Als studeren (niet) op rolletjes loopt

Studenten met een functiebeperking aan KU Leuven

03 December 2018
Artikel
Auteur(s): Nynke van Uffelen
Studeren met een functiebeperking is niet vanzelfsprekend. KU Leuven voorziet faciliteiten voor zo'n 2.500-tal studenten met een bepaalde beperking. Maar hoe beïnvloedt dit het studentenleven nu echt?

Stel je voor. Je zit in een rolstoel en je wil een avondje naar de Oude Markt. Je hebt dyslexie en moet in januari je cursussen op een sneltreintempo doornemen. Zit maar eens stil in een collegezaal met ADHD, of maak een groepswerk met ASS. En wat moet je eigenlijk doen met een PowerPoint als je een visuele beperking hebt? Studenten vertellen over hun ervaringen.

Het aantal studenten met een functiebeperking is de afgelopen tien jaar verviervoudigd

Omkaderd op kot

Ik kom binnen in Romero I, het gebouw achter de Alma, en Sim (23) ligt languit op de zetel. Hij woont in het project Omkaderd Wonen. Elke week staat hij een aantal uur paraat om twee kotgenoten op zijn gang te helpen, onder andere Esther (27). Zij zit in een rolstoel en heeft bijvoorbeeld hulp nodig met koken, naar de les gaan en schoenen aandoen. 'Zonder hulp van mijn kotgenoten had ik nooit kunnen studeren,' vertelt ze. 'Ik doe nu mijn MaNaMa bedrijfscommunicatie. Maar als dit project niet bestond, moest ik iets anders doen dichter bij huis. Iets wat ik veel minder graag zou doen.'

'Omkaderd Wonen bestaat al meer dan veertig jaar,' vertelt Hella, adviseur van dit project. 'Mensen met en zonder fysieke functiebeperkingen zitten samen op kot. De omkaderde wordt, indien nodig 24/5, ondersteund door de kotgenoten.' Dat is een niet te onderschatten vrijwillig engagement: studeren komt op één, maar zorg is prioriteit nummer twee. Sim vindt dat geen probleem. 'Het is heel fijn om hier te zitten. Je leert elkaar veel sneller en beter kennen dan op een normaal kot.'

'Ik kan moeilijk met iemand beginnen praten of iemand opzoeken in een aula, want ik kan niemand zien!'

Julie, studente met een visuele beperking

Julie (22) beaamt dit: 'Ik heb een visuele beperking, maar ik voel mij nooit eenzaam. Veel leuker dan het systeem in Gent: daar woon je in een studio en drie keer per dag komt daar iemand langs. Voor de rest moet je je plan trekken, maar de campus is daar veel verder weg. Hier doen we veel activiteiten samen. Vorige week hebben we een dinner in the dark georganiseerd: iedereen deed een blinddoek om. Toen merkte iedereen pas dat fruitsla eten raar is als je blind bent: je weet nooit wat je in je mond krijgt.'

Studeren met een functiebeperking

Louie (22, schuilnaam) heeft dyslexie en studeert filosofie. 'Eigenlijk gewoon lezen en schrijven dus', lacht hij. 'In het middelbaar nam niemand de tijd en moeite om me te verbeteren. Ik heb nooit taalgevoel ontwikkeld en heb een inhaalbeweging moeten maken.'

'Niet alle richtingen zijn even toegankelijk', stelt Julie. Door haar visuele beperking ziet zij vrijwel niets. 'Als ik goed kon zien, was ik graag verpleegster geworden, of leerkracht lager onderwijs. Maar dat is niet evident. Nu studeer ik criminologie, maar bij sommige vakken heb je veel figuren. Mijn spraaksoftware snapt dat natuurlijk niet. Assistenten leggen de grafieken in woorden uit. Ik word echt heel goed geholpen door de KU Leuven.'

