Arenbergorkest speelt ‘Belles Histoires’

Sprookjesescapade voor de stressende student

12 mei 2018
Recensie
Auteur(s): Arne Sonck
Het Arenbergorkest is een symfonisch studentenorkest verbonden aan de KU Leuven. Afgelopen vrijdag speelden ze hun traditionele lenteconcert. Het thema? Sprookjes!

Met Belles Histoires neemt Arenbergorkest het publiek mee de sprookjeswereld in. Onder leiding van dirigent Roel Willems speelt het orkest 'het Zwanenmeer' en 'Belle en het Beest'. 'Het Zwanenmeer' combineert in deze editie een selectie uit het welbekende ballet van Tsjaikovski met beeld en stukjes poëzie. 'Belle en het Beest' krijgt dan weer vorm aan de hand van de bekendste liedjes uit de Disneyproductie. Het geheel werd gearrangeerd door Istvan Lukacs.

Tsjaikovski in vol ornaat

Al vanaf de entree dompelt Belles Histoires de bezoeker onder in de sprookjessfeer. Een rozenboog geeft ons toegang tot de Pieter de Somer Aula, waar een rookwolk voor een mistige sfeer zorgt. De zijkanten zijn voor de gelegenheid gedecoreerd met rode rozen aan rode lintjes, aangevuld met ranken kerstlichtjes. Un peut trop?

Het licht wordt gedempt en de cellisten komen op, schijnbaar wat te vroeg, want ze zitten nog een hele poos alleen op het podium. Na een ietwat chaotisch begin opent master of ceremonies, Yanni Bourguignon (jawel, Cedric van familie!!!, red.), met de nodige voorbereide mopjes de avond.

Het zwanenmeer begint sterk, de melancholische sprookjesachtige tonen van de herkenbare melodie zetten meteen de juiste sfeer. De muzikanten hebben ons meteen mee. Het verhaal kunnen we volgen via afbeeldingen op een projectie achter het orkest. Odette kan de moordlust van haar stiefmoeder enkel ontlopen met een tiara die haar in een zwaan verandert. Prins Siegfried en Odette worden verliefd, maar na het ontrouw van de prins en de daaropvolgende ruzie kan de heks hen toch vinden en gaan ze beiden ten onder.

Catharsis, en dat al in de helft van de voorstelling.

De selectie van de stukken geeft aan dat het Arenbergorkest er voor alle toeschouwers wil zijn. Uit het normaal meer dan twee uur durende ballet brengt het orkest vooral die stukken die het meest herkenbaar zijn of door hun opzwepende karakter voor het nodige drama kunnen zorgen. Hierdoor valt de zorgvuldige opbouw van de originele versie wellicht wat weg, maar desalniettemin zijn de stukken goed aan elkaar genaaid en getuigt het geheel van een mooie coherentie en een krachtige spanningsboog.

Bij tijd wordt de muziek onderbroken door korte gedichtjes die de gevoelens van de personages in regels van twee tot drie woorden proberen te vatten. De poëzie van de hand van Anna de Kinder sluit aan bij het sprookjesgevoel en creëert een aangenaam rustpunt in de muziek, maar de overgang tussen beide doorbreekt soms wat de opgebouwde spanning.

We worden aangenaam verrast wanneer de plaatjes onderbroken worden door een filmpje van een prachtige opvoering van de bekende zwanendans in het Leuvense stadspark. In witte tiara’s trippelen vier ballerina’s arm in arm rond de vijver of glijden op hun tippen over de dreef. Echt ludiek wordt het wanneer de dans wordt afgewisseld met beelden van een bende dronken lintjesmannen (de prins) die op nachtelijke trektocht naar het stadspark gaan maar de ingang, die wagenwijd openstaat, niet vinden. Ondertussen rijgen de muzikanten naadloos de prachtige muziek van Tsjaikovski aaneen. Na een licht dipje in het midden komt het zwanenmeer tot een daverend slot. Catharsis, en dat al in de helft van de voorstelling.

Humor en kitsch

Na de pauze krijgen we het verhaal van 'Belle en het Beest' voorgeschoteld. Hiertoe combineert het orkest de muziek die Alan Menken voor de musicalversie van Disney schreef met het originele verhaal. Iedereens favoriete incel, het beest, blackmailt Belles vader om haar in zijn kasteel te doen wonen. Nadat Belle zijn gevoelens kwetst door niet naar hem terug te keren besluit ze uit medelijden om toch met hem te trouwen. Hierop verandert hij in de prins van haar dromen.

De luchtigere muziek van Belle en het Beest zorgt voor een uitbundig spektakel. Het publiek voelt het enthousiasme van de muzikanten en kan zich met moeite weerhouden mee om te swingen bij klassiekers als 'Be my guest’. Bourguignon vult de stiltes tussen de nummers met een geanimeerde vertelling van wat Belle allemaal overkomt. Die vertellersrol wisselt hij zonder problemen af met een gezongen vertolking van het Beest.

De occasionele schoonheidsfoutjes vallen in het niet bij de uitstekende uitvoering van de muzikanten.

Stéphania Casneuf is als Belle een ware verrukking voor het oor. Het sprookje eindigt met een duet tussen beide zangers, die nu de aandacht volledig naar zich toe trekken. De liefde van 'Belle en het Beest' krijgt hier een letterlijke uitbeelding: Casneuf loopt naar Bourguignon toe en ze zingen de finale bijna neus aan neus. Tot slot buigen ze zich nog verder naar elkaar toe en... de vertoning wordt op het nippertje van het afschuwelijke cliché gered doordat Bourgignon zich plots weer in de rol van verteller wentelt: ‘En toen kusten ze elkaar innig en diep.’

Met Belles Histoires brengt Arenbergorkest een overtuigend en coherent programma. De occasionele schoonheidsfoutjes vallen in het niet bij de uitstekende uitvoering van de muzikanten. Hoewel de omkadering en clichématige interactie tussen de twee zangers zorgen voor een hoog kitsch-gehalte, wordt dat grotendeels goedgemaakt door de humor die daarmee gepaard gaat. Naast een toegankelijke selectie uit het werk van Tsjaikovski zorgt de keuze voor 'Belle en het Beest' ervoor dat het orkest ook een publiek kan trekken dat zich normaal nooit aan een klassiek orkest waagt. Die keuze bereikt duidelijk zijn doel: de aula zit nokvol en staat achteraf maar al te graag recht voor een staande ovatie.