Buitenseks en voortreffelijk fluitspel

Onderhond: Jethro Tull

23 April 2019
Artikel
Auteur(s): Daphne de Roo
Ergens in in de vierde klas van het middelbaar ontdekte mijn kunstleraar dat ik dwarsfluit speelde, en de volgende dag drukte hij me prompt een cd in de handen.

Het bleek een mixtape te zijn met al zijn favoriete Jethro Tull-nummers. Met als eerste nummer Acres Wild, een lied over buitenseks in het Schotse gebied waar frontman Ian Anderson een zalmkwekerij beheert met zijn vrouw. Het opent met een vrolijke fluit-intro gevolgd door de zin ‘I’ll make love to you, in all good places’. Ik heb het platgedraaid de dagen erna.

Tot een affaire met de leraar is het niet gekomen, maar de liefde voor Jethro Tull is gebleven. De cd zelf heb ik ook niet meer, want mijn zakelijke vroegere zelf heeft die gewoon geript op de computer en dan weggegooid. De eerste nummers waarmee ik kennismaakte, kan ik mij echter nog goed herinneren. Zo was er Songs from the Wood van het gelijknamige album, het best omschreven als een excentrieke folkplaat. Anderson had net ervoor een boek cadeau gekregen met Engelse folklore en sagen, die hier losjes gecombineerd worden met poëtische verhaaltjes over liefde en seks. Mijn favoriet op dit album is momenteel Velvet Green, waar je onder andere de spitsvondige strofe ‘And August's rare delight may be April's fool’ op kunt horen. Maar ook Cup of Wonder, Hunting Girl (over beffen) Pibroch (Cap in hand) en Fire at Midnight haalden zowel de mixtape als mijn favorietenlijstje.

Jethro Tull kaapte zelfs ooit een heavy metal-Grammy weg voor de neus van Metallica, maar vond dat toch te ver gaan en kwam niet opdagen

Songs from the Wood was lang mijn favoriet, maar de jaren erna ben ik ook de andere albums meer en meer gaan waarderen. Jethro Tull’s muziek wordt doorgaans omschreven als blues, progressieve rock of folk, maar kent ook invloeden van klassieke muziek (vooral Bach), hard rock en jazz. De band kaapte zelfs ooit een heavy metal-Grammy weg voor de neus van Metallica, maar vond dat toch te ver gaan en kwam niet opdagen. De diversiteit aan muziekstijlen is waarschijnlijk ook de reden dat Jethro Tull nooit echt tot de mainstream behoorde. De enige bindende factor in Jethro Tull is misschien frontman Ian Anderson, de dwarsfluitspelende minstreel, die bekend is om zijn extravagante podiumpersona en zijn pose op één been tijdens de fluitsolo’s (iets wat hij wijt aan zijn strakke broeken). De overige bandleden wisselden regelmatig, enkel gitarist Martin Barre hield het een aanzienlijke tijd uit. Mede hierdoor is elk album uniek, waardoor je, als je het ene beu bent, je gewoon een ander album kunt opleggen voor een totaal andere sound. Zo kun je jarenlang enkel Tull-albums luisteren en nog steeds volhouden dat je een zeer gevarieerde muzieksmaak hebt.

Zelf doe ik dat al zo lang dat ik de albums nu kan linken aan levensgebeurtenissen. Zo heb ik het van de pot gerukte A Passion Play op repeat gezet bij mijn eindexamen beeldende kunsten, waarna ik de feedback kreeg: ‘Dit is zo gek, lelijk en knullig dat het briljant is.’ In Leuven ontdekte ik Aqualung, een album met wat goed scherpe maatschappijkritiek, waarvan de nummers nog weleens de playlist van Fak Letteren en de Libertad halen. Het titelnummer Aqualung, over een afgetakelde zwerver, heeft als basis en opening een geweldig gitaarriff, iets wat volgens Anderson een beetje geïnspireerd is op de opening van Beethovens Vijfde Symfonie. Bij nood aan meer sterk gitaarwerk grijp ik echter vooral terug naar Heavy Horses, waar het eerder genoemde Acres Wild op te vinden is. Het kalmere, melodische album Benefit heeft me dan weer bij menig (liefdes-)verdriet bijgestaan. Momenteel luister ik vooral de eerste albums en livesessies van eind jaren 60, de nummers op Stand Up en This Was. Toch zou ik ook graag het poëtische conceptalbum Thick as a Brick vernoemen in deze lofrede, en halen Minstrel in the Gallery en Warchild ook nog regelmatig mijn playlist.

Na al deze complimenten zou ik graag toch een kleine kanttekening plaatsen. Het nummer Sossity is a woman is namelijk op muzikaal vlak een van mijn favorieten, maar de songtekst is een kritiek op de maatschappij die kort gezegd inhoudt dat de samenleving een vrouw is. Verdorie Ian, dat is niet lief. Gelukkig vindt hij het zelf tegenwoordig ook een zwak mopje. Toch moet je dit mopje zeker beluisteren, en neem dan gelijk de andere nummers op Benefit mee. En luister vervolgens alle andere albums. Over een paar jaar zullen we een fanclub oprichten.

Gerelateerde Artikels