De grijze zone van onbetaalde stages buiten de opleiding

'Een neerwaartse spiraal zou zeer problematisch zijn'

27 October 2019
Artikel
Auteur(s): Ana Van Liedekerke
In de catch-22 van ervaring vereist voor werk maar werk vereist voor ervaring komen veel studenten uit op het redmiddel van onbetaalde stages. Maar een goede omkadering ontbreekt.

In oktober 2017 formuleerde de Vlaamse Jeugdraad een advies over onbetaalde stages buiten de opleiding. Van de jongeren die stage lopen na hun opleiding, werd tachtig procent niet vergoed. Daarmee deed België het het slechtst van heel Europa. De Jeugdraad ijverde voor een duidelijk statuut voor betaalde stages en het schrappen van onbetaalde stages buiten de opleiding.

Twee jaar later is de situatie grotendeels uit de schijnwerpers verdwenen. Maar het probleem houdt stand. Volgens Samuel Bootsman, gespecialiseerd in studentenarbeid bij de christelijke vakbond ACV, wordt het probleem van onbetaalde stages buiten de opleiding groter: ‘Het wordt ook meer verwacht als meer mensen het doen. Als dat een neerwaartse spiraal wordt, zou dat zeer problematisch zijn.' 

Dat risico is volgens hem groter bij de vrije beroepen dan elders: 'Voor leerkrachten en verpleegkundigen zijn er altijd genoeg vacatures om in te vullen. Voor bijvoorbeeld advocaten is dat niet even vanzelfsprekend. Daar glijd je sneller af naar die mogelijkheid van gratis werk.'

'Geef ons geld via een beroepsinlevende overeenkomst'

Emma, afgestudeerd student rechten

Emma, die vorig jaar een master rechten behaalde, bevestigt die logica van het pushen: 'Ik zou durven zeggen dat het grote merendeel van de rechtenstudenten minstens één keer zo'n zomerstage doet. Je pusht elkaar daar ook in, deels onbewust: als de ene het doet, denk je op een gegeven moment dat jij het ook moet doen.'

'Geef ons geld via een beroepsinlevende overeenkomst'

Zelf deed ze twee zulke stages tijdens haar opleiding. De eerste via de plaatsingsdienst van de KU Leuven bij het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen – met een contract van de KU Leuven. De tweede bij een plaatselijk advocatenkantoor in haar dorp - buiten de KU Leuven om.

Beide stages vielen in de zomer en leverden haar geen credits op. Hoewel ze beide stages als zeer zinvol ervoer, vindt ze het jammer dat er niet altijd een compensatie is: 'Heel veel van die stages die studenten op eigen initiatief doen, zijn onbetaald. Zelf werd ik wel betaald, omdat de advocaat de mindset had dat je voor je kenniscapaciteiten vergoed moet worden'.

Emma wijst erop dat men in sommige internationale stages stagiairs achthonderd euro per maand betaalt via een beroepsinlevende overeenkomst: 'Geef ons toch dat bedrag, ten minste.'

Vermenigvuldiging van ongelijkheid

Wie een onbetaalde zomerstage doet bij rechten, heeft minder tijd om een vakantiejob te doen, terwijl hij of zij zich even hard moet uitsloven. Emma: 'Dat is een afweging die je maakt. Ik heb twee jaar geleden drie weken gewerkt en dan nog een maand een studentenjob gedaan.' Zeker met herexamens blijft er dan niet veel zomer over.

'Een stagiair is een gemakkelijk slachtoffer. Je wil heel hard je best doen om een contract binnen te halen'

Jan*, musicalstudent

Op die manier worden stages een zaak van jongeren die het zich kunnen veroorloven. Zij hebben al een stapje voor, maar vergroten op die manier nogmaals de ongelijkheid via een beter cv. Daarbij komen ook vormen van discriminatie die sowieso al spelen op de arbeidsmarkt. Als deze ook in de sollicitatie naar stages op de voorgrond komen, hebben mensen van verschillende kansengroepen nog minder kans wanneer ze later solliciteren voor een betaalde job.

Uitbuiting

Een stagiair bevindt zich in een kwetsbare positie voor verschillende vormen van uitbuiting. Jan*, die musicalstages loopt, zegt weet te hebben van #metoo-scenes in de industrie: 'Natuurlijk is elk geval apart en gebeurt het in vele domeinen. Maar een stagiair is een gemakkelijk slachtoffer. Je wil heel hard je best doen om een contract binnen te halen, om volgend jaar terug gevraagd te worden. Daarbij zie je veel door de vingers.’ 

