Filosofiestudent maakt zich weinig zorgen om examens: ‘Als ik denk dat ik geslaagd ben, dan ben ik dat ook’

Het leven zoals het is: een blokkende student

24 januari 2019
Satire
Auteur(s): Arne Van Lautem
Na een semester vol colleges, cantussen en copuleren is de examenperiode aangebroken. Voor de een pure ellende, voor de ander een fluitje van een cent. Trotse bezitter van zo’n fluit is Arthur.

Waar de examenperiode voor sommige studenten een ware hel is, laten anderen de blok allerminst hun koude kleren raken. Arthur, kersvers student Wijsbegeerte, behoort naar eigen zeggen tot de laatste categorie, en daar heeft zijn studiekeuze alles mee te maken: ‘Filosofie studeren heeft me het spreekwoordelijke licht doen zien. In de humaniora was ik een perfectionistische en bovenal vreselijk gestreste student. Tijdens examens had ik derhalve enorm met faalangst te kampen, waardoor ik ‘s nachts in bed meer piekerde dan sliep. Na een semester vol ontsluierende filosofische inzichten pieker ik niet langer. Ik dénk!’

Volgens Arthur zijn het de hoorcolleges over wereldvermaarde denkers die dat louterende effect gehad hebben. Eén filosoof in het bijzonder liet een diepe indruk op hem na: ‘René, René Descartes! O, wat hou ik van die man. Toen de professor voor het eerst Descartes introduceerde, was ik als van de hand Gods geslagen. Twee uur lang zat ik met open mond te luisteren naar zijn visie op kennis en de menselijke geest.’ Het hoorcollege betekende een openbaring voor Arthur, die plotsklaps van alle examenstress gespeend was. ‘Vanaf dat moment wist ik: als ik maar denk dat ik slaag op mijn examens, dan ben ik ook geslaagd.’

Hoe zeker Arthur ook van zijn stuk moge zijn, dat weerhoudt hem er niet van zijn blokdagen routineus in te delen: ‘Ik sta iedere dag steevast op om 9 uur, steek na het ochtendmaal een wierookstokje aan en pauzeer om de twee uur met een vlierbessenthee. Af en toe haal ik een frisse neus in het stadspark, onderwijl denkend over de dingen des levens.’ Tot Arthurs spijt wordt die routine soms verstoord, wanneer zijn ouders bellen om te vragen hoe de examens vlotten. ‘Dat gebel is nefast voor mijn vibe, ik handel daar liefst zo snel mogelijk mee af. Op antwoorden als “cogito ergo sum” of “was mich nicht umbringt, macht mich stärker” hebben ze dan ook meestal weinig terug.’