De vlammende bibliotheek

De ommekeer

14 december 2015
Longread
Auteur(s): Roderik De Turck , Maarten Langhendries
In de nacht van 25 augustus 1914 ontketenen de Duitsers in Leuven een furie die zijn weerga niet kent. De universiteitsbibliotheek gaat in vlammen op, en talloze literaire schatten gaan verloren.

4 augustus 1914: het Duitse leger steekt de Belgische grens over en schendt zo de neutraliteit van het land. Al snel bezetten de Duitsers Leuven en trekken de Belgische troepen zich terug op de vesting Antwerpen. Vandaar voeren ze gerichte guerrilla-aanvallen uit op de Duitse aanvoerlijnen, tot grote frustratie van de bezetters.

Daar komt nog eens de angst voor franc-tireurs bij: "Dat zijn burgers die uit vaderlandsliefde of verzet op reguliere Duitsers zouden hebben geschoten," legt Mark Derez, archivaris van de Universiteitsbibliotheek, uit. "In 1914 zijn veel Duitse soldaten overtuigd van het bestaan van franc-tireurs. Ze kenden dat ook al van de oorlog met Frankrijk in 1870."


DUITSE FRUSTRATIE

Op 25 augustus komt die Duitse frustratie, na alweer een geslaagde aanval van de Belgen tot een uitbarsting. 3000 huizen en een aantal universiteitsgebouwen, waaronder de bibliotheek die toen nog in de Naamsestraat lag, gingen in vlammen op. Wat er die nacht precies gebeurd is, blijft echter - net zoals in de Tweede Wereldoorlog - onduidelijk. "De Duitsers hebben meteen hun repressief optreden vergoelijkt als een strafmaatregel," zegt Derez.

De meest objectieve uitleg is dat het garnizoen van Duitse soldaten op terugtrekkende eigen troepen geschoten heeft. "Daartegenover staan de verklaringen dat er meer voorbedachte rade bij de Duitsers was," gaat Derez verder, "om te voorkomen dat ook in Brussel of rest van het land de burgers in opstand zouden komen."

Voor WOI was Duitsland een soort modelland, in de exacte wetenschappen, maar ook in de humane

Jo Tollebeek, historicus en decaan van faculteit Letteren

Nochtans waren de relaties tussen de KU Leuven en Duitsland tot kort voor de inval zeer goed. Professoren stuurden vaak hun beste studenten naar Duitse universiteiten en iedereen was in de ban van de Duitse studentenromantiek. "Voor WOI was Duitsland een soort modelland, in de exacte wetenschappen, maar ook in de humane," bevestigt Jo Tollebeek, historicus en decaan van faculteit Letteren. Nog ironischer: vlak voor de oorlog was de universiteitsbibliotheek nog opgeknapt door een Duits bedrijf uit Leibniz.

Nu leggen diezelfde Duitsers de bibliotheek echter in as, waarbij rond de 300 000 boeken verloren gingen. Daar zijn ook 1000 oude handschriften en 8000 wiegendrukken bij. Ook de pauselijke stichtingsbul van de KU Leuven gaat in vlammen op.

Professor Henry de Vocht kan nog net, terwijl de kogels hem om de oren fluiten, uit zijn brandend huis vluchten met zijn brieven van Erasmus en Thomas More. Het zijn nog steeds topstukken van de huidige bibliotheek.

PROPAGANDAOORLOG

Vele andere kostbare geschriften zijn reddeloos verloren. Daardoor krijgt Leuven een hoofdrol in de propagandaoorlog. "Die brand heeft het middeleeuwse bibliotheeksgebouw volledig verwoest. Dat heeft Leuven als oorlogsslachtoffer op de kaart gezet,” zegt Tollebeek.

De Duitsers zien dat echter niet zo: "In eerste instantie hebben ze zich daarmee op de borst geklopt, niet als schuldbekentenis, eerder als “zo pakken we dat aan”,”legt Derez uit. Al snel keren hun acties zich tegen hen, en in de geallieerde propaganda worden de Duitsers, “The Hun”, als cultuurbarbaren afgeschilderd. “Leuven heeft dat ook uitgespeeld als een soort retoriek dat de Duitsers een soort barbaren waren die beschaving vernietigd hadden,” duidt Tollebeek.


Die brand heeft het middeleeuwse bibliotheeksgebouw volledig verwoest. Dat heeft Leuven als oorlogsslachtoffer op de kaart gezet

Jo Tollebeek, historicus en decaan van faculteit Letteren

“Ze hebben zich daar in al hun arrogantie serieus misrekend en zichzelf daarmee in de voet geschoten,” bevestigt Derez. De brand van de Leuvense universiteitsbibliotheek krijgt zo een echte symboolfunctie. De Duitsers proberen hun fout nog recht te zetten met allerlei mooie beloftes en schadevergoedingen, maar daar is rector Ladeuze nooit op ingaan. Die laatste zou zich heel de oorlog tegen de bezetter blijven verzetten en heeft zich nadrukkelijk afgekeerd van elke samenwerking met het Duitse Keizerrijk. De universiteit bleef ook de hele oorlog gesloten, en de tweede zittijd van 1914 viel daardoor pas in 1919.

Echt activisme is sowieso niet aan de orde in Leuven: "Collaboratie zoals in WOII, heb je dan niet. Noch de communautaire vraag, noch de ideologie sprak de universitaire gemeenschap aan," benadrukt Tollebeek. Toch slaagde niet iedereen erin te weerstaan aan de aantrekkingskracht van de Duitsers. “We zijn vaak geneigd WOI als een voorloper van WOII te zien, maar dat is niet zo,” besluit Tollebeek.

PEK EN VEREN

Jozef De Cock, een bij studenten heel populaire professor Germanistiek, stond iets te dicht bij de bezetter, en dat werd hem na de oorlog niet in dank afgenomen. “Hij is na de oorlog met pek en veren overladen, en hij heeft de universiteit moeten verlaten,” bevestigt Derez. Daarna verbleef hij in ballingschap in Nederland.

De brand van de universiteitsbibliotheek zal de hele oorlog lang strategisch ingezet worden door geallieerden om de Duitsers voor te stellen als volstrekt cultuurloos volk. “Samen met de vernietiging van de Kathedraal van Reims, is Leuven daarmee een beeld van de barbarij van de Duitsers. De universiteit maakt daar handig gebruik van om fondsen te werven,” verklaart Tollebeek.

Met dat geld zal er vrij snel een nieuwe bibliotheek getekend worden door een Amerikaanse architect die verder ook shopping malls ontwierp, bevestigt Tollebeek. “De nieuwe bibliotheek komt op een andere locatie. Hoewel de bibliotheek historiserend overkomt van buiten, is ze hypermodern vanbinnen.”