Analyse: één jaar Sels

Bomen door het bos

15 May 2018
Artikel
Auteur(s): Nora Sleiderink
Een jaar na de verkiezing van rector Luc Sels is het tijd voor een tussentijdse evaluatie, waarin het geïntegreerd beleidsplan dat eind april uitkwam niet mag ontbreken.

Daarom interviewde Veto de verschillende groepen en geledingen van de Academische Raad (AR), het meest democratische en formeel hoogste beslissingsorgaan van de KU Leuven. Dit is de analyse die volgt uit deze gesprekken.

Samenwerking

Het is het steevaste antwoord op de eerste vraag: ‘De samenwerking? Die verliep goed.’ Daarmee is natuurlijk lang niet alles gezegd, maar Sels heeft wel bewezen dat hij erin geslaagd is ‘de rangen te sluiten’, zoals hij dat na zijn – verrassende – overwinning op Rik Torfs hoopte te kunnen bereiken.

Al is een nieuwe rector natuurlijk wennen. Voor de een al wat minder dan voor de ander, want de meeste decanen – de meest vertegenwoordigde geleding – kennen Sels nog van zijn vorige carrière. Na twee ambtstermijnen als decaan van de faculteit Economie en Bedrijfswetenschappen (FEB) zit Sels nu aan de andere kant van de Academische Raad. ‘Hij komt uit onze faculteit en ik heb er nauw mee samengewerkt, dus ik wist op voorhand wat zijn aandachtspunten zouden zijn’, zegt de huidige decaan Wilfried Lemahieu. ‘In die zin is wat er nu als beleidsplan ligt geen ongelooflijk grote verrassing.’ Ook voor anderen is de FEB-stempel duidelijk: Sels krijgt al eens het verwijt de context van zijn eigen faculteit te extrapoleren naar de volledige universiteit.

‘Sels treedt in dialoog, maar vaak om de tegenpartij te overtuigen van zijn gelijk’

Decaan

Maar dat Sels oudgediende is, heeft ook zijn voordelen: iedereen looft Sels om zijn dossierkennis. Het valt op dat Sels zelf de leiding neemt, in tegenstelling tot zijn voorganger die veel overliet aan zijn vicerectoren. Tegelijk vormen de rector en zijn vicerectoren tegenwoordig een echt team. ‘De ploeg is coherent, men trekt aan dezelfde kant van het touw’, stelt Isolde Buysse, ABAP-vertegenwoordiger voor de groep Humane Wetenschappen. ‘Ze komen over als een duidelijk front, een gedragen bestuur.’ Als er al spanningen zouden zijn, worden die niet uitgesproken in de Academische Raad.

Sels wordt ook geprezen voor zijn luisterbereidheid. Al wordt daar meteen een kanttekening bij gemaakt. ‘Hij treedt in dialoog, maar vaak om de tegenpartij te overtuigen van zijn gelijk’, klinkt het bij een van de decanen. ‘Hij staat zeker open voor andere opinies, maar eenmaal hij een bepaald standpunt ingenomen heeft, is het moeilijk hem te overtuigen van een alternatief.’

Een van die standpunten is zonder twijfel de kalenderhervorming. Het dossier kende een heropleving toen Sels vlak voor de opening van het academiejaar liet weten van het dossier werk te zullen maken met heel concrete plannen. De AR wist enkel dat er ‘een mededeling’ over het dossier zou plaatsvinden. Ongelukkige communicatie, geven velen aan.

Werkgroepen

Dat het dossier dit jaar plots zo dringend en controversieel werd, is des te meer bizar aangezien Sels er nooit over gesproken had tijdens zijn campagne. Wel was het duidelijk dat de werkgroep die rond het thema werkte aan het begin van de beleidsperiode van Sels naar buiten zou komen met haar conclusies. De werkgroep werd onder Torfs opgericht om een analyse te maken van de mogelijkheden, maar Torfs zelf was conservatief. Door Sels’ progressiviteit kreeg de werkgroep plots een heel andere impact.

Ook dat is een heikel punt. Sels richt zoveel werkgroepen op dat het ‘moeilijk is door de bomen het bos nog te zien’, als we verschillende leden van de AR mogen geloven. Dat leidt tot onduidelijkheid over welke nieuwe werkgroepen precies worden opgericht en of ze oude werkgroepen vervangen.

'De argumenten pro hervorming worden toch altijd een stuk meer uitgewerkt’

Decaan

Meer werkgroepen zijn op zich niet negatief, want ze verleggen veel voorbereidend werk en geven input. ‘Er zijn al zo veel overlegorganen aan de universiteit, met legitieme vertegenwoordiging van de diverse geledingen. Men moet zich er dus voor behoeden dat de werkgroepen de huidige beslissingsorganen niet feitelijk ondergraven’, stelt een decaan.

Bovendien heeft de samenstelling van die werkgroepen ook consequenties voor de output. Zo zou de werkgroep Herkansingsbeleid van de Onderwijsraad – die de AR zal adviseren over de herindeling – vooral voorstanders van een hervorming bevatten. ‘De argumenten pro hervorming worden toch altijd een stuk meer uitgewerkt’, zegt een decaan. ‘Ik sta zeker niet negatief tegenover een hervorming, maar er blijft weinig ruimte over voor tegenargumenten.’

Ambitieus

De hervormingsdrang lijkt duidelijk in het geïntegreerd beleidsplan. Quasi unisono wordt het ambitieus genoemd. KU Leuven moet een sterk internationaal profiel krijgen, interdisciplinaire instituten creëren, vergroenen, studenten een activerend en digitaal onderwijs aanbieden en – als het even kan – het kalenderjaar hervormen. Geen sinecure om rond te krijgen op deze ambtstermijn. ‘Sels is een echte beleidsman’, zegt Christophe Delecluse, decaan van de faculteit Bewegings- en Revalidatiewetenschappen. ‘Hij maakt niet alleen plannen, maar knutselt ook aan de weg om ze te realiseren.’

Opvallend: het plan dat het minst verregaand is, kan op het meeste steun rekenen. Het luik duurzaamheid kreeg zelfs applaus in de AR. Het plan is misschien minder baanbrekend dan de andere onderdelen, maar is wel heel degelijk onderbouwd en zet in op diverse laagdrempelige initiatieven. ‘Sustainability zal de realiteitstoets doorstaan’, voorspelt Buysse.

De andere onderdelen maken meer tabula rasa. Maar net die hubris maakt dat het plan soms vaag blijft, bijvoorbeeld over op hoeveel extra middelen de faculteiten kunnen rekenen. ‘Er is nog niets verdeeld onder de faculteiten’, zegt Philippe Muchez, decaan van de faculteit Wetenschappen, ‘maar ze kunnen zich wel een beeld vormen, want er komen extra mandaten. Dat is positief onthaald.’

Die extra werkingsmiddelen zullen ingezet worden voor extra ondersteunend personeel. Maar bij het ABAP (assistenten en (post)doctorandi, red.) zelf klinkt men voorzichtig: ‘Wij hebben snel de rekensom gemaakt: we komen er niet. Het is niet genoeg om het hele beleidsplan om te zetten.’ Naar de operationalisering van het plan is het daarom vooralsnog gissen.

'Ofwel is het een geïntegreerd beleidsplan, ofwel niet'

Verre van geïntegreerd

Eveneens gissen is het naar de weerslag op het onderwijs, het onderzoek en de studenten. Het geïntegreerd beleidsplan is namelijk verre van geïntegreerd: de alma mater is nog in blijde verwachting van belangrijke beleidsplannen, zoals voor het studenten- en onderzoeksbeleid. ‘Dit zijn plannen die in het logische verlengde liggen van wat nu al gaande is’, verdedigt Sels deze keuze.

Maar heel wat AR-leden hebben toch bedenkingen bij het uit elkaar trekken van de vijf vastgelegde werven en het bredere beleid: ‘Ofwel is het een geïntegreerd beleidsplan, ofwel niet.’ Bovendien bevat het ‘geïntegreerd’ beleidsplan met educatieve technologie, activerende werkvormen en een kalenderhervorming wel belangrijke aspecten van het onderwijsbeleid.

Nog grotere vragen worden gesteld bij de afwezigheid van een personeelsbeleid. Sels had beloofd dat hij zelf de taak op zich zou nemen gezien zijn eigen expertise op dat vlak. Maar een jaar later lijken er nog niet eens plannen in de maak. Dit is vooral problematisch voor ‘de campussen’, die speciale statuten hebben voor het personeel dat al aan de initiële hogescholen doceerde. Onder Torfs was er grote onvrede omdat Leuven hen niet als evenwaardig aan het zelfstandig academisch personeel zou beschouwen. Sels beloofde hiervoor een oplossing, maar die is er tot op heden niet.

Medebestuur

Ook vertegenwoordiging stond centraal in Sels’ campagne. Hij beloofde de studenten volwaardig medebestuur en wilde ook dat de stem van het administratief-technisch personeel (ATP) meer gehoord werd. Onder Torfs had het ATP een lid in de AR, nu zetelen er vier. Het ATP van de drie groepen en de centrale diensten heeft voortaan een stem in de beleidsvoering. Het ATP krijgt de kans om input te leveren via de betrokken werkgroepen en raden om input te leveren over het beleidsplan.

Zo delen ze ook de bezorgdheid van de studenten dat de herindeling van de academische kalender zorgvuldig dient te worden voorbereid. Een voldoende brede betrokkenheid van het ATP is noodzakelijk onder meer om het meerwerk van de implementatie correct in te schatten. De ATP-vertegenwoordigers zijn in grote lijnen positief over het eerste beleidsjaar van de nieuwe rector, omdat het ATP toch een volwaardige stem krijgt in het beleid van de universiteit.

Medebestuur bleek anderzijds moeilijk. Er kwam een verankering van het lidmaatschap van de voorzitter van de Studentenraad KU Leuven (Stura) in het Gemeenschappelijk Bureau (GeBu, de facto het belangrijkste beslissingsorgaan). Maar al snel bleek dat de voorzitter niet welkom was op het conclaaf waar Sels met zijn vicerectoren de vijf werven uitdacht die later de basis van het geïntegreerd beleidsplan zouden uitmaken. Kort daarop namen de meerderheid van de bestuursleden en mandatarissen van Stura ontslag door interne strubbelingen, waarna de studentenraad in een crisis verzakte. Met het recente studentenprotest tegen de plannen rond de herindeling van het academiejaar, is het medebestuur heel precair geworden.

'Gebrek aan inspraak is daarom een fout woord: het rectoraat kon toch moeilijk alle plannen on hold zetten'

Wilfried Lemahieu, decaan FEB

Zijn de studenten buitenspel gezet? ‘De vertegenwoordigingsproblemen bij Stura waren alleszins een spijtige zaak’, stelt Lemahieu, ‘zeker om een beleid tot stand te brengen dat toch belangrijke veranderingen inhoudt. Gebrek aan inspraak is daarom een fout woord: het rectoraat kon toch moeilijk alle plannen on hold zetten en ik heb niet meteen zicht op de mate waarin men andere kanalen heeft gezocht om de studenten de kans te geven om mee te discussiëren.’ Slechte wil lijkt er alleszins niet mee gepaard, aangezien Sels als decaan veel oog had voor studentenparticipatie en hier ook geliefd om was.

Toch overstijgt de problematiek de studenten. Ook voor de decanen en het personeel blijken communicatie en transparantie knelpunten. ‘We moeten onze geledingen vertegenwoordigen, maar mogen tegelijk geen documenten uit de AR doorsturen’, kaart een ZAP-lid aan. Daarom is het soms moeilijk om te weten wat de brede achterban over de plannen denkt.

Geen nood: in augustus is er vooralsnog een tweede zit

Implementatie

Hoe het ook zij: het geïntegreerd beleidsplan is goedgekeurd, waardoor (minstens) de komende drie jaar in het teken zullen staan van de implementatie ervan. Maar daarvoor zal ook steeds teruggekoppeld moeten worden naar de AR. Wat de herindeling betreft, zijn de meesten erover eens dat de goedkeuring van het beleidsplan zich louter bevindt op vlak van het pedagogische project rond activerende werkvormen. Een gedragenheid voor een herindeling van het academiejaar is er niet. Heel wat leden van de Academische Raad nemen daarom aanstoot aan de formulering dat die herindeling er ‘moet’ komen om de andere aspecten van het plan te kunnen realiseren.

Welke waarde moet gehecht worden aan de goedkeuring door de Academische Raad? ‘Het plan is een plan. Het lanceert ideeën en dat is goed’, zegt decaan van Rechtsgeleerdheid Bernard Tilleman.

Conclusie: Sels heeft zeker een geslaagd eerste jaar achter de rug, maar wil zijn ambities iets te snel verzilverd zien. In de snelheid struikelt hij zo al eens over zijn eigen voeten. Geen nood: in augustus is er vooralsnog een tweede zit.

In de gedrukte versie staat er dat ATP de afkorting is van academisch-technisch personeel. Dit moet administratief-technisch personeel zijn. Zij zetelen met vier, niet met drie.

Een analyse van de verschillende werven uit het beleidsplan lees je hier.