Catfish

Een element uit het Leuvense studentenleven

17 april 2019
Artikel
Auteur(s): Gretl Michielsen
In een reeks van drie presenteren drie schrijvers een kortverhaal, waarin steeds een bepaalde ervaring of locatie van het Leuvens studentenleven centraal staat.

‘Catfish’ staat in witte blokletters gedrukt op het bord boven het podium tegen het plafond. De rest van het plafond is versierd met trompetten, gitaren en bekers. ‘Eh, die trompet daar draait rond!’ ‘Dat zal wel gewoon de wind zijn, hoor.’ Joris grinnikt een beetje als hij het zegt. ‘So what? Het blijft leuk.’ De ronddraaiende trompet voert mijn aandacht naar een figuur ernaast - ook tegen het plafond, maar wel stevig op een plankje. Een blauwe kater. Dé blauwe kater. In volle glorie, onder een stolp. Met slagtanden. ‘Jak, daar zal die kat wel mee kunnen jagen.’ Joris glimlacht even om mijn opmerkingen, drinkt dan zijn pintje leeg. Evi en Kris komen erbij staan. ‘Hoe zalig zou het zijn mocht die band haar naam waarmaken?!’ grapt Evi. ‘Ha, ja! Je bedoelt dat ze zich anders zouden voordoen dan ze zijn, niet?’ ‘Ja, zoals in die serie!’. 

Vier mannen betreden ondertussen het podium en nemen plaats tussen de versterkers, de gitaren, het drumstel en de contrabas. Een van hen draagt een T-shirt met een prent van een bebloede valk. Mijn ogen glijden weer even naar de blauwe kater met zijn slagtanden onder zijn stolp. Had ik laatst niet iets gehoord over een dode torenvalk? De band begint te spelen en bijna onmiddellijk zie ik Kris’ voeten op de maat meetikken. De muziek van Catfish was aangekondigd als een mix tussen blues, rock 'n roll en country - ideaal natuurlijk voor ons, swingdansers. 

Ook Evi begint nu mee te dansen op haar barkruk. ‘Dans jij?’ vraag ik aan Joris. Hij schudt van nee, denkt te harkerig te zijn. ‘Niet te veel van aantrekken,’ zeg ik ‘dat is net het leuke aan swing, het gaat vooral om het plezier.’ Ik kijk naar zijn flower power-shirt. En de ketting aan zijn broek. Grappige combinatie. Dan voel ik een por in mijn zij. ‘Zin om te dansen?’ Evi kijkt me vragend aan. Door haar gewiebel op de barkruk staat die nu meer met twee dan met vier poten op de grond. ‘Wat? Zot, de muziek gaat veel te snel, en er is zoveel volk.’ ‘En dan? Wat zei je dan net tegen Joris?’ Ze blijft porren, en een een langgerekte ‘please’ volgt. ‘Allez, komaan dan.’ 

We zoeken ons een weg tot aan het stukje vrije vloer net voor het podium. Ik voel de ogen van Joris op mijn rug - net als die van alle andere bezoekers trouwens. De muziek gaat snel, onze pasjes wat stokkend. Het einde is ronduit klungelig. De muzikanten lachen naar ons en gaan dan verder met het volgende nummer. We banen ons een weg terug naar onze krukken, maar Evi sleurt Kris van de zijne om met hem terug naar de dansvloer te keren. Joris staat met zijn rug naar mij toe, om zijn volgende pintje aan de bar te bestellen. Bovenaan de achterkant van zijn T-shirt staat het woord ‘Hinterhof’. Het lijkt er zelf met de hand opgeschreven te zijn. Hinterhof, bebloede valk. Lore, denk ik dan. Niet in het ‘Försterhaus’, wel in het ‘Hinterhof’. 

‘Hé Joris,’ vraag ik, ‘vanwaar heb je dat T-shirt?’ ‘O, gekregen van mijn broer vorig jaar. Het is er één die hij en Lore - zijn ex-lief - samen eens gekocht hadden. Toen het uit raakte, moest hij er niet veel meer van weten. Ik vond het wel leuk, dus mocht ik het hebben.’ ‘Weet je waarom het woord ‘Hinterhof’ achteraan op je T-shirt staat?’ vraag ik. ‘Dat heb ik me ook afgevraagd. Maar mijn broer en Lore zochten graag verloren plekjes op hier in Leuven. Ze zijn een keer bij het anatomisch theater uitgekomen en sindsdien werd dat zo’n beetje hun plekje. Ze verwezen ernaar als ‘het Hinterhof’. Grappig dat je dat vraagt, eigenlijk. Ik heb Lore eens over de band Catfish horen vertellen, ze was er wel fan van geloof ik.’ 

Joris denkt even na, klimt terug op zijn barkruk en morst onderweg wat bier op mijn arm. ‘Vanwaar de interesse?’ vraagt hij nog. ‘O, gewoon. Een vriend had laatst iets verteld over een dode valk met maden in de buurt van het anatomisch theater en een vreemde zin in het Duits die zei dat een zekere Lore niet in het ‘Försterhaus’, maar in het ‘Hinterhof’ zou zijn. Ik moest eraan denken, met de valk op het T-shirt van die muzikant en het woord ‘Hinterhof’ op de rug van het jouwe. En de ex-vriendin van je broer die Lore heet. Wel erg toevallig, allemaal.’ Joris glimlacht weer. Zijn rechtermondhoek gaat ietsje verder omhoog dan zijn linker, zie ik nu. ‘Mooi gedanst, trouwens,’ zegt hij dan.