Evaluatiereeks rectoraat (5): Cultuur, duurzaamheid en diversiteit

"Ik ben het buitenbeentje van het rectoraat"

Als eerste vicerector Cultuur-, Duurzaamheid en Diversiteitsbeleid aan de KU Leuven heeft Katlijn Malfliet het niet gemakkelijk. Het enthousiasme is er, maar concrete realisaties gaan langzaam.

Cultuurparticipatie en zichtbaarheid ORANJE

Katlijn Malfliet is de eerste vicerector Cultuur aan de KU Leuven. Voordien bestond er enkel een cultuurcoördinator. “Het feit dat cultuur nu vertegenwoordigd is op rectoraal niveau is een enorme stap vooruit,” vertelt Mark Derez, universiteitsarchivaris en lid van de Commissie Cultuur.

“Het cultuurbeleidsplan is zeer ambitieus,” vertelt Geert Vanpaemel, voorzitter van de Commissie Academisch Erfgoed. “Malfliet probeert voor het eerst meer te doen dan wat de Dienst Cultuur gewoonlijk doet, zoals de cultuurkaart, UUR KULtUUR en Faculty STARs.”

Wat betreft cultuurparticipatie kan Malfliet namelijk terugvallen op een stevige basis, die werd uitgetekend door de vroegere cultuurcoördinator Mark Buekers. “De Dienst Cultuur levert al een tijdje bijzonder goed werk,” meent Vanpaemel.

Al is Faculty STARs wel aan een opknapbeurt toe, merkt Cilia Gouwy van LOKO Cultuur op. “Het is een goed concept, maar de Dienst Cultuur is er zich van bewust dat het moet worden opgefrist.” Nu spreekt het project nog te weinig studenten aan door haar ietwat verouderde imago (zie Veto 4209). “Het was de bedoeling de vormgeving al tijdens deze termijn te evalueren,” bevestigt Malfliet, “maar we hebben geen tijd gehad het concept grondig te bevragen.”

Ook de samenwerking met de faculteiten op het vlak van cultuur kan beter. “Weinig decanen zijn bezig met cultuur,” zegt Derez. “Er is nog veel werk aan de winkel om een draagvlak te creëren bij de academische overheid. Malfliet heeft een nieuw geluid laten horen, maar de vraag is in hoeverre dat geluid is gehoord.”

Tijdens haar beleidstermijn sloeg Malfliet de prijs van de cultuurkaart op van 15 naar 20 euro. “Dat heeft geen impact gehad op het aantal cultuurkaarten,” zegt de vicerector. “Al zou ik in de toekomst graag zien dat er naast de kaart, ook budget kan worden vrijgemaakt om élke student te laten proeven van cultuur, zoals het vak esthetica dat in het middelbaar doet,” verklaart ze. “In Genève wordt daar bijvoorbeeld vijf procent van het inschrijvingsgeld voor gereserveerd.”

"Er is nog veel werk om een draagvlak te creëren bij de academische overheid"

Mark Derez, Universiteitsarchief

Kunst en Wetenschap GROEN

Met het extra geld van de cultuurkaart, kreeg de Dienst Cultuur er een nieuwe medewerker bij. Die werd speciaal aangeworven om de beleidslijn Kunst en Wetenschap, die de dialoog tussen universiteit en kunstenaars moet versterken, uit te werken. Met succes, want er zijn al een aanzienlijk aantal projecten gerealiseerd.

Een belangrijke partner binnen de beleidslijn is kunstencentrum STUK. “Er was al een sterke samenwerking op het vlak van logistiek en participatie,” legt artistiek directeur Steven Vandervelden uit. “Maar met deze beleidsploeg werken we voor het eerst ook inhoudelijk op beleidsniveau samen.Zo presenteerden we tijdens Artefact voor het eerst een werk als co-productie met de KU Leuven. Een ander voorbeeld is
het vak Hedendaagse Dans dat sinds dit jaar in samenwerking met ons aan de KU Leuven wordt gedoceerd.”

"Tot slot wordt ook aan de hand van losse projecten, zoals debatten en symposia, de brug versterkt," legt Vandervelden uit. “Zo organiseren we bijvoorbeeld Lunch for Thought, waarbij kunstenaars en wetenschappers worden samengebracht tijdens een lunchsessie.”

