Burgemeester evalueert 20 jaar burgemeesterschap

“Het oordeel over mijn schoonheid moet ik aan anderen overlaten”

07 februari 2016
Interview
Auteur(s): Roderik De Turck , Simon Grymonprez
Een openhartige burgemeester overschouwt zijn tijdperk: “Ik geef graag toe dat mobiliteit een probleem is en blijft."

Hoe evalueert u zelf uw beleid?

Louis Tobback: «Daar kan ik onmogelijk op antwoorden. Twintig jaar besturen, kan je moeilijk zelf evalueren. Het oordeel over mijn schoonheid moet ik aan anderen overlaten.»

Er zijn toch zaken die u hebt verbeterd?

Tobback: «Even een voorafgaande stelling poneren: er lopen hier nog maar weinig mensen rond die zich kunnen voorstellen hoe het hier twintig jaar geleden was.»

«Ik ga herhalen wat ik al vaak gezegd heb: Leuven werd voor 1995 correct bestuurd. De rekeningen klopten, de burgerlijke stand werd goed bijgehouden en het huisvuil werd opgehaald. Ik heb bijlange geen puinhoop aangetroffen.»

«Maar ik denk rustig te mogen stellen - u mag alle onpartijdige mensen daarover ondervragen - dat we de ene kans na de andere misten. We waren toen al de vierde grootste stad van Vlaanderen, maar hoorden er niet bij. Dat kwam bijvoorbeeld omdat de meerderheid in Brussel geen enkele invloed had.»

Het beleid voor u was degelijk, maar er was geen pull in Brussel en te weinig besluitvaardigheid?

Tobback: «Niet te weinig, het mankeerde hen totaal aan besluitvaardigheid. Men was administratief compleet in orde, maar financieel hadden ze ruimte die ze niet durfden gebruiken.»

Leuvense miljonairs

Zijn er zaken waarvan u zegt: dit heb ik minder goed gedaan?

Tobback: «Er zijn dingen die niet gelukt zijn (aarzelt even). Dat is echter geen probleem van voortschrijdend inzicht. Ik weet niet of ik vandaag veel dingen anders zou doen. Er zijn zaken die het gevolg zijn van je eigen succes.»

Wonen in Leuven is duur. De kost van woningen is duidelijk een probleem

Louis Tobback, burgemeester van Leuven

«Neem nu de woonprijzen: wonen in Leuven is duur. De kost van woningen is duidelijk een probleem. Je zit natuurlijk met een vrije markt, waarvan ik een koele minnaar ben. De woningen zijn duur omdat het hier aangenaam wonen is en velen hier willen komen wonen. Daar hebben we als schepencollege trouwens veel aan bijgedragen.»

Hoe evalueert u uw samenwerking met de universiteit?

Tobback: «Ik heb van in het begin getracht goed samen te werken met de grote spelers in Leuven. De grootste daartussen is natuurlijk de universiteit.»

«Ik kan best begrijpen wat men André Oosterlinck onder andere in Veto verwijt (Oosterlinck wordt door sommigen te autoritair genoemd, red.). Maar het voornaamste is dat Oosterlinck de universiteit wakker heeft geschud. Dat is mede mogelijk gemaakt door al die technologieën en spin-offs.»

«Ik maak mezelf met die stelling niet populair, maar het is zo. Vandaag leven we in een sfeer waar De Standaard schrijft over “de Leuvense miljardairs”. Eigenlijk interesseert me dat niet.»

Verschillende rectoren zijn erg positief over hun relatie met u. Heeft u de relatie met de universiteit verbeterd?

Tobback: «De wijze waarop de stad en universiteit zich hier in elkaar vervlechten, vind je op weinig andere plaatsen terug. Oud-rector Dillemans vertelt mij dat het daarvoor minder vlot ging. Toen ik schepen was in de jaren 1971-1977 was de relatie tussen de universiteit en burgemeester Smet zeer koel. Mijn voorganger had nog méér dat gevoel.»

We hebben op weinig vlakken zo veel gedaan als inzake mobiliteit

Louis Tobback, burgemeester van Leuven

Universiteit en stad, een onscheidbare tweeling?

Tobback: «Inderdaad, maar mijn voorgangers hebben dat niet begrepen. Vandaag kun je niet anders dan samenwerken. Als ik hier straks buiten wandel, kom ik op de hoek een professor tegen die ik ken. (lacht)»

5.5 miljoen

Mobiliteit moet een stuk beter, vinden velen.

Tobback: «Ik ben daar ook een van. Ik geef graag toe dat mobiliteit een probleem is en blijft. Men is het echter niet eens over de oplossingen.»

Onze panelleden zeggen dat er niet genoeg gedaan is. Vindt u dat ook?

Tobback: «Neen. Wij hebben op weinig vlakken zo veel gedaan als inzake mobiliteit. Het is moeilijk voor velen om dat te geloven. Mensen hebben vaak allerlei meningen over mobiliteit, maar ernaar handelen is te veel gevraagd.»

«Er zijn - ik herhaal dat tot zagens toe - 5,5 miljoen ingeschreven wagens in België. Vandaar dat je ook meer wrevel krijgt tussen auto, fietser, voetganger en bus. We zijn met heel veel.»

Ook hier slachtoffer van uw eigen succes?

Tobback: «Ja, als je dat zo wil noemen. Als de mensen die zagen over de verkeersdrukte voor hun deur eens te voet of met het openbaar vervoer naar hun werk zouden gaan, dan zouden er maar 3,5 miljoen auto’s rondrijden. Zo lang je dat gegeven niet verandert, vecht je tegen de bierkaai.»

«Er zijn gewoon te veel auto’s. Remedies om dat op te lossen, zijn er niet als burgemeester. Een eerste maatregel die het aantal serieus kan reduceren, is de bedrijfswagens verbieden.»

Ondanks mijn reputatie heb ik steeds de grootste ruimte gegeven aan mijn schepenen

Louis Tobback, burgemeester van Leuven

Uw fietsbeleid –of het gebrek daaraan- krijgt de wind van voor.

Tobback: «We hebben nooit zo veel voor fietsers gedaan als vandaag. In ‘98 lagen de fietsen aan het station allemaal tegen het posthuis, waar nu de KBC zit. Dat was dertig rijen diep. Je kon toen niet anders dan eentje stelen, want als je fiets te ver lag, raakte je er niet aan. Dat is nu opgelost.»

U houdt zich te afzijdig wat leefmilieu betreft, vinden sommigen. Laat u alles over aan schepen Mohamed Ridouani?

Tobback: «Neen, dat is een onjuiste voorstelling. Ondanks mijn reputatie heb ik steeds de grootste ruimte gegeven aan mijn schepenen. Waarom zit je anders met tien in het college?»

«Ik heb niet dezelfde feeling wat milieu betreft als Mohamed. Ik houd me helemaal niet afzijdig, ik steun Mohamed volledig. We zijn een van de groenste steden van Europa.»

U haalde uw reputatie aan. Volgens sommigen bent u te autoritair en laat u schepenen te weinig hun gang gaan. Klopt dat?

Tobback: «Dat is niet wat ik iedere week ervaar in het schepencollege. We hebben in 21 jaar nooit tegen elkaar gestemd. Een paar keer is er intern indicatief gestemd over bijvoorbeeld een bouwvergunning. Dat mag nu publiek worden, maar iedere keer heb ik die stemming verloren (lacht)

We lieten anderen 20 jaar Tobbackgrad evalueren. Dat lees je hier. Het gemiddelde is 6,5/10. Dé score van 20 jaar Tobback? Daar is Tobback himself het alvast niet mee eens.