De Legende (5): Andre Watteyne

“In Kortrijk ligt lachen met Club Brugge nogal gevoelig”

18 april 2016
Interview
Auteur(s): Margot De Boeck
André Watteyne is een klinkende naam op de Kulak, waar hij acht jaar op rij verkozen werd tot sympathiekste prof. “Economie is eigenlijk niet zo mijn ding,” vertelt hij over zijn vakgebied.

Wat vindt u zelf van de legendetitel?
André Watteyne:
"Ik voel me daar ongemakkelijk bij. Ik was verwonderd dat ze me aanspraken, want ik heb van mezelf niet de indruk dat ik legendarisch ben."

"Ik doe mijn best, misschien heeft het daarmee te maken, maar dan suggereer ik dat anderen dat niet doen. Ik ben 67, dus ik heb veel ervaring. Ik geef mezelf ook weleens bloot tijdens de les door over mijn eigen ervaringen te vertellen."

Misschien is het omdat economie uw passie is?
Watteyne: "Economie was, zeker in het begin, niet zo mijn ding. Ik deed Grieks-Latijnse, maar mijn vader was bedrijfsrevisor. Die wilde dus graag dat ik iets economisch deed. Ik schrok geweldig van de definitie van economie toen ik in Leuven toekwam, ik vond het zo materialistisch. Ik ben een vegetariër die voor slager heeft gestudeerd (lacht)."

"Ik heb een voorliefde voor literatuur. Ik volg de beurs voor mijn studenten, maar dat interesseert me eigenlijk geen bal. Ik ken geen prijzen, want ik doe nooit boodschappen en ik heb nog nooit online iets betaald met zo’n bakje. Van het werkelijke leven ben ik totaal gedeconnecteerd wat economie betreft. Als ze mij in een bedrijf zouden plaatsen, zou dat bedrijf niet zo tevreden zijn."

“Van het werkelijke leven ben ik totaal gedeconnecteerd wat economie betreft”

"Ik ben ook sociologie gaan studeren en kon assistent worden in het Centrum voor Ontwikkelingsplanning. Ontwikkelingseconomie was toen het soort economie dat het minst economisch was. Ik werkte voor wijlen Louis Baeck, toen de meest linkse prof aan de hele faculteit, al was dat niet zo moeilijk op dat moment."

Marxistische economie

Vindt u het moeilijk om als econoom links te zijn?
Watteyne: "Economie gaat niet alleen over geld, maar ook over welvaart. Die kan alleen maar bestaan als er een waardige verdeling is van vermogen. Dat wil niet zeggen dat ik tegen marktwerking ben. Vroeger dacht ik dat wel en had ik veel sympathie voor de marxistische economie, waarover ik ook mijn licentiaatsthesis heb geschreven."

"In 1984 heb ik de marxistische revolutie in Burkina Faso meegemaakt. Je ziet eerst veel enthousiasme, dat dan geleidelijk aan dichtslibt. De huurprijzen van de huizen van huiseigenaars met meer dan één huis werden op nul gezet. Na één jaar waren al die huizen vervallen, want niemand wilde ze nog onderhouden. Het gaat in economie niet alleen om wat wenselijk is, maar ook om wat mogelijk is."

U hebt lesgegeven in Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso. Hoe heeft u dat beleefd?
Watteyne: "Als assistent was ik voortdurend op de hoogte van plaatsen die vrijkwamen in het buitenland. Ik ben dan voor een jaar vertrokken naar Ouagadougou, maar het is wat uitgelopen, want ik ben er 17 jaar gebleven. (lacht)"

"Mijn oudste zoon heeft er zijn volledige schoolcarrière gedaan. Mijn eerste reactie was dat we niet mochten gaan voor de kinderen. Uiteindelijk zijn we zo lang gebleven voor de kinderen, omdat we er gelukkig waren. Het is een goede leeromgeving, omdat de kinderen opgenomen waren in een multiculturele gemeenschap. Als onze zoon vroeg of Julien mocht komen spelen, vroegen we of dat een Afrikaan was. Hij vroeg dan waarom we dat vroegen. Dat vind ik een goede start."

“Mijn videolessen vond ik eerst confronterend, met dat West-Vlaams accent”

Gaf u er graag les?
Watteyne: "De gemiddelde Burkinese student is een geïnteresseerde student. Dat is waarschijnlijk zo omdat economie dichter bij hun dagelijkse leven staat. Hier zijn er minder economische problemen, waardoor dat effect minder groot is."

"Nu zitten er 2000 studenten in het eerste jaar in geweldig grote lokalen. Er is niet genoeg papier om te noteren. De democratisering van het onderwijs is mislukt, want er studeren te veel mensen af die werkloos blijven. Ex post voel je je dan wel wat nutteloos dat je hebt meegewerkt aan een project dat niet vertaald wordt in werk en vooruitgang."

Miss Club Brugge

Na zeventien jaar keerde u terug naar België en gaf u les in Kortrijk. Heeft u zelf West-Vlaamse roots?
Watteyne: (lacht verrast) "Zeg je dat om mij een plezier te doen? Mijn lessen worden opgenomen en worden op Toledo gezet. Ik had het daar in het begin wat moeilijk mee, met mijn West-Vlaamse accent. Soms zeg ik ook dingen waarvan ik denk: wat heb ik nu weer gezegd. Ik ben verrast dat ik daar nog nooit klachten over heb gehad."

U vergelijkt tijdens uw lessen voormalig Minister van Begroting Mathot weleens met Marc Dutroux. Hoe reageren de studenten daarop?
Watteyne: "Ik maak dat grapje maar een keer om de twee jaar, zodat het voor de studenten spontaan blijft (lacht). Mathot werd Minister van Begroting en het deficit in de begroting steeg en steeg. Hij hield vol dat het spontaan gekomen was en het dus ook spontaan weer zou weggaan."

"Misschien vinden mensen het wel erg dat Dutroux wordt geridiculiseerd, of dat ik Mathot niet mag beledigen. Als je les aan het geven bent, ben je niet hetzelfde als wanneer je face-to-face met iemand praat. Je wordt een tribunespeler, die zegt wat leuk is."

"Eén keer heb ik een probleem gehad met een boze studente. Zij was Miss Club Brugge en ik was de hele les aan het lachen met Club Brugge. In Kortrijk ligt dat nogal gevoelig."

“In Leuven blijven studenten die niet kunnen volgen weg uit de les”​

Wat is voor u het grootste verschil tussen lesgeven in Kortrijk en Leuven?
Watteyne: "In Kortrijk gaat nagenoeg iedereen naar de les, ook degenen die misschien niet zo zijn weggelegd voor de economiestudie. In Leuven blijven studenten die niet kunnen volgen weg uit de les."

"Kortrijk heeft zijn charme, alles gebeurt er op één vierkante kilometer. Het is niet zo dat het een concentratiekamp is, maar onder studenten is er meer sociale druk. Soms gebeurt het dat studenten zich kwaad maken op hun medestudenten omdat ze niet naar de les gaan. Dat is geen slechte zaak voor hun slaagcijfers. Een aantal studenten beginnen in Kortrijk en slagen, terwijl ik denk dat ze het in Leuven misschien niet zouden hebben gehaald."

U hebt er acht jaar op rij de titel van sympathiekste prof in de wacht gesleept.
Watteyne: "Ik ben toegankelijk en ik doe mijn best. Dit jaar ben ik gebuisd, mijn opvolger is Laurent Waelkens van Romeins recht."

"Ik voel me goed bij het publiek. Ik zeg zaken die bij mij opkomen en dat wordt geapprecieerd. Hoe groter de groep, hoe groter dat effect. Ik ben zeer gevoelig voor contact, dus als er veel mensen zijn, ben ik een gelukkig mens. Als er minder studenten zijn, ben ik minder gelukkig."

Sommige proffen hebben een naam die in heel Leuven klinkt als een bel. Het zijn bronnen van verhalen, confessions en legendes. Veto voelt enkelen van hen aan de tand. De vorige aflevering vind je hier.