Europa wil 200 miljoen extra investeren in Erasmus+

Meer geld, minder last

05 december 2016
Artikel
Auteur(s): Simon Thys
Het Erasmus+ programma is een belangrijk project van en voor Europa. Al zijn er nog verbeterpuntjes.

Europa investeert 14,7 miljard euro in het Erasmus+ programma, waarmee studenten op uitwisseling kunnen naar een ander Europees land. In Vlaanderen groeien de budgetten tot 2019 en dus mag er niet op bespaard worden. Aangezien het Erasmus+ programma van groot belang is voor Europa, wil Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de Europese Commissie, een extra 200 miljoen euro uittrekken. Maar dat was gerekend buiten de lidstaten, die niet verder wilden gaan dan 100 miljoen euro.

Lang onderhandelen leverde geen langetermijnplanning op, maar het Europees Parlement dwong wel 50 miljoen euro af voor volgend jaar. Als ze de komende jaren steeds weer 50 miljoen in de wacht slepen, kunnen ze alsnog aan 200 miljoen euro komen.

Tine Soens (sp.a), Vlaams volksvertegenwoordiger, zegt dat het extra budget nodig is vanwege de stijgende populariteit. ‘Steeds meer mensen maken gebruik van de projecten van Erasmus+, wat meer omvat dan enkel studentenmobiliteit. Het actieplan Brains on the Move stelt dat er minstens een op de drie studenten een internationale ervaring zou moeten opdoen. Om daar te geraken is er uiteraard extra budget nodig.’

'Het is investeren in de toekomst van Europa in onzekere tijden'

Michael Gaebel, de directeur van de Higher Education Policy Unit van EUA

Begin volgend jaar wordt het programma geëvalueerd. De European University Association (EUA) bracht afgelopen week een rapport uit waarin de universiteiten die lid zijn van EUA geconsulteerd werden voor de bijdrage aan de tussentijdse evaluatie van Erasmus+. De universiteitenkoepel EUA is kritisch, want ook zij stellen dat er te weinig budget is. ‘Onderwijs en onderzoek zijn de gebieden waar geld echt een meerwaarde is voor Europa. Het is investeren in de toekomst van Europa in onzekere tijden’, aldus Michael Gaebel, de directeur van de Higher Education Policy Unit van EUA. ‘Erasmus+ is al erg succesvol geweest en het stimuleert de internationale samenwerking tussen naburige landen. Of er effectief meer budget komt, moet uiteindelijk het parlement beslissen samen met de lidstaten.’

Niet direct afhaken

De EUA stelt dat de onvoldoende budgetten een negatieve impact kunnen hebben op de participatiecijfers, zeker als ze kijken naar de economische verschillen tussen de lidstaten.

De KU Leuven heeft nog geen bericht ontvangen dat de budgetten zouden dalen. Als de budgetten zouden dalen, is er wel een strategie. ‘Als we dan toch met beperktere budgetten zouden zitten, moeten we eerder kijken naar de minderbegoede studenten. Die moeten we dan extra steun geven. Dat bestaat al, maar de minderbegoede studenten moeten vanaf hun start aan de KU Leuven weten dat een buitenlandse ervaring ook voor hen mogelijk is. Nu haken ze vaak af voor ze ervan weten’, aldus Karine Op De Beeck, verantwoordelijke voor de Internationale Studenten- en Personeelsmobiliteit.

Ook Soens bevestigt dat dit van groot belang is. ‘Vlaanderen zou extra moeten inzetten om kansengroepen mee te krijgen in het internationale verhaal. Daar zijn beurzen cruciaal voor’, zegt ze. ‘Minister Crevits heeft beslist dat er voor 2017 100.000 euro extra bijkomt voor Erasmus. Die beslissing juichen wij toe.’

Weg, last!

Maar geld is niet de enige kopzorg. Er werd gezegd dat Erasmus+ simpeler en flexibeler zou worden. De universiteiten verbonden aan EUA zeggen dat dit niet het geval is en ook de administratieve last verhoogd is. ‘De administratieve last kan verbeterd worden. Het is onze taak om met de instituties hierover te praten. Het is niet allemaal donker. In vergelijking met vorige programma's is er een verbetering, dus er is de capaciteit om verbeteringen aan te brengen’, meent Gaebel.

‘De administratie van Erasmus+ met partnerlanden buiten Europa is er over’

Karine Op De Beeck, verantwoordelijke voor de Internationale Studenten- en Personeelsmobiliteit

Ook de KU Leuven beaamt dit probleem. Ze stellen dat er voor het Erasmus+ programma met partnerlanden buiten Europa, veel werk is voor weinig beurzen. ‘De administratie van Erasmus+ met partnerlanden buiten Europa is er over’, stelt Op De Beeck. ‘De last moet eraf, maar er is altijd administratief werk om de kwaliteit te bewaren’, weet ze wel.

Het mag duidelijk wezen dat Erasmus een belangrijk project voor en van Europa is, zeker in tijden waar euroscepticisme voet aan grond krijgt. ‘Wij pleiten ervoor dat er extra investeringen komen zodat alle jongeren van een internationale ervaring kunnen genieten en op die manier positief in contact komen met Europa’, aldus Soens. En natuurlijk is Gaebel ook fan: ‘Je investeert in staf en in studenten. Dat zijn de generaties die Europa zullen leiden in allerlei posities.’