Dank memes: teken van de tijd?

of tijd om wat anders te tekenen?

17 October 2017
Artikel
Auteur(s): Vinsent Nollet
Memes lijken niet meer weg te slaan uit de internetcultuur van het laatste decennium. Wat er in 2010 uitzag als een hype die wel snel weer zou wegebben, werd een vaste waarde op onze Facebookfeeds.

Dat memes niet altijd onschuldig zijn, hebben velen van ons al wel ondervonden. Ook rauwe, harde content wordt gretig geliket en geshared op sociale media.

Enkele maanden geleden verloren tien Harvard studenten hun applicatie aan de universiteit omdat ze in een besloten chatgroep ‘obscene memes’ met elkaar deelden over topics zoals pedofilie, kindermishandeling, aanranding en de Holocaust. Een van de memes toonde een Mexicaanse jongen aan een touw met als opschrift ‘piñata time’.

Het delen van dergelijke content lijkt een wereldje op zich, dat zich vooral afspeelt op duistere internetfora en onze normiepetjes te boven gaat. De makers lijken zich aan god noch gebod te storen en sleuren alles op hun pad mee in een absurd spelletje met normen en waarden. Alsof het op cynische wijze gewoon om een hobby gaat, spotten ze met de meest gruwelijke gebeurtenissen. De schietpartij in Las Vegas (1/10) kan tellen als een pezig voorbeeld.

Het fenomeen van de harde internetmemes of ‘dank memes’ roept in ieder geval enkele prangende vragen op. Waarom houden mensen zich er überhaupt mee bezig? Waarom kunnen ook wij, gewone stervelingen, de grap vaak smaken en vooral: moeten we onszelf dat kwalijk nemen? Enkele experts bogen zich over de kwestie.

Lachen om de wereld

‘De voornaamste reden waarom we ons zo aangetrokken voelen door memes is dat ze ons toelaten onszelf te positioneren als individu terwijl we tegelijkertijd deel uitmaken van een collectief’, analyseert Limor Shifman, professor aan de Israëlische Hebrew University en internationale autoriteit op het vlak van memes.

‘Wanneer je een eigen variatie van een meme maakt, refereert die tegelijk altijd aan iets dat al bestaat. Een film of een template waarop je je baseert en die je doet aansluiten bij een bepaalde memecultuur.’

‘Memes zijn ook een uitstekende manier voor mensen om zich te uiten, waardoor ook de duistere kanten naar boven komen. Het is een medium dat zich daar makkelijk toe leent, omdat het om humor gaat. Je kunt altijd opperen dat je het niet echt meende. Ironie biedt een uitstekende alibi, wat het moeilijk maakt om de echte intentie te achterhalen.’

De schuld van het internet?

Om mogelijke verklaringen te vinden, hoeven we niet altijd te ver te zoeken volgens Stef Aupers, hoogleraar Mediacultuur. ‘De sterke expressiviteit die we tonen, zowel op positief als op negatief vlak, is voor een groot deel te verklaren vanuit het specifieke medium van het internet.'

'Wanneer we elkaar recht in de ogen kijken, hebben we onszelf meer in de hand dan wanneer we van elkaar gescheiden zijn. De anonimiteit en fysieke afstand op het internet lokken ons makkelijker uit om over onze morele grenzen heen te gaan. Onze empathische kant treedt veel minder sterk op. In plaats daarvan komen eerder de harde, bittere en cynische kantjes op de voorgrond.’

Dat het internet ons ook loskoppelt van gebeurtenissen, omdat we voortdurend met informatie geconfronteerd worden en er daarom na verloop van tijd nog kop noch staart aan kunnen knopen, relativeert Shifman. ‘Gedeeltelijk klopt dat wel, maar we zien ook dat het internet in staat is om net grootschalige verbindingen tussen mensen te leggen.’

‘Door informatiestromen komen mensen nu eenmaal in aanraking met beklemmende gebeurtenissen en reageren ze daarop. Ik denk niet dat mensen zich door het internet minder bekommeren om wat er in de wereld gebeurt. Wel is het veel eenvoudiger en zo ook veel zichtbaarder om er content over te delen met elkaar.’