Naast de versterkte samenwerking met STUK, is volgens Geert Bouckaert van de Commissie Actuele Kunst ook LUCA School of Arts een belangrijke speler. “Die nieuwe partner biedt veel mogelijkheden.” Het pronkproject van Malfliet is echter de opening van het BAC-atelier, het oude Bacteriologisch Instituut dat werd omgebouwd tot kunstateliers voor studenten en personeel van de KU Leuven. “Alle ateliers zitten al meteen vol,” vertelt Gouwy.

Het enige probleem: er is geen centrale verwarming. De kans is dus groot dat het tochtige gebouw door haar gebrekkig infrastructuur tijdens de wintermaanden zal veranderen in een koelkast. “Om dat op te lossen, was geen budget meer,” vertelt Gouwy. Malfliet zelf ziet echter geen probleem: “Dat is deel van het concept. Het atelier is geïnspireerd op een Centraal-Europese trend waarbij lege en vervallen gebouwen worden gebruikt om kunst te beoefenen. De specifieke setting stimuleert de creativiteit. Het gebouw mag niet perfect in orde zijn.”

"Door de nieuwe structuur van de Universiteitsbibliotheek is er minder gebeurd dan gepland"

Hilde Van Kiel, directeur Universiteitsbibliotheek

Roerend en onroerend erfgoed ROOD

Een pak moeilijker dan Kunst en Wetenschap ligt het beheer van het roerend en onroerend erfgoed van de KU Leuven, oftewel de gebouwen en academische collecties. “De hervorming naar de Artesbibliotheek is ingebroken op het moment dat de culturele functie nog niet gedefinieerd was,” legt Derez uit. “Zonder voldoende rekening te houden met de culturele ambities is de structuurverandering dan gebeurd." Dat zorgde ervoor dat er binnen die beleidslijn minder kon worden gerealiseerd dan verwacht.

Nu echter onlangs is beslist de afdeling Erfgoed en Cultuur van bibliotheek over te hevelen naar de rectorale diensten (lees: naar Malfliet), komt er ademruimte. “Het bleek in de bibliotheek moeilijk te werken,” vertelt Malfliet. “Ik kan daardoor nu pas beginnen, maar dat lag niet aan mij.”

Een van de grote projecten die op til staat, is het gedecentraliseerde museum van de KU Leuven, in het kader van 600 jaar universiteit in 2025. “De Centrale Bibliotheek zou dé plek worden van waaruit mensen worden uitgestuurd naar andere locaties,” legt Malfliet uit. “Het gebouw moet zich volledig ontsluiten.” Een goed initiatief, vindt Derez: “Een deel van het gebouw heeft nu al een museale functie. Dat heeft Malfliet goed gezien.”

Al is het verzoenen van die museale en toeristische functie met de academische werking volgens Van Kiel soms een moeilijke evenwichtsoefening: “Wij zijn er zeker voorstander van om het kloppend hart te worden van de vieringen, maar voor ons hoeft dat geen permanente situatie te worden. Het blijft in de eerste plaats een werkende bibliotheek.”

Malfliet is het daar niet mee eens: “Wat mij betreft is dit geen tijdelijke zaak. Ook Gent en Louvain-La-Neuve werken aan een museum. Dat is niet zo vreemd voor een universiteit.”

Momenteel ontbreekt het echter aan budget om de plannen tot uitwerking te brengen, vertelt Gouwy: “Ze zitten op schema, maar nu moet er een curator of intendant worden aangesteld en daar is geen geld voor. Ze denken aan een doctoraatsstudent als creatieve oplossing.”

“Het is goed dat Malfliet de aandacht heeft gevraagd voor het project,” meent Derez. “Het idee is gelanceerd, nu moet naar de haalbaarheid gekeken worden. Maar ik vrees dat ze daar nog maar weinig gehoor heeft gevonden.”

“Informeel zijn de ideeën binnen het rectoraat al afgetoetst,” verduidelijkt Malfliet. “Het moet in zijn nieuwe formulering nu nog op het GeBu komen, maar het is wel al besproken op de Hoge raad voor Erfgoed en Cultuur.”

Duurzaamheid ORANJE

Ook voor Duurzaamheidsbeleid is Katlijn Malfliet de eerste vicerector. De aanzet voor dat duurzaamheidsbeleid zat de jaren daarvoor bij de dienst Studentenvoorzieningen, vooral rond sensibilisering, in de denktank Metaforum en het werk van de Technische Diensten rond de energiezuinigheid van de KU Leuvengebouwen. “De universiteit heeft al jaren geleden beslist om enkel nog groene universiteitsgebouwen aan te kopen,” zegt Stefaan Saeys, de directeur van de Technische Diensten.

