Dossier: SOS Fuifzaal

"Het is een schande dat Leuven nauwelijks een grote feestruimte heeft"

08 februari 2016
Artikel
Kleine fuifzalen genoeg in Leuven, maar wie het groot ziet, moet naar Alma 2. Tenzij daar gegeten wordt, natuurlijk. De vraag rijst of Leuven nood heeft aan een nieuwe feestplek en waaraan die zoal mo

“In al mijn jaren als burgemeester heb ik maar één betoging meegemaakt waar 1000 studenten aan meededen. Dat was voor een fuifzaal.” Het is een van de bekendste quotes van burgemeester Louis Tobback.

De situatie is al jaren dezelfde. Er zijn heel wat kleinere en middelgrote zalen om een fuif in te geven, van de Social Club over de Lido en de Odil tot Albatros, de fuifzaal van LOKO. Om een groot event in te organiseren, kunnen studenten maar naar één locatie: Alma 2.

“Alma 2 is niet bedoeld om een fuif in te geven,” vindt Jasper Camps, feestpreses van Industria, dat de VW Campus Tour organiseert in Alma 2. “De grote lichtbak in het midden maakt het bijvoorbeeld heel moeilijk om eigen licht- en geluidsmateriaal op te hangen.”

Ook praktisch is het niet altijd evident. “We kunnen pas beginnen opstellen als het restaurant sluit, rond 20 uur dus. De dag erna moet alles om 10 uur opgeruimd zijn,” zegt Camps.

MONOPOLIEPOSITIE

Opvallend is dat de huurprijzen van Alma als fuifzaal niet volledig transparant zijn. Die worden namelijk besproken in het dagelijks bestuur van Alma, terwijl de studenten enkel vertegenwoordigd zijn in de raad van bestuur.

“We zijn niet helemaal op de hoogte van de huurprijzen van Alma 2. Fuifzaal Alma behoort niet tot het takenpakket van de studentenvertegenwoordigers,” vertelt Toon Van Schel, Almamandataris bij LOKO in een periode van grote financiële strubbelingen bij het studentenrestaurant.

“We zijn niet helemaal op de hoogte van de huurprijzen van Alma 2”

Toon Van Schel, Almamandataris bij LOKO

“Alma 2 als fuifzaal openstellen is een gunst van de universiteit naar de studenten toe. De universiteit wordt gesubsidieerd door de overheid en is een deel van de dienstverlening aan de studenten. Het is niet de bedoeling om aan commercieel winstbejag te doen,” treedt schepen van Studentenzaken Bieke Verlinden verdedigend op.

Zij benadrukt de grote toegeving die stad en universiteit doen: “We wisten dat een aantal fuifzalen sloten en we een alternatieve locatie ter beschikking moesten stellen. In overleg met de buurt en met een duidelijk spreidingsprogramma blijft Alma een studentenrestaurant dat als alternatieve fuiflocatie kan worden gebruikt.”

TE VER

“De Alma ligt in het midden van een woonbuurt en de locatie is er ook niet op voorzien,” wijst Verlinden op de moeilijkheden die de regeling met zich meebrengt. Die ligging is volgens feestpreses Camps net dé grote troef van Alma 2.

Schepen van Feestelijkheden Dirk Vansina heeft al uitvoerig gezocht naar een geschikte fuiflocatie naast Alma 2, maar die blijkt onvindbaar. “We hebben zelfs een studie uitbesteed om een goede plek te zoeken, maar we hebben die niet gevonden.”

“Er moet rekening gehouden worden met de bewoning. Je kan wel goed isoleren, maar je zit altijd met feestgangers die komen en gaan,” analyseert Vansina. “We hebben daarom ook gezocht naar locaties buiten de ring, maar dat vinden de studenten te ver.” Ook de horecazaken zijn geen voorstander van een zaal buiten de ring. “Dat zou te veel van hun cliënteel wegtrekken,” aldus Verlinden.

“We kregen een boete voor geluidsoverlast. De buren hadden ons nochtans gefeliciteerd”

Toon Janssens, ex-uitbater Silo

RIP SILO

De laatste grote fuifzaal in Leuven was de legendarische Silo, waar in totaal tot 1100 feestgangers terecht konden. Uitbater Toon Janssens vertelt: “Ons interieur was strak met houten vloeren, en een zwart-witte inrichting. Als je binnenkwam, kreeg je een kick van het underground-gevoel dat er heerste.”

Maar aan het succesverhaal kwam in 2011 een eind: “Het laatste half jaar kregen we een nieuwe buur als een van de weinige buurtbewoners. Vanaf toen kregen we wekelijks klachten wegens geluidsoverlast. Dat leidde tot steeds meer boetes en op termijn tot onze sluiting.”

“Een maand na onze sluiting is de buur verhuisd,” lacht Janssens zuur. Hij verwijt het stadsbestuur een te passieve houding: “Zonder twijfel is het stadsbestuur gefaald dat geschil op te lossen. Wij vroegen een sociaal onderhoud aan. Wij boden onze buur extra isolatie aan, maar stuitten steeds op een njet.”

Na de sluiting van zijn club, organiseerde Janssens eenmalig een evenement in de Hoorn. Ook daar botste hij op moeilijkheden met de stad: “We kregen achteraf een boete voor geluidsoverlast. De buren hadden ons nochtans gefeliciteerd voor de goede gang van zaken.”

“Het is jammer dat een stad als Leuven met zo veel jongeren nauwelijks een deftige ruimte aanbiedt om te feesten,” vindt Janssens. Ook feestpreses Camps concludeert dat een nieuwe, grote fuifzaal geen overbodige luxe zou zijn. “Elke Leuvense vereniging is daarnaar op zoek, denk ik.”

Vansina verdedigt het huidig fuifbeleid van de stad: “Er zijn inderdaad 40.000 studenten, maar er zijn ook 90.000 Leuvenaars die hun recht hebben op wonen in de stad en op stilte en nachtrust. Het is onze taak om dat evenwicht te bewaren.” Verlinden ziet geen probleem: “Het uitgaansleven floreert. Ik denk dat je op geen enkel nachtelijk uur kunt passeren zonder beweging te voelen.”