Een koffietje, een leuke babbel, meer moet dat niet zijn

In de marge: animator in het rusthuis

14 November 2017
Interview
Auteur(s): Vinsent Nollet
De reeks ‘In de marge’ zoekt studenten die zich inzetten voor minder zichtbare vormen van vrijwilligerswerk. Deze editie spraken we met Jef, student handelsingenieur en animator in het rusthuis.

‘Ze noemen mij ‘animator’. Ik heb vanaf het begin gezegd dat ik geen zorgverlener wilde zijn. Ik kan dat ook niet en het is niet mijn interesse. Ik steek elke vrijdag een handje toe in het rusthuis. Dat engagement is zeer breed. Vanaf 8u help ik met het ontbijt en om 10u doe ik een activiteit met de bewoners. Vaak zijn dat klassiekers als een bingo, quiz of dansje, maar ook uitstappen.'

'Onlangs ben ik ook gewoon een uurtje de stad ingetrokken met een bewoner wiens kamergenoot was overleden. We zijn dan samen een koffietje gaan drinken, om de gedachten wat te verzetten. Er gebeurt altijd wel wat anders.’

Hoe ben je in het woonzorgcentrum terecht gekomen?

‘Studenten hebben veel tijd op overschot. Je dwingt weinig respect af met uitgaan alleen. Ik voelde me persoonlijk gewoon een beetje nutteloos. Ik kon toch iéts doen, vond ik. Dan ben ik naar het rusthuis gestapt met de vraag of ze me daar niet konden gebruiken. Dat was gewoon het eerste wat in me opkwam en ze waren daar heel blij mee. Ik kon meteen beginnen.’

‘Het leek me zo’n plek waar je echt iemand blij kunt maken en dat is ook echt zo. Het valt meteen op als ik binnenwandel, dat geeft veel voldoening.’

Sta je soms voor moeilijke situaties?

'Het is soms wel moeilijk, in die zin dat er mensen zijn die echt niet zo gelukkig zijn. Na een overlijden bijvoorbeeld, of mensen die eenzaam zijn. Maar het is net goed dat jij er dan kunt zijn voor een babbel of een activiteit.’

‘Het helpt om er gewoon over te kunnen praten, ook al zeg jij dan niets terug. Bij verdriet over een overleden partner laat je ze daarover vertellen en dan luister je gewoon. Dat doet hen deugd en je staat hen zo ook toe om er trots over te zijn, eerder dan verdrietig. Wie die persoon was, wat die gedaan heeft. Het is leuk als er iemand is die luistert.'

Staan de bewoners ervoor open dat jij die rol invult?

‘Vaak weten mensen zelf niet zoveel meer over zichzelf of over vroeger. Ze kunnen er dan ook weinig over kwijt. Je hebt ook bewoners die liever op zichzelf zijn en zich naar hun kamer terugtrekken bij een activiteit. Dat respecteer je. Ook die mensen kun je beïnvloeden door maar gewoon een beetje goed gestemd en positief te zijn, dan hoef je er nog niet mee gesproken te hebben.’

‘Ook voor dementerende bewoners geldt dat. Ze vergeten snel, maar de emoties houden ze veel langer bij. Als je dan een leuke babbel hebt, houden ze dat lang vol. Ze vallen dan veel in herhaling, maar verheugen zich telkens weer om het antwoord. Die gesprekken hebben zeker nut.’

‘Dat maakt me ook niet ongemakkelijk. Niemand kiest daarvoor. Ik hoop dat als ik zelf later dement zou worden en voortdurend hetzelfde vertel, er toch iemand is die naar me luistert.’

Zou je kunnen zeggen dat je vrienden vindt in het rusthuis?

(lacht) ‘Ja, eigenlijk wel. Ik ging normaal gezien enkele dagen geleden met Simone, een vrouw die er nog goed bij is, maar wat moeite heeft met haar evenwicht, een pintje pakken in de namiddag. Ze was wat ziekjes, dus het ging niet door. We zullen volgende week dan wel gaan.'

‘We hebben zo’n andere levensstijl dat we wel nooit dikke vrienden zullen worden, maar ik mis hen wel. In de vakantie bijvoorbeeld. Het kan dan echt deugd doen om weer terug te zijn.’

Zijn er situaties die je bijgebleven zijn?

‘Martje is zeer dement. Ze herkent me niet en kan me niet onthouden. Maar het grappige is dat ze elke week wanneer ik langskom exact hetzelfde tegen me zegt. ‘Ah, schone jongen’, zegt ze dan. Altijd op precies dezelfde manier. Zo hebben ze allemaal wel een aantal dingen die ze exact zeggen zoals ze het denken. Ze zijn dan zo eerlijk, maar hebben het zelf niet eens door. Die oprechtheid vind ik mooi. Dat geeft een goed gevoel.'

Denk je dat iedereen geschikt is om te doen wat jij doet?

'Ik denk van wel, omwille van wat het is. Iedereen zou eens moeten zien hoe het daar is en hoe het niet altijd even correct is hoe ze die mensen daar plaatsen. Ik denk dat je daar veel uit kan leren.'

'Of iedereen er ook goed in kan zijn? Voor sommige mensen is het misschien gewoon wat moeilijker. Iedereen kan het, maar het is moeilijk om mensen zo kwetsbaar aan te treffen. Je moet sociaal zijn, je moet mensen kunnen verstaan, je moet je in hun positie kunnen verplaatsen. Maar iedereen moet het zeker proberen, desnoods voor één keer. Het geeft veel meer inzicht in wat het is.'

Wat heb jij er uit geleerd?

‘Vooral het belang van animatie. Je hebt echt weinig te doen in een rusthuis, daar had ik nooit zo bij stilgestaan. Tegelijk zijn dat mensen die een heel leven achter zich hebben, die zoals ik waren, die ook jong geweest zijn.’

‘Ze hebben zoveel te vertellen, maar zo weinig mensen om ernaar te luisteren. Het rusthuis probeert daar wat aan te doen en ik waardeer iedereen die zich ervoor inzet. Maar het is nooit vergelijkbaar met het leven dat ze voordien hadden. Zeker omdat ze er niet voor kozen om daar te zitten. Je moet je de vraag stellen hoe dat voelt. Dat zet mij ook het meest aan om er elke vrijdag weer te staan. Je voelt je daar nuttig.’

Gerelateerde Artikels