Engels taalbeleid aan de KU Leuven

Taalkundigen KU Leuven pleiten voor 'facultaire middenweg' en niet voor ‘Nederlandse toestanden’

25 November 2019
Artikel
Auteur(s): Pieter Jespers
Vlaanderen moet mee met de realiteit van Engelstalige opleidingen volgens de KU Leuven. Dat is opmerkelijk als je weet dat de KU Leuven nog steeds werkt aan een eigen taalbeleid.

De voornaamste reden waarom onze rector en vele onderwijsinstellingen met hem pleiten voor Engelstalige opleidingen luidt 'internationalisering'. Opvallend is echter dat de KU Leuven nog uitzoekt welke richting de faculteiten precies uit willen met het verengelsen van hun programma’s, als hefboom voor die internationalisering. Taalkundigen die zich daarmee bezig houden lijken af te stevenen op een gulden middenweg, waarmee we ver genoeg weg blijven van 'Nederlandse toestanden'. 

Nederlandse toestanden

Volgens Annette de Groot, emeritus hoogleraar Taalpsychologie aan de Universiteit van Amsterdam, is de invoering van Engelstalige opleidingen in Nederland zonder voorafgaand onderzoek gebeurd: 'Er is heel weinig literatuur over de effecten van Engelstalig onderwijs op de Engelse taalvaardigheid van de studenten. En voor zover die er al is, wijst die niet uit dat er een positief effect is.'

In 2017-2018 was in Nederland 23% van de bachelors en 74% van de masters Engelstalig

In Nederland regelt een wetsartikel uit 1991 de instructietaal in het hoger onderwijs. Wanneer de onderwijskwaliteit of de herkomst van studenten ertoe noodzaakt, mag men een vak in een vreemde taal geven en examineren. Die uitzondering wordt wel ruim geïnterpreteerd: in het academiejaar 2017-2018 was 23% van de bachelors en 74% van de masters Engelstalig. Vorig jaar waren ze samen goed voor maar liefst 58% volgens de Groot.

Leeftijd speelt geen rol 

'Collega’s van mij hebben in hun onderzoek gekeken naar het niveau van het Engels en het Frans in het eerste, het derde en het laatste jaar van het secundair onderwijs. Zij zagen dat het niveau van het Engels van bij de start al hoger lag dan de kennis van het Frans, ondanks het feit dat met met Frans al in het vijfde leerjaar of nog vroeger start', stelt Alex Housen, decaan van de Faculteit Letteren aan de VUB. Ook The European Survey on Language Competences (2015), die luister-, lees- en schrijfvaardigheid toetste, bevestigt dit: 'Even in educational systems where English is the second foreign language, the performance in English tends to be higher than in the other language tested.'

'Tegen het einde van het secundair hebben kinderen die geen Engels kregen in het lager zij die het wel kregen volledig ingehaald'

Elke Peters, hoofd onderzoeksgroep Taal en Onderwijs

Elke Peters, hoofd van de onderzoeksgroep Taal en Onderwijs aan de KU Leuven, verwijst tot slot naar recent onderzoek in Duitsland en Zwitserland. Daar onderzocht men wat er gebeurt wanneer kinderen vroeger of later starten met het leren van een vreemde taal, omdat men in deze landen al sinds 2006 en 2004 respectievelijk het vak Engels op de lagere school heeft. 'Op de leeftijd van dertien zie je nog verschillen tussen kinderen die het Engels al dan niet op de basisschool kregen. Maar tegen het einde van het secundair hebben zij die geen Engels kregen in het lager de groep die het wel kreeg volledig ingehaald', vertelt Peters.

Niet de leeftijd geeft de doorslag, wél de intensiteit of de uren taalonderricht: beter drie uur in het middelbaar, dan eentje in het lager.

Belang van onderwijstaal

Volgens de Groot vergroot de Engelse taalvaardigheid niet noemenswaardig door vakken in het Engels te geven: 'Er zijn daarvoor veel betere manieren. Stuur studenten bijvoorbeeld naar Engelssprekende landen.' Kris Van den Branden, verantwoordelijke voor de Educatieve Master Talen aan de KU Leuven, meent dat onderwijs toch ook een rol speelt. In 2017 was hij promotor van een review studie die peilde naar de effecten van vreemdetalenonderwijs in opdracht van de Vlaamse overheid. 'Onderwijs helpt je enerzijds om correcter volgens de normen van de taal te spreken en te schrijven. Anderzijds leer je de vreemde taal gebruiken om zakelijker en academischer te schrijven en literatuur beter te begrijpen en te nuanceren. Bovendien krijg je meer inzichten in hoe de taal is opgebouwd.'

Housen beaamt: 'Ons onderzoek toont ook dat de basiskennis van het Frans en het Engels bij kinderen in het secundair onderwijs hoger ligt bij het Engels dan bij het Frans. Alleen wanneer het gaat om formele en geschreven teksten, zag je dat het Engels niet beter was dan het Frans. Daarvoor helpt Engels in het hoger onderwijs wel.'

De faculteit beslist

Sinds 2016-2017 ontwikkelt de KU Leuven een taalbeleid om de '21e-eeuwse taalcompetenties nodig voor arbeidsmarkt, maatschappelijk en persoonlijk leven' aan te leren en 'de slaagkansen en academische output van studenten te verhogen'. Van den Branden werkte samen met collega Lieve De Wachter van het Instituut voor Levende Talen (ILT) aan dit universiteitsbrede 'Talenbeleid aan de KU Leuven'. In het project werden ze benaderd door een aantal faculteiten met vragen over welke richting men uit moet met het Engels in hun opleidingen. 'De faculteit ingenieurswetenschappen heeft ons bijvoorbeeld gevraagd of we kunnen nagaan wat (1) hun studenten eigenlijk nodig hebben aan taalvaardigheid Engels en (2) in welke mate we hen daarop moeten voorbereiden.' De vraag 'wat met het Engels aan de KU Leuven?' wordt dus helemaal nog niet zo lang gesteld.

Zelfs na een maand konden studenten die Engelse teksten studeerden even goed waar/niet waar-vragen beantwoorden

'Wat ook uit het rapport naar voren is gekomen is dat studenten meer ondersteuning verwachten van de faculteit,' zegt Van den Branden. 'Het was bijvoorbeeld heel opvallend dat wij aan de KU Leuven beschikken over een schrijfcentrum aan het ILT, maar een heel aantal studenten hun weg daar onvoldoende naartoe vinden. Ook voor het Engels.'  Voor taalpsychologe aan de Artevelde Hogeschool Heleen Vander Beken is het wel belangrijk dat studenten de vaardigheden in het Engels ontwikkelen: ‘We kunnen er niet omheen dat leerlingen in hun academische bachelor het Engels voldoende moeten beheersen om vakliteratuur te kunnen opzoeken. Als je dat niet doet, dan creëer je leerlingen die informatie niet zelfkritisch kunnen opzoeken. Waar ik dan weer geen voorstander van ben, is om in het eerste jaar al heel veel vakken in het Engels te geven.'

Onderwijskwaliteit niet noodzakelijk in het gedrang 

De studiesnelheid van Engelstalige vakken gaat bij eerstejaars 17% naar beneden. 'Dat is onderzocht door collega's met een eyetracking studie, het monitoren van oogbewegingen dus', stelt Vander Beken. 'Die resultaten verkregen we voor zowel lezen als studeren.'

Uit haar eigen onderzoek - waarmee ze deelnam aan de PhD Cup 2019 – blijkt wel dat studenten Engelse leerstof niet even goed kunnen reproduceren als Nederlandse leerstof, bijvoorbeeld in een open essayvraag. Het ligt daarbij niet aan gebrekkige Engelse schrijfvaardigheden, maar aan de herinnering zelf. Want studenten die Engelse leerstof moesten verwerken en in het Nederlands mochten antwoorden scoorden niet significant beter dan zij die in het Engels moesten antwoorden. Details onthouden is dan weer geen probleem: ook na een maand konden studenten die Engelse teksten studeerden onder tijdsdruk even goed waar/niet waar-vragen beantwoorden, als zij die de tekst in het Nederlands lazen. 'Onze bevindingen zijn wel beïnvloed door tijdsdruk. Als mensen alle tijd krijgen, ligt dat anders', nuanceert Vander Beken.

'Wij hebben altijd gezegd dat een taalbeleidsvisie op Engels of Nederlands faculteitsspecifiek is'

Kris Van den Branden, verantwoordelijke Specifieke Lerarenopleding Letteren

Daarom is ze van oordeel dat de onderwijskwaliteit niet hoeft te lijden onder verengelsing: 'In de ECTS-fiches staan vaak studie-uren en dan kan je kiezen: vergroot je het aantal uren of geef je minder leerstof?' De Groot verwijst echter naar a systematic review of English medium instruction in higher education, een overzichtsstudie die vorig jaar verscheen. Daaruit blijkt dat studies die kijken naar de effecten van het Engels als instructietaal in het hoger onderwijs alle kanten uitgaan wat betreft hun bevindingen. Daardoor zijn de gevolgen voor de onderwijskwaliteit volgens haar niet voldoende uitgeklaard.

Aurea mediocritas

Vander Beken vindt het debat te gepolariseerd: 'Laat het gewoon afhangen van de relevantie. Het is onnozel om een ingenieur niet te leren werken in het Engels. Maar als je een filosoof hebt die Nederlandse of Duitse teksten moet kennen om te werken, dan moeten we niet honderd percent overschakelen naar het Engels.' Van den Branden sluit zich daarbij aan: 'Men moet analyseren in welke mate studenten op de arbeidsmarkt en in bedrijven terecht komen waarin ze Engels echt moeten gebruiken en zich dan de vraag stellen wat ze precies met dat Engels moeten doen en hoe je ze tijdens die opleiding gericht daarbij kan ondersteunen. In het taalproject hebben wij altijd gezegd dat een taalbeleidsvisie op Engels of Nederlands faculteitsspecifiek is.'