‘Ik ben er zeker van dat het om keurige jongeren gaat en dat ze de aanslag in Las Vegas net zo gruwelijk vinden als wij’, stelt Aupers. ‘Die harde humor lijkt me vooral een uitlaatklep. Onze controle over hoe de wereld verandert, is betrekkelijk beperkt. Dat bepaalde memes het grote publiek bereiken, lijkt me dan ook niet altijd de bedoeling. Maar voor je het weet gaat zoiets helemaal viral.’

Disaster humor

Die absurde en vaak gruwelijke reacties op de actualiteit kaderen we volgens Shifman best in de categorie van ‘disaster humor’. ‘Dat fenomeen werd al onderzocht voor de opkomst van het internet. De centrale gedachte in die theorie is dat mensen zwarte en wrede humor gebruiken om te kunnen omgaan met dingen die ze niet kunnen plaatsen.’

‘We worden voortdurend blootgesteld aan informatiestromen waarin we geregeld dingen te zien krijgen die ons naar de keel grijpen. Verschillende grote rampen uit de geschiedenis hebben mensen met donkere vormen van humor onthaald. De digitale uitingen liggen in het verlengde daarvan.’

Spelende kinderen van de tijd

Is onze tijd dan vatbaarder voor onbehagen of cynisme? ‘Er kan wel zeker iets algemeens over gezegd worden’, zegt Paul Van Tongeren, emeritus hoogleraar Wijsgerige Ethiek. ‘In een tijd waarin vanzelfsprekende codes op losse schroeven komen te staan, zijn er allerlei reacties op de restanten van vroegere codes mogelijk.'

'Het krampachtig vasthouden aan of moedwillig kapotbreken van de oude kaders, bijvoorbeeld, en van dat kapotbreken zelf weer een nieuwe, heilige plicht maken. Daarvan zie je zeker vormen in onze tijd, maar in elke tijd kan je die wel terugvinden, daarin zijn we niet uniek.’

Het is in ieder geval geen sinecure om zoiets te beoordelen vindt de professor. ‘Als mensen op een zeer grove manier andere mensen bespotten kun je aftasten waar de grenzen liggen waaraan ze zich moeten houden. Maar op grond waarvan kun je dat op een overtuigende manier brengen? Als de ander die grenzen zelf niet ziet of erkent, is het moeilijk om niet conservatief of zelfs reactionair te zijn met een antwoord als ‘er zijn toch grenzen’.’

‘Dat neemt niet weg dat het even moeilijk is om het niet te beoordelen, d.w.z. om het niet als gevaarlijk, bedreigend, of 'slecht' te ervaren. De vraag is in hoeverre we onze onvermijdelijke evaluatie zelf weer als problematisch ervaren.’

‘Het enige wat je zou kunnen doen zonder jezelf meteen buiten spel te zetten, is te wijzen op de tegenstrijdigheid die in de grove humor kan zitten. Als iemand op grove wijze bespot zonder dat die zelf bespot wil worden, is dat nog geen argument om te zeggen dat hij fout is, maar kan je hem wel de vraag stellen hoe hij die spanning in zichzelf realiseert.’

‘Als je de kwestie aanduidt als een gebrek aan waardenbesef ben je niets als de ander het criterium dat je gebruikt om hem te bekritiseren niet erkent. Het enige wat je kan aanbrengen is de vraag of de ander wel consequent is in het beschouwen van normen en waarden als een spelletje. Waar de ander het niet als een probleem ervaart dat die zichzelf tegenspreekt, daar houdt elke communicatie op.’

Paniekzaaierij?

Blijft de vraag nog of we moeten huiveren of juichen om wat we online met elkaar delen. ‘Memes zijn zo goed of zo slecht als de mensen die ze fabriceren’, stelt Shifman. ‘In sommige gevallen werken memes bevrijdend en dienen ze een nobel doel, in andere gevallen zijn ze dan weer vaak gedreven door racisme of misogynie.’

‘Extreme paniek is niet het juiste antwoord, maar euforie evenmin. Memes dienen verschillende doeleinden. Ze blijven uiteindelijk een spiegel voor de maatschappij en de waarden en politieke oriëntaties van haar leden. In die zin scheppen ze ook niets dat volledig ongezien is.’