Coco: Ook de doden kunnen sterven

Filmrecensie (Of hoe Disney kan wegkomen met latent racisme)

03 December 2017
Recensie
Auteur(s): Benno Debals
Na Cars 3 en Finding Dory pakt Disney-Pixar opnieuw uit met een origineel verhaal. Maar hoe origineel kun je een film noemen die barst van de stereotypen? Opgepast: dit artikel bevat spoilers.

Zoals de gewoonte is bij animatiefilms van Disney en/of Pixar, ging deze film vooraf van een kortfilm. Waar Cars 3 en Finding Dory een Pixar short kregen (die beiden uitmuntend waren tot zelfs een Oscarwinnaar), werd deze film vergezeld met een kort Frozen verhaal. Olaf de olijke sneeuwman gaat op zoek naar kersttradities voor Elsa en Anna, komt daardoor in de problemen en beleeft een mini-avontuur. Een voorspelbaar verhaal met een doorzichtige boodschap en maar liefst 5 liedjes samengeperst in 20 minuten tijd. Het surft allemaal wat te gemakkelijk voort op het succes van Frozen. Het geeft dus niet als je 20 minuutjes te laat de zaal binnenkomt, want deze kunnen we snel vergeten.

Een mooie dood

Coco is dan weer een film die we minder snel zullen vergeten. Deze warme animatiefilm volgt het verhaal van Miguel, een jonge Mexicaan. Hij houdt van gitaar spelen, maar dat is buiten zijn familie gerekend. Een oud incident met zijn betovergrootmoeder heeft ervoor gezorgd dat alle muziek verbannen is in de familie. Op día de los muertos lapt hij al die regels aan zijn laars en doet hij mee aan een talentenshow. Om een of andere reden belandt hij in het rijk van de doden, waar hij op zoek gaat naar zichzelf.

Daar, in het rijk van de doden, worden we geconfronteerd met bitterzoete concepten over de dood. Ieder jaar mogen de doden op día de los muertos oversteken naar onze wereld om hun families terug te zien. Maar niet iedereen: als je foto niet op de ofrenda staat, mag je niet oversteken. En wanneer niemand meer aan je denkt, verga je voor goed en ‘leef’ je zelfs niet meer onder de doden.

De alebrije zijn waarschijnlijk de kleurrijkste wezens die je in een lange tijd bent tegengekomen in een animatiefilm.

Maar die mooie boodschap brengt een vloek met zich mee. De film wil duidelijk een serieus onderwerp aankaarten en daar slaagt hij ook in: de dood wordt mooi voorgesteld. Maar die focus zorgt ervoor dat de film zich wat te serieus voordoet en dat we de kracht van de comic relief - het sterkste punt van Disney en Pixar - te vaak missen. Ja, er zijn komische karakters, zoals Dante de zwerfhond, of tío Oscar en tío Felipe - die akelig veel gemeen hebben met Fred en George Weasley. Maar slechts enkele moppen landen goed en een brede lach is ver te zoeken.

Het verhaal zelf is ook wat voorspelbaar. In een bui van jeugdige arrogantie gaat Miguel ervan uit dat Ernesto de la Cruz, de bekendste Mexicaanse zanger, zijn betovergrootvader is. Maar wat blijkt? Ernesto is de grote boze schurk! Een twist die je van mijlen ver voelt aankomen en totaal overbodig is, en daar telt deze film er te veel van. De formule vraagt een schurk dus we krijgen een schurk. De zoektocht naar je vergeten familie zou op zich al goed genoeg moeten zijn. Hebben we dan nog een antagonist nodig om een finale boss battle te krijgen?

Het sterkste punt van deze film zijn de visuals. Zoals te verwachten van Pixar, was de animatie weer on point. Het rijk van de doden werd rijkelijk ingekleurd: bruggen van bloemblaadjes maken de connectie tussen de dood en het leven, skeletten doen om de vijf minuten wel ergens een gekke stoot met een of ander lichaamsdeel en het dodenrijk zit vol kleur. De alebrije, of geestengidsen, zijn waarschijnlijk de kleurrijkste wezens die je in een lange tijd bent tegengekomen in een animatiefilm. Qua visuals kan deze film zeker tellen.

Het is passend dat Coco werd voorafgegaan door een kortverhaal van Frozen. Die film zorgde namelijk voor de terugkomst van het musicalgenre in de animatiewereld. Coco is de film die sinds Frozen hier het best gebruik van maakt. Maar laat ons duidelijk zijn: Coco is géén musical. Coco is een film met muziek, over muziek, rond muziek. Waar musicalliedjes soms vol zitten van expositie en geforceerde dansjes, is de kracht van deze film dat de liedjes Miguels liefde voor muziek beamen. Het voelt zeker ook niet geforceerd; deze film bevat maar 4 à 5 liedjes, maar die allemaal perfect getimed zijn.

Diversiteit?

Je kunt de film een ode aan de Mexicaanse cultuur noemen. Hoe je het ook kan noemen, is onverholen stereotyperen. Hector, de la Cruz, Rivera… Allemaal voorspelbare namen die de rijke Mexicaanse cultuur en taal niet beamen. Ook families worden stereotiep voorgesteld: grote families waar de abuelita de baas speelt en een corrigerende tik niet schuwt, op het dorpsplein loopt iedereen rond in mariachi outfits. Je kunt zeggen dat het is omdat dios de los muertos tradities naar boven haalt. Je kunt ook zeggen dat een ander beeld van Mexicanen niet herkenbaar zou zijn. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens tussenin.

Het enige wat we te zien krijgen is een stereotiep beeld van Mexico en daar blijft het bij.

Is er sprake van een promotie van diversiteit? Eigenlijk niet. Het enige wat we te zien krijgen is een stereotiep beeld van Mexico en daar blijft het bij. Voor diversiteit heb je diverse verschillende personen, kenmerken en gebruiken nodig. Hier zie je enkel een klassiek beeld van Mexico en krijgen we zelfs niet eens een interactie te zien tussen verschillende culturen. Maar ja, we krijgen een Mexicaanse hoofdrol, dus we moeten blijkbaar blij zijn.

Is Coco een Oscarkandidaat? Als u de pers moet geloven blijkbaar wel. Als het van ons afhangt, houdt de film de maat tussen Inside Out en The Good Dinosaur; spectaculaire visuals, maar een traag verhaal zonder veel komische toetsen. Hoe dan ook zult u de zaal met een gelukkig gevoel verlaten. De film heeft een prachtig einde waar zelfs deze recensent een traantje heeft moeten bij laten. Laat de film zeker niet aan u voorbij gaan, al is het maar om te zien hoe ook Disney zich schuldig kan maken aan stereotypering.