelijk even veel rock en even veel roll.