'Met een rolstoel over straat is trouwens vaak een probleem: veel stoepen zijn scheef en hebben veel gaten'

Esther, studente in een rolstoel

Louie merkt wel op: 'Ik maak niet altijd gebruik van mijn examenfaciliteiten, zoals extra tijd op een mondeling examen. Ik vind het vervelend als de prof weet dat ik dyslexie heb.' Esther merkt op dat niet alles rooskleurig is: 'Over sommige kleine – oké, grote – dingen wordt niet echt nagedacht. Ik heb ooit vastgezeten in een lokaal met een brandoefening, ze zijn me pas een uur later komen halen. Als dat echt was geweest …'

Feesten op wielen

Het hebben van een sociaal leven buiten het kot is niet altijd gemakkelijk. Julie merkt op: 'Mensen moeten naar u komen. Ik kan moeilijk met iemand beginnen praten of iemand opzoeken in een aula, want ik kan niemand zien! En ik zit altijd vooraan: ik moet mijn laptop insteken, die heb ik nodig. Niet iedereen vindt dat een leuke plaats.'

Vrienden is één ding, uitgaan nog een tweede. Julie lacht: 'Ik denk sowieso niet dat ik zo’n feestbeest ben, maar mijn oogaandoening speelt zeker een rol. Uitgaan is van hier naar daar. Op het middelbaar hebben vrienden mij wel meegesleept, maar je moet je overal tussen wurmen. De muziek is superluid, en als ik iets ga doen is praten voor mij het belangrijkst.'

Esther vindt het wel heel leuk om iets te gaan drinken op café of in een fakbar. 'Echte feestcafés zijn moeilijker. Met een rolstoel over straat is trouwens vaak een probleem: veel stoepen zijn scheef en hebben veel gaten. Dan moet ik maar over straat of op het fietspad. Ik ga niet supervaak uit, want er zijn veel moeilijkheden.'

Als ik later groot ben

'Ik wil ook graag kindjes, he', lacht Julie. 'Ik ga na mijn studies samenwonen met mijn vriend. Ik had wel schrik om te vertellen dat ik slechtziend was, maar hij staat er heel positief in. Later wil ik parttime werken en veel vrijwilligerswerk doen. Als hij werkt, wil ik natuurlijk ook kunnen buitenkomen: daarom ben ik nu bezig met het aanvragen van een blindengeleidehond. Vroeger wilde ik zelfs nooit met een stok lopen: ik schaamde me. Maar mede door mijn vriend voelt het beter om hulpmiddelen te gebruiken.'

'Ik ga nooit tegen mijn werkgever zeggen dat ik dyslexie heb. Ze nemen aan dat je dan dom bent'

Louie, student met dyslexie

Louie merkt op: 'Ik ga nooit tegen mijn werkgever zeggen dat ik dyslexie heb. Ze nemen aan dat je dan dom bent. Mijn broer deed dat, en opeens werd zijn contract voorwaardelijk, met een proefperiode enzo.' Esther heeft ook een uitgedacht toekomstplan. 'Ik doe volgend jaar mijn stage en ga daar proberen binnen te geraken. Als ik ga solliciteren, ga ik niet zeggen dat ik een beperking heb: dan word je gewoon niet uitgenodigd. Ik ga eerst gewoon terug thuis wonen. Ik heb voorlopig niet echt een andere optie. Ik ga dit kot wel echt missen!'

Al gehoord van de 2.559?

Het aantal studenten met een functiebeperking is de afgelopen tien jaar verviervoudigd. In 2006-2007 hadden slechts 634 studenten een functiebeperking; dat is 3,1% van alle studenten. In 2016-2017 had 5,3% van de studenten een functiebeperking: 2.559 studenten in totaal. Dat is 14% meer dan het jaar ervoor. Wat cijfers over vorig academiejaar:

·         1.006 studenten (39%): leerstoornis (dyslexie of dyscalculie). Dat aantal is maar liefst vervijfvoudigd afgelopen tien jaar.

·         518 studenten (20%): aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis.

·         209 studenten (8%): autismespectrumstoornis.

·         226 studenten (10%): chronische ziekte. Dat is een verdriedubbeling!

·         165 studenten (6%): psychiatrische functiebeperkingen. Deze groep is maar liefst x27 gegroeid afgelopen tien jaar.

·         69 studenten (3%): motorische beperking. Dat aantal is verdubbeld sinds 2016.

·         52 studenten (2%): visuele beperking.

·         29 studenten (1%): auditieve beperking.