'Dealen in Leuven is een gat in de markt'

Interview met een dealer

08 mei 2017
Interview
Auteur(s): Simon Thys
Drugs moeten ergens vandaan komen, daarom zijn er dealers. ‘Ik ben niet echt een standaard dealer. Ik koop aan voor mijn vrienden, maar dat is ook met een korrel zout te nemen.'

We ontmoeten Joris* op de Oude Markt. Gezellige kerel, een doodnormale student, al verkoopt hij illegale middelen.

‘Het is allemaal begonnen vorig jaar op een festival. Een vriend van een vriendin van mij is een echte dealer. Ik ben daar pillen gaan kopen voor alle vrienden, maar die gaf me wat gratis mee omdat ik daar zoveel kocht. Die gratis pillen heb ik dan verkocht. Dat was de eerste keer en ik ben naar huis gegaan met ongeveer 130 euro.’

‘Daarna had ik eens wat geld en had ik een zak gekocht met wat bollen (xtc-pillen, red.). Dat was snel verkocht en zo ben ik daar ingerold. Ik ben dat blijven doen en groter gegaan, naar af en toe een zak van een honderdtal pillen. Dat dan weer verkocht. Het gaat vrij snel.’

Deal je dan vooral tijdens het uitgaan?
Joris: ‘Als ik uitga, neem ik ongeveer tien pillen mee omdat ik weet dat ik daar toch vanaf raak daar. Maar ik probeer daar niet mee te koop te lopen. Maar soms mislukt dat als ik te scheil ben.’

‘Ik weet altijd wel aan wie ik verkoop, het is niet zo dat ik met wildvreemden afspreek.’

Da's maffia

Is het niet lastig om daar altijd mee bezig te zijn?
‘Ik ben het ook wel wat beu aan het worden. Ik was gewoon begonnen om mezelf te voorzien, maar dan met wat meer te kopen voor de vrienden ook. Met de p'kes (xtc-pillen, red.) is het risico ook groter. En ik steek daar wel wat tijd in.'

'Ik merk dat veel vrienden te veel drugs nemen'

‘Het is ook lastig dat iedereen altijd naar jou moet komen. Ik was er onlangs over aan het denken om te stoppen, maar ja, hoe haal ik dan zelf? Ik wil hier gewoon weer een kleine voorraad drugs hebben liggen voor mezelf, zonder dat iedereen me er voortdurend om vraagt.’

Hoe kom je bij die dealers in het groot?
‘Ik heb er een paar vaste. Eén heb ik leren kennen op dat festival. Super vriendelijke kerel, die regelt altijd alles goed en kan veel fiksen. Dan heb ik er eentje in Mechelen die ik in Leuven tijdens het uitgaan heb leren kennen. Daar ga ik morgen naartoe, maar dat doe ik niet zo graag. Ik vind dat wat ‘nen Johnny’. Maar ja, wanneer de nood het hoogst is. (lacht)

Voel je je ook verantwoordelijk aan wie je verkoopt?
‘Ik merk dat veel vrienden te veel drugs nemen. Het is echt normaal geworden en sommigen zitten dat nu op de stomste feestjes te pakken. Ik zeg dan: ‘Stop daarmee, da’s toch de moeite niet?’ Die kunnen precies niet meer zonder. Ik voel me daar wel wat verantwoordelijk voor. Ik moet eerlijk zeggen, ik heb ook een periode gehad dat ik echt vaak nam. Nu ben ik wel goed geminderd.’

Is er in Leuven veel vraag naar?
‘Dealen in Leuven is een gat in de markt. Ik heb gemerkt dat er hier precies niet zoveel dealers rondlopen. Wiet-dealers vind je overal, maar een stad als Antwerpen en Limburg zitten echt vol drugsdealers. Da’s daar maffia, hé. In Leuven denk ik niet dat er veel zijn. Die dealers komen meestal van andere steden en die komen dan eventjes in Leuven verkopen, denk ik, tijdens het feesten.’

‘Die dealen gewoon waar ze wonen, maar als ze ergens anders zijn, verkopen die ook gewoon omdat ze er toch munt uit kunnen slaan. Als je het risico wilt nemen en je gaat op een donderdagavond uit, dan kan je belachelijk veel geld verdienen. Daar verkoop je makkelijk 25 pillen op een avond. Maar gepakt worden, dat is het ook allemaal niet waard.’

*Joris is een gefingeerde naam.