Als het kwartje valt

Wat er gebeurt wanneer we lachen

18 October 2017
Artikel
Auteur(s): Daphne de Roo
Een foples, de dronken avonturen van je katerige vriend of een plotse prot; er gaat nauwelijks een dag voorbij zonder dat we ergens om moeten lachen. Maar wat gebeurt er eigenlijk wanneer je lacht?

Lachspieren

De biologische reactie na een grappige gebeurtenis begint in de frontale kwab. Waar de linkerkant de woorden en structuur van een grap interpreteert, bepaalt de rechterkant of die grappig is of niet. Zodra het kwartje valt, reageren dieper in de hersenen gelegen emotionele centra - het limbisch systeem - en uiteindelijk ook de dorsale pons, de brug tussen de midden- en de kleine hersenen. Die laatste zorgt ervoor dat een lichamelijke reactie ontstaat.

De kenmerkende spier bij het lachen is natuurlijk de lachspier, die je mondhoeken opzij trekt. Als je echt lacht en niet slechts veinst, zijn er nog veel meer gelaatsspieren die ‘meedoen’: de grote jukspier - die je mondhoeken optrekt - en de circulaire oogspier - waardoor je ogen een beetje sluiten en kraaienpootjes ontstaan. Ook je buikspieren en middenrif doen vrolijk mee. In de overige spieren is de spanning juist laag.

'De overdaad aan gelukshormonen zorgt ook voor een lichte spierverslapping; je slaat letterlijk dubbel'

Slappe lach

In je hersenen worden dopamine en endorfinen aangemaakt. Deze geluksstoffen maken je blij en verlichten eventuele pijn. Hoe harder je lacht, hoe meer van deze stoffen worden aangemaakt, en hoe groter de gevoelens van blijdschap en genot. In het geval van de slappe lach gaat dit door tot het endorfinesysteem als het ware overbelast is, waardoor je tijdelijk de controle verliest en niet meer kunt stoppen met lachen.

Deze overdaad aan gelukshormonen zorgt ook voor een lichte spierverslapping. Je slaat letterlijk dubbel, moet je aan iets of iemand vasthouden of belandt op de grond. Sommigen piesen in hun broek. Dat laatste wekt dan waarschijnlijk een nieuwe lachstuip op.

Toch heb je zelden in je eentje de slappe lach. Lachen is een uiting van sociaal gedrag. Door te lachen naar elkaar laten mensen zien dat ze geen kwade bedoelingen hebben. Dat een lach ook aanstekelijk werkt, hebben we allemaal wel eens ervaren. De oorzaak hiervoor is te vinden in onze spiegelneuronen die ervoor zorgen dat we iets van de pijn, het verdriet, maar ook de blijdschap van anderen voelen.

Filosofie van de lach

Dat we zelden alleen lachen, stelde ook Henri Bergson in zijn drie essays ‘De Rire’. Opvallend is dat deze filosoof meent dat de lach juist ontstaat wanneer het intellect de plaats inneemt van het gevoel. Wanneer we bijvoorbeeld bezorgd zijn wanneer iemand valt, kunnen we niet lachen, omdat het gevoel van medeleven primeert. Doordat het intellect de situaties benadert met de koele blik van een chirurg, ontstaat er een spanning tussen de blik en de aard van de situatie, waarin het komische tot stand komt.

Lachen is een luchtige manier om goed burgerschap te bewaken

Waarom werkt nu juist een vallend iemand, een verstrooide professor of de filmkomiek Charlie Chaplin op onze lachspieren? Volgens Bergson is dit omdat zij als machines op elke omstandigheid reageren. Ze lijken bezeten door iets onpersoonlijks. Het organische, spontane wordt overdekt door het mechanische en automatische, waardoor een conflict ontstaat tussen verwachting en realiteit.

De lach heeft ook een maatschappelijke functie, meent Bergson, in die zin dat deze reactie een verzet aantoont tegen de mechanisering van de samenleving of van een individu. Door de vernedering die hij in zich draagt is de lach ook geschikt voor het aantonen van de zeden en corrigeren van de mens. Lachen is dus een luchtige manier om goed burgerschap te bewaken.