“Het energiebeleidsplan zit volledig op schema.” Toch heeft het aanstellen van een vicerector een grote impact gehad. “Het is dag en nacht verschil,” zegt Nikkie Melis van de cel Duurzaamheid. “Een vicerector kan de andere vicerectoren op gelijk niveau wijzen op hun verantwoordelijkheden op het gebied van duurzaamheid. Dat doet ze absoluut.”

“In haar transitiedenken heeft ze veel kunnen bewegen, maar een transitie gaat zo snel als de organisatie wil transiteren,” vindt Saeys. Volgens Malfliet, die het beleidsplan Duurzaamheid als allerlaatste en na twee pogingen zag goedgekeurd worden op het dageijks bestuur (GeBu), is dat niet evident: “In het GeBu zitten niet allemaal groene jongens.” Bij het nieuwe beleidsdomein hoort een organenstructuur met een Duurzaamheidsraad, werkgroeplabo’s rond duurzaamheid in onderwijs, onderzoek en bedrijfsvoering en thematische klankbordgroepen.

Die laatsten trekken niet altijd evenveel volk, totaal begrijpelijk volgens Malfliet: “De deelname van professoren is bewonderenswaardig. Ik weet hoe moeilijk het is om naast je onderwijs en onderzoek nog tijd te maken voor iets als een klankbordgroep Mobiliteit.”

Hetzelfde probleem hebben de EcoTeams, personeelsploegen die aan sensibilisering doen op de faculteiten. “Het ene team werkt beter dan het andere,” beseft Malfliet. “Algemeen zouden ze strijdvaardiger kunnen zijn.” Het uitzetten van de radenstructuur en het beleidsplan duurde bijna een jaar. Nu al de balans opmaken van krap twee jaar is dan ook moeilijk, zeker omdat het indalen van de duurzaamheidsgedachte behoorlijk traag gaat.

“Je hebt in de gebouwen de bakken voor geselecteerd ophalen of verzamelen van afval,” schetst Manuel Sintubin, lid van de Duurzaamheidsraad en de Werkgroep Labo Onderwijs. “Dat is laaghangend fruit. De rector zegt dat we het baken moeten zijn van de maatschappij van de toekomst. Dan zouden wij het baken moeten zijn van duurzaamheid in alle aspecten. Dat zijn we nog lang niet.”

"Je kan niet verwachten dat alles er boem baf is"

Thomas Doms, duurzaamheidsmandataris Stura

“Je kan niet verwachten dat alles er boem baf is,” vindt Thomas Doms, duurzaamheidsmandataris van Studentenraad KU Leuven (Stura) dan weer. “De vicerector heeft tijd nodig om dat te ontwikkelen.”
Toch tekenen de eerste realisaties zich nu al af. Zo is er onder andere de papiernota, die richtlijnen bevat rond afdrukken en ertoe leidde dat de KU Leuven enkel nog maar gerecycleerd papier aankoopt. Binnen het masterplan Arenberg is er, dankzij de klankbordgroep Groen, extra veel aandacht voor beplanting. Rond mobiliteit zoekt een consultancybedrijf momenteel uit hoe de KU Leuven haar personeel nog milieuvriendelijker kan laten reizen.

Volgend jaar opent er een Green Office, dat het duurzaamheidsbeleid van de KU Leuven moet communiceren naar de buitenwereld. Een goede zaak, vindt Saeys: “De KU Leuven staat sterk op het gebied van duurzaamheid, maar communiceert daar te weinig over.” Ook Melis en haar collega Deirdre Maes, coördinator van de vicerectorale dienst duurzaamheid, vinden dat de universiteit meer naar buiten mag komen met haar duurzaamheidsbeleid: "Omdat het een jong beleidsdomein is, is het op het gebied van duurzaamheid niet gemakkelijk om eventuele problemen op te sporen."

De impact van het duurzaamheidsbeleid zien we volgens Maes en Melis volgend jaar, wanneer de nieuwe monitoringtool rond duurzaamheid verschijnt en concrete cijfers zal aanleveren. “De kiemen zijn opgeschoten, de structuren gecreëerd,” vat Maes samen. “Van sommige bomen hebben we de vruchten al kunnen plukken, van anderen pas binnen een paar jaar.” Een mooie uitleg dat zeker, maar dat de KU Leuven nu nog steeds bezig is met het creëren van structuren en nog niet beschikt over duidelijke cijfers, baart zorgen.

