De jacht op de perfecte studentenstulp

Een overweldigend walhalla aan opties, maar je krijgt hulp

23 april 2019
Artikel
Auteur(s): Rani Goelen
In de weken na de paasvakantie is het weer zo ver: je begint (opnieuw) de ietwat stresserende zoektocht naar een kot.

Een van de meer tot de verbeelding sprekende aspecten van het studentenleven is ‘op kot gaan’. Die zoete smaak van zelfstandigheid (zelf je kot inrichten, zelf je afwas laten staan, zélf je sleutels kwijt spelen) in combinatie met een beperkte verantwoordelijkheid is iets waar menig middelbare scholier naar uitkijkt. De tijd van samenhokken à la De Kotmadam is nu al een paar decennia voorbij, en er zijn heel wat nieuwe woonvormen beschikbaar voor de kersverse student.

Luxebeestje of sociaal geëngageerd

Allereerst is er de keuze tussen een studio (waarbij je geniet van je eigen badkamer en keuken) en een kamer. Hoewel zo’n studio een grote luxe lijkt, vergt deze uiteraard ook meer onderhoud. Beide zijn ook mogelijk in residenties, zowel privé als eigendom van de universiteit. Voor studenten met minder makkelijke financiële thuissituaties is het naast het aanvragen van een beurs ook mogelijk om aan verminderd tarief (berekend op basis van het gezinsinkomen) een kamer in een residentie van de KU Leuven te pakken te krijgen.

Jongeren met een aanleg voor sociaal engagement kunnen ook opteren voor de kotformule Omkaderd Wonen. Hierbij wonen studenten met en zonder fysieke beperking samen op een residentie van de KU Leuven, in groepen van tien à vijftien. Er zijn steeds een paar studenten met beperking die gezamenlijke ondersteuning krijgen van de anderen. De huurprijs wordt ook hier berekend op basis van het gezinsinkomen. De KU Leuven zelf organiseert 27 april ook een tweede bezoekdag voor wie geïnteresseerd is in een plaatsje in een residentie van de universiteit.

Betrouwbare zoekplaats

De door de universiteit meest aangeraden manier om naar een kot te zoeken is via Kotwijs, een databank van de huisvestingsdienst van de KU Leuven die ‘kwaliteit garandeert’. Deze optie is dus veiliger dan alle internetsites afschuimen die verschijnen wanneer je ‘kot Leuven’ intikt op Google, al is het altijd mogelijk dat zo’n sites parels bevatten die niet opgenomen werden in de database van Kotwijs.

Wie even rondloopt in Leuven merkt waarschijnlijk ook de meer opzichtige grote bedrijven die luxekoten beloven, vaak zelf gehuisvest in indrukwekkende oude gebouwen centraal gelegen in de stad. Kleinere kotbazen geven al eens aan dat het kotenoverschot dat een aantal jaar gecreëerd werd vrij spel gaf aan deze grotere bedrijven, waardoor zij weg geconcurreerd worden. ‘Ik wil ten stelligste ontkennen dat de stad enige voorkeursbehandeling rond vergunningen van "grote bedrijven" hanteert', zo zegt Kathleen Lambié, afdelingshoofd bouwen, wonen en milieu bij de stad Leuven. 

'Elke burger wordt op dezelfde manier behandeld, maar wellicht beschikken zij in de praktijk over meer middelen om grote projecten rond studentenhuisvesting te ontwikkelen en zijn ze dus meer zichtbaar in het straatbeeld. Op vraag van de universiteit is er in 2013 in de algemene bouwverordening van de stad een extra hoofdstuk rond studentenhuisvesting opgenomen waarin uitdrukkelijk wordt gekozen voor ‘geschikte’ sites/locaties die aan een aantal voorwaarden voldoen, met minstens 50 kamers en waarbij ook de samenwerking met de universiteit wordt gestimuleerd. Dit heeft vermoedelijk vooral de grote spelers aangetrokken.’

Kotlabel(s): de waakhond van stad en universiteit

Die kwaliteitsgarantie van Kotwijs ziet zich sinds 2018 ook vertaald in een kotlabel, een initiatief in samenwerking tussen de Dienst Woontoezicht Leuven, de Huisvestingsdienst van de KU Leuven en LOKO. Een blauw kotlabel, welteverstaan. Er bestaan namelijk twee kotlabels, een groen dat afkomstig is van de stad, en een blauw van de universiteit. 

‘Eigenlijk gaat het om een fasering’, aldus Lies Corneillie, kersvers schepen Wonen van de stad. ‘Het label dat de universiteit aflevert is het basislabel, dat voldoet aan lagere standaarden dan dat van de stad.’ Het gaat om de minimale normen voor woonkwaliteit en brandveiligheid, contractkwaliteit en studentvriendelijkheid.

'Binnen tien jaar zouden alle Leuvense koten onderworpen moeten zijn aan een kotlabel-controle door de stad'

LIes Corneillie, schepen Wonen Leuven

‘Het is de bedoeling dat op termijn alle koten een groen label hebben en de volledige controle hebben doorlopen, maar dat vergt tijd. We beginnen met de oudste koten, die gebouwd zijn voor 1870. Uiteraard moet er aan die koten vaak heel wat gerenoveerd worden, dus het duurt een tijd voor ze het kotlabel krijgen. Binnen tien jaar zouden alle Leuvense koten deze controle doorlopen moeten hebben’, aldus Corneillie.

Toch let je zelfs met gebouwen die een kotlabel hebben hangen goed op, zo verduidelijkt Aiko Blanckaert, mandataris studentenvoorzieningen bij LOKO. ‘Bij grote gebouwen met meerdere koten van verschillende eigenaars kan op dit moment een kotlabel hangen aan de voorkant dat slechts voor een paar kamers in het gebouw toepasselijk is. Daarom raden we studenten aan de QR-codes die bij het label horen te scannen, zo zie je meteen welke kamers een kotlabel hebben en welke niet.'

Malafide kotbazen vermijden

Die kwaliteitscontroles klinken voor nieuwe studenten misschien niet uitermate sexy, maar beschermen hen wel mede tegen het gevaar van malafide kotbazen. Een aantal (al dan niet bekende en beruchte) kotbazen betalen systematisch huurwaarborgen niet terug, verhuren koten die ongezond of zelfs gevaarlijk kunnen zijn voor de inwonenden, en communiceren vaak niet of op agressieve wijze met de huurders. ‘Het is zo dat “onbetrouwbare eigenaars” nooit een kotlabel in handen kunnen krijgen, noch een groen, noch een blauw’, aldus Kathleen Lambié. Dat is dus de makkelijkste manier om jezelf te beschermen tegen de Appeltansen van deze wereld.

Verder slaan verschillende partners de handen in elkaar om studenten (of andere, meer kwetsbare personen zoals vluchtelingen) te beschermen tegen de wanpraktijken van dit soort kotbazen. Lies Corneillie benadrukt dat de stad actie onderneemt op basis van een preventief en een repressief luik. ‘Het kotlabel is deel van ons preventieve luik, als het kot niet in orde is begeleiden we de kotbaas bij de aanpassingen die moeten gebeuren.’

‘Als er wordt opgemerkt dat er iets mis is kunnen we overgaan naar het repressieve luik, dan leggen we andere maatregelen op in de loop van de procedure, zoals de woonst ongeschikt, onbewoonbaar verklaren of boetes uitdelen. Sinds vorig jaar loopt er ook een gerechtelijke procedure. Dan wordt het strafrechtelijk vervolgd, maar dit neemt ook weer veel tijd in beslag.’

'We raden ten zeerste aan dat studenten melding maken als ze merken dat iets niet in orde is, we moeten weten wat er misgaat'

Lies Corneillie

‘Momenteel heerst er een zeer goede samenwerking tussen parket, politie en onze diensten. Zo proberen we alle gelinkte dossiers te bundelen en daarrond een algemene aanpak op touw te zetten. Verder kunnen wij niet alles weten. Diensten kunnen snel optreden, maar daarvoor moeten we meldingen krijgen dat er iets mis is. Daarom raden we ten zeerste aan dat studenten -in de eerste instantie bij de universiteit, later komt dat bij de stad terecht- melding te maken als ze merken dat iets niet in orde is.’

Tot slot besluit Corneillie dat je als student allerbest nog op pad gaat in Leuven en je ogen goed openhoudt. ‘Zo heb ik het ook zelf gedaan toen ik op zoek kwam naar een kot. Ga naar de buurt van waar je faculteit is, ga daar rondwandelen, je zal wel bordjes zien uithangen. Praat zeker ook met studenten die nu al een kamer hebben in een gebouw dat jou aanspreekt, zodat je zeker bent dat alles in orde is.’ Naast alle maatregelen die ter bescherming van de student genomen worden, kan een goede portie gezond verstand natuurlijk nooit kwaad.