De veiligheidsparadox na Parijs

Meer aandacht voor veiligheid veroorzaakt onveilig gevoel

23 november 2015
Artikel
Auteur(s): Margot De Boeck
Het Leuvens instituut voor criminologie organiseerde een congres over veiligheid in Europa. De onderzoeksresultaten werden gepresenteerd op een bijzonder moment: vlak na de aanslagen in Parijs.

Er zijn nauwelijks aanwezigen op het persmoment van het congres. “De journalisten hebben het te druk met de situatie in Parijs op te volgen,” klinkt het. Opvallend, want het onderzoek legt precies interculturele conflicten in Europa onder de loep.

Ivo Aertsen, professor aan LINC (Leuvens Instituut voor Criminologie) vertelt: “Door sociale media komt de focus te liggen op het kortetermijnperspectief. Een kwartier na de aanslag weet de hele wereld het.”

Aertsen wijst op de gevaarlijke gevolgen daarvan: “Mede dankzij de media kan het moderne terrorisme bestaan. Terroristen willen een sfeer van angst creëren. Het doelwit zijn niet de 130 mensen in Parijs. Het reële doelwit is de gehele westerse samenleving.”

De aanslagen in Parijs kwamen ook aan bod in de debatten tijdens de conferentie. “We hebben een extra sessie rond Parijs ingelast. Een onderzoeker uit de Sorbonne is een dag later aangekomen. Zij had eerst nog een sessie gehouden met haar studenten. Een deel van hen kwam uit Maghreblanden. Zij durfden toen niets te zeggen. Maar dat gesprek moet je blijven voeren,” benadrukt Aertsen.

Te veel veiligheid

LINC deed in samenwerking met 7 universiteiten vier jaar onderzoek in verschillende Europese gebieden: in Hongarije keek men naar percepties rond de Roma-minderheid, in Noord-Ierland naar religieuze spanningen, in de grensgebieden in Zuidoost-Europa naar etnische verschillen.

“Onze vaststelling is dat veel maatschappelijke problemen worden geformuleerd in termen van onveiligheid, alsof het veiligheidsproblemen zijn,” licht Aertsen toe. “Naarmate we in de samenleving meer aandacht geven aan veiligheid, voelen we ons onveiliger. Dat is een opvallende paradox. De vraag is: zijn we niet te veel het veiligheidsdiscours aan het opdrijven?”


"Totale risico-uitsluiting is onmogelijk"

Inge Vanfraechem, Onderzoeker LINC

“Onze Noord-Ierse collega’s vertelden dat ze jarenlang hebben geleefd met militairen in de straat. Zij hadden zich nooit zo onveilig gevoeld. Je wordt voortdurend herinnerd aan het feit dat je misschien gevaar loopt,” vertelt collega-onderzoeker aan het LINC Inge Vanfraechem.

“Totale risico-uitsluiting is onmogelijk,” vervolgt ze. “Aanslagen gebeuren op momenten dat dat het minst verwacht wordt. Daar moeten we mee leren leven.”

Ongemakkelijke waarheid

“Wil je op termijn preventief werken, is het belangrijk de motieven van terroristen te begrijpen. Dit kan je enkel doen door in contact te blijven. Je mag geradicaliseerde Syriëstrijders niet gaan isoleren. Een verblijf in de gevangenis zal hen en de samenleving niet veiliger maken,” zet Aertsen uiteen.

“Wij willen nu kijken in hoeverre de rondetafelgesprekken van Hans Bonte in Vilvoorde aansluiten bij de methode zoals wij die in ons onderzoek hebben ontwikkeld,” vertelt Vanfraechem.

"Naarmate we in de samenleving meer aandacht geven aan veiligheid, voelen we ons onveiliger"

Ivo Aertsen, Onderzoeker LINC

Die methode zet in op het gesprek en op intermediaire structuren. Vooraf wordt nagegaan welke rol deze bemiddelaars spelen onder de lokale bevolking. “Dit zijn langetermijnprocessen die veel energie vergen,” benadrukt Aertsen.

Dat religie niet het enige motief is voor de aanslagen in Parijs maken beide onderzoekers duidelijk. Vanfraechem: “Bij het Joods museum heb je het conflict in Israël en Palestina. Bij Charlie Hebdo kon je het nog enigszins begrijpen door de satire. Nu wordt een aanslag gepleegd op mensen op café en in een concertzaal. Dat klopt niet in onze bestaande beeldvorming.”

“Je kan wijzen naar religie en je hebt je etiket gevonden. Maar de realiteit zit veel complexer in elkaar, en dat is voor ons allen een ongemakkelijke waarheid,” besluit ze.