Een intieme, bevreemdende zwanenzang voor Harry Dean Stanton

Recensie: Lucky

19 februari 2018
Recensie
Karakterkop Harry Dean Stanton zet in ‘Lucky’ een doorleefde, eenzame cowboy neer, in een film die geen beter afscheid had kunnen zijn van de acteur, zelfs als die niet zo bedoeld was.

Buiten deze film was Lucky, een negentiger in een verlaten woestijndorp ergens in de Verenigde Staten, misschien een vrij banaal personage geweest. We volgen hem tijdens zijn ochtendroutine, zien hem rondslenteren in zijn witte ondergoed en volgen hem terwijl hij elke dag dezelfde route afwerkt doorheen het dorp. Na enkele minuten al is het duidelijk dat ‘Lucky’ een heel bescheiden film is, met een soort knorrige, bejaarde Lucky Luke als exponent.

Het is vooral de manier waarop Stanton die rol op zijn schouders neemt - een zeldzame hoofdrol voor de rasacteur - die van de film meer maakt dan louter een minimalistische prent over ‘loveable outcasts’ in de woestijn. Op zijn meest eenzame momenten is het gewicht van een heel leven voelbaar, en wanneer Lucky het harnas van zijn ouderdom en de naderende dood even aflegt, resulteert dat in ontroerende cinema.

Regisseur John Carroll Lynch, die met deze film de overstap maakt van acteerwerk naar regie, doorspekt de film met referenties, onder andere naar ‘Paris, Texas’, de film waarmee Stanton in 1984 een eerste grote hoofdrol scoorde. In een even korte als hartbrekende anekdote verschijnt ook ‘To Kill a Mockingbird’ even ten tonele. Lynch, die zelf net als Stanton voornamelijk bijrollen speelt (u herkent hem waarschijnlijk als de Zodiac Killer in ‘Zodiac’), mag wat ons betreft gelijk een bank vooruit. Die kus van de juffrouw volgt nog wel.

‘Lucky’ bewoont het grijze terrein tussen een film waarin niets gebeurt en een film waarin het eigenlijk net over alles tegelijk gaat

Lucky excelleert ook in subtiele dialogen. Wanneer Lucky aan tafel schuift met een collega-oorlogsveteraan heeft de film maar enkele zinnen nodig om het trauma en de onderlinge verbondenheid van de twee tastbaar te maken. David Lynch maakt een opgemerkte cameo als Howard, een man die treurt om het verlies van zijn ontsnapte landschildpad, President Roosevelt. Zonder ooit al te elitair te worden blijft het niveau hoog.

En zo rolt de film gemoedelijk verder, wachtend op een einde waarvan alle personages weten dat het ooit komt. Die traagheid zit in elke vezel van de film - cactussen en schildpadden belichamen de eenzame wacht die elk personage op zijn of haar manier lijkt te houden. Met nog een geut Johnny Cash en wat harmonicamuziek op de achtergrond is de setting helemaal af. Al kan die traagheid wel gevaarlijk dicht aanleunen bij een te traag tempo.

‘Lucky’ bewoont het grijze terrein tussen een film waarin niets gebeurt en een film waarin het eigenlijk net over alles tegelijk gaat. Het is moeilijk om de film los te maken van het feit dat Stanton twee weken voor de release ervan overleed - het geeft de film een extra laag die van Lucky misschien nog net iets meer een menselijk persoon maakt. Als filmliefhebber kan je maar gelukkig zijn dat Stanton zo kan uitzwaaien.

Gerelateerde Artikels