Een centrale plaats om deze problemen aan te kaarten bestaat niet. Samuel Bootsman van de christelijke vakbond ACV geeft aan zeer weinig vragen te krijgen over de wetgeving rond onbetaalde stages. 'Als die in het kader van de studierichting plaatsvinden, komen de studenten terecht bij de sociale diensten van de universiteit.' Van onbetaalde stages buiten de opleiding geeft Bootsman aan dat die 'heel erg in een grijze zone zitten'. Bootsman: ‘Stages die volledig buiten de reguliere opleidingstrajecten vallen, zijn juridisch niet verantwoord.’

*Jan is een gefingeerde naam.

'Stages zijn deel van de instrumentalisering van het hoger onderwijs'

In gesprek met Stefaan E. Cuypers, onderwijsfilosoof aan de KU Leuven

De stijgende populariteit van stages binnen de opleiding kadert volgens onderwijsfilosoof Stefaan Cuypers in de toenemende vraag naar maatschappelijke relevantie van universitair onderzoek en onderwijs: 'De waarde van een universitaire opleiding wordt minder intrinsiek geduid dan vroeger.’ 

De universiteit als interne conversatie

Dat is het resultaat van een veelheid van factoren: ‘de democratisering, waardoor meer sociale klassen kunnen participeren; de afwezigheid van een numerus clausus, waardoor je meer een opleidingsinstituut zoals de humaniora wordt. En je hebt een vraag vanuit de gemeenschap naar de opbrengst van het geld dat ze in de universiteit investeert.'

Die vraag is terecht, maar het nut van een stage bestrijkt volgens Cuypers niet het hele opleidingenveld: 'Er is een groot verschil tussen opleidingen waarin de stage een intrinsieke curriculaire waarde heeft en andere opleidingen waar het eerder een hefboomfunctie naar de student toe heeft om te weten wat die niet en wel wil.' 'Is een filosoof een betere filosoof als hij stage heeft gelopen? Neen. Is een dokter een betere dokter als hij weet hoe je iemand opereert? Daarbij is het antwoord uiteraard ja.'

'In principe is de universiteit geen instituut voor kennisoverdracht maar voor kennisproductie. Uiteraard is dat gemengd geworden. Wij zijn ook een opleidingsinstituut voor alle leraars, ingenieurs en dokters van vlaanderen. Maar onze onderzoeksfunctie is een theoretische functie.' Volgens Cuypers komt die functie meer en meer in competitie met de opleidingsfunctie. 'In se is een universiteit een conversationele structuur tussen studenten en goed geïnformeerde professoren, die in eerste instantie intern gevoerd wordt. Pas daarna komt de maatschappelijke toepassing.'

Stages in de cultuurwetenschappen

Cuypers betwijfelt dan ook of zuivere studie, zeker in de cultuurwetenschappen, baat heeft bij een stage: 'Wat nu in toenemende mate gebeurt, is dat de cultuurwetenschappen hun wetenschap inzetten naarmate het past. Filosofie wordt dan een soort cultuurclub, het vertalen van filosofie naar culturele centra. Terwijl eigenlijk het omgekeerde moet gebeuren: je moet tegendraads zijn, moeilijke thema's toch in de aandacht blijven brengen.'

In de cultuurwetenschappen waarin nog geen verplichte studiestage in het curriculum bestaat, kan je wel een ‘vrijwillige studie-stage’ lopen. Deze kadert in de opleiding, maar je krijgt er geen credits voor.

Cuypers vindt dat de universiteit zich moet afvragen waarom ze dergelijke onbetaalde stages steunt. 'Als je als universiteit een handtekening plaats, moet het duidelijk afgebakend worden'. 'Als de universiteit zelf initiatief neemt, moet de stage opgenomen worden in het curriculum.’ Zelf is Cuypers niet gewonnen voor stages in die studies zonder onmiddellijke instrumentele finaliteit: 'Persoonlijk vind ik dat je studenten een tijdje moet met rust moet laten, om hen te laten verdiepen in hun studie.'

'Als je stages toch belangrijk vindt, moet je daar al als expert naartoe kunnen gaan.' De educatieve master is in dat opzicht volgens Cuypers een goede zaak: 'Je kunt nooit afstuderen met een educatieve master zonder al een eigen master te behalen. Dat betekent dat de kennis al aanwezig is en dat je dan expertise krijgt in de overdracht van die kennis.'