Diversiteit ROOD

Diversiteit aan de KU Leuven blijft een problematisch gegeven. Er heerst een genderonevenwicht in de helft van de bacheloropleidingen, maar nog veel duidelijker in het professorenbestand. Ook wat studeren met een functiebeperking betreft, is er nog marge voor vooruitgang. Al wordt nu de toegankelijkheid van gebouwen voor studenten met een fysieke functiebeperking in kaart gebracht.

Ondanks de stijging van het aantal studenten met een migratieachtergrond, scoort de KU Leuven nog steeds minder goed dan de UGent of de VUB. Dat komt volgens velen omdat Leuven zelf minder diverse bevolking kent en studenten met een migratieachtergrond minder snel in andere steden gaan studeren.

Toch blijft het verschil opvallend. De KU Leuven heeft daarom het Avicennafonds opgericht, dat als doel heeft het bevorderen en ondersteunen van het beleid rond studenten met een migratieachtergrond. De problemen worden aangepakt, maar de doorsnee student blijft vooralsnog blank, met hoogopgeleide ouders.

Hoewel er geen duidelijke structurele drempels zijn aan de KU Leuven, blijft het genderevenwicht een probleem. “Het genderonevenwicht leidt tot onevenwichtig samengestelde beroepenvelden. De onevenwichten in de opleidingen nemen de afgelopen jaren eerder toe dan af,” vat het beleidsplan van Malfliet de situatie bondig samen wat studenten betreft.

Bovendien is er voor vrouwelijke doctoraatsstudenten en post-docs een moeilijke doorstroom naar het zelfstandig academisch personeel (ZAP). In de groep Biomedische Wetenschappen zijn er ongeveer 30 procent vrouwelijke professoren (zie evaluatie Biomedische Wetenschappen Veto 4222). Met sommige faculteiten in andere groepen is het erger gesteld. Het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte heeft 4 vrouwelijke ZAP’ers op een totaal van 39. "Het is een hele verbetering ten opzichte van drie jaar geleden, maar niet van die aard dat ik daar nu hoog van de toren moet blazen," erkent Bart Raymaekers, decaan Hoger Instituut voor Wijsbegeerte.

De genderkloof komt volgens sommigen omdat vrouwen ook minder aanvragen indienen voor benoemingen of posities. “Het blijft een bijzonder moeilijke zaak om vrouwelijke professoren aan boord te krijgen,” stelt vicerector Katlijn Malfliet. Het probleem van de doorstroom ligt volgens de vicerector op dertig jaar, wanneer vele vrouwen kinderen krijgen. “Ze moeten dan aangemoedigd worden om toch door te zetten.”

Uit de universiteitsbrede tevredenheidsenquête is naar voor gekomen dat de balans tussen gezin en arbeid zeer moeilijk ligt voor mannen en vrouwen. Bovendien worden vrouwen volgens de vicerector nog steeds verondersteld meer tijd aan hun gezin te besteden. “Al die oude beelden van de mannelijke kostwinner en de vrouw die voor het gezin zorgt, zijn niet verdwenen. Ze zitten hoogstens onder het tapijt,” vertelt Malfliet.

Om de genderbias, het onbewust anders benaderen van mannen dan van vrouwen, tegen te gaan, zijn er in elke faculteit genderspitsen aangeduid. “De genderspitsen zitten in alle beoordelingscommissies en moeten daar waken dat er geen genderbias optreedt,” vertelt Malfliet.

De nood aan zulke genderspitsen en andere initiatieven rond genderbewustzijn te verhogen, is duidelijk, vindt professor Alain Laurent Verbeke, genderspits Rechtsgeleerdheid. "Er zijn te weinig vrouwelijke hoogleraren."

“Onze beoordelingscommissie is daar alert voor, ook bij nieuwe benoemingen. De samenstelling van die beoordelingscommissie verloopt democratisch in onze faculteit. Maar dit democratisch spel werkt soms de genderbias in de hand," gaat de genderspits verder. De faculteitsraad heeft vorig jaar een aantal nieuwe leden verkozen en daarbij zijn we van twee vrouwen op zes teruggevallen naar één. "Dat betreur ik ten zeerste, als voorzitter van de commissie. Universiteitsbreed krijgen beoordelingscommissies nu de optie om een extra vrouw aan te stellen als hun genderverhouding onder een derde ligt. Daar zullen we met de rechtsfaculteit graag gebruik van maken," besluit Verbeke.

"Malfliet spuit ideeën"

Mark Derez, Universiteitsarchief

Conclusie

De eerste vicerector Cultuur-, Diversiteits- en Duurzaamheidsbeleid heeft nog veel werk voor de boeg. Feiten en cijfers zijn schaars en het beleid lijkt het dan ook beter te doen in woorden dan in daden. Er worden veel ballonnetjes opgelaten, er zijn veel goede ideeën, maar die kennen nog te vaak geen resultaat.

Of dat te wijten is aan een gebrek aan pragmatisme van de vicerector of aan de gebrekkige medewerking van de rest van het bestuur, blijft onduidelijk. Hoogstwaarschijnlijk een combinatie van beiden.

“Malfliet is bijzonder enthousiast en spuit ideeën,” meent Derez. “Al is er nog veel werk om de rest van de academische overheid mee te nemen in die bevlogenheid.” Bouckaert is in elk geval optimistisch: “Het zijn nieuwe portefeuilles, dat is niet evident. Maar ik zie dat er grote stappen vooruit zijn gezet.”

Dat er een vicerector de uitdagingen rond cultuur, diversiteit en duurzaamheid in het dagelijks bestuur van de KU Leuven opvolgt, is op zich al een overwinning. Als eerste vrouwelijke decaan aan de KU Leuven past Malfliet met haar gedreven stijl dan ook zeker binnen dat baanbrekend profiel. In haar eigen woorden: “Ik kan niet gezapig voortgaan, dan geraak ik nergens op die korte termijn van vier jaar. En ja, op een manier van beleid voeren die minder klassiek is.”

Al is niet iedereen even grote fan van Malfliets aanpak: “Er zijn veel goede ideeën, maar ze komen heel snel, waardoor het stilstaan bij de realisatie niet altijd genoeg kan gebeuren,” evalueert Van Kiel. “Malfliet heeft een andere aanpak dan andere vicerectoren, hierdoor is het voor iedereen wennen.”

Ook off the record merken een aantal stemmen op dat het aantal concrete verwezenlijkingen nog veel te beperkt is, zeker op het vlak van duurzaamheid en diversiteit.

“Ik heb inderdaad een andere stijl dan mijn collega’s,” bevestigt Malfliet. “Ik ben een buitenbeentje. Al ben ik ervan overtuigd dat ik met een gewone, pragmatische aanpak nooit was geraakt waar we nu staan met bijvoorbeeld cultuur. Ik had op zeker kunnen spelen, maar dat wilde ik niet. Enkel met zo’n ingesteldheid kan je moeilijke dingen realiseren. Niemand had bijvoorbeeld gedacht dat het BAC-atelier er ooit zou komen. ”

"Ik heb een andere stijl dan mijn collega's"

Katlijn Malfliet, vicerector Cultuur-, diversiteits-, en duurzaamheidsbeleid

Tijdens een gesprek met de rector (zie slot evaluatiereeks in Veto 4225) legt hij ons een lijst met belangrijke beleidsrealisaties voor. Daarin staan slechts 2 zaken onder cultuur, diversiteit en duurzaamheid. Ter vergelijking: er staan 16 verwezenlijkingen onder personeelsbeleid, 9 onder onderwijs- en studentenbeleid en 7 bij onderzoeksbeleid.

Opnieuw blijft het een vraagteken voor wat dat cijfer het meest tekenend is: de aanpak van de vicerector of het gebrek aan interesse binnen de academische overheid. Opnieuw: waarschijnlijk een combinatie van beiden.

“Ik heb niet het gevoel dat ik door eender wie wordt tegengewerkt,” nuanceert Malfliet zelf. “Ik zit op nieuwe beleidsdomeinen, dus eigenlijk doe ik nu aan veranderingsmanagement. De eerste reactie is in zulke situaties vaak sceptisch. De tweede reactie daarentegen is dat ze je een kans geven.”

Een van de twee verwezenlijkingen op de lijst van de rector vat de situatie misschien nog het best samen: “Voor het eerst expliciet aandacht voor deze domeinen op GeBu-niveau.”

Die aandacht is goed, maar komt er eigenlijk veel te laat. De KU Leuven blijft op het vlak van cultuur, diversiteit en duurzaamheid nog verre van een lichtbaken voor onze maatschappij. Die situatie volledig afschuiven op één vicerector is misschien deel van het probleem.

Volgend jaar verkiezen we opnieuw een rector. Maar hoe doet de huidige rectorale ploeg het? Tijd voor een grondige evaluatie. Deze week is het de beurt aan Cultuur-, diversiteits- en duurzaamheidsbeleid.