72 studenten met motorische beperking aan KU Leuven

Reeks: studeren met een functiebeperking

08 oktober 2016
Artikel
Studeren aan de KU Leuven is niet voor iedereen even vanzelfsprekend. Studenten met een motorische functiebeperking moeten zich soms letterlijk een weg doorheen hun studies banen.

Vorig jaar studeerden er aan alle campussen van de KU Leuven 72 studenten met een motorische functiebeperking. Een motorische beperking houdt in dat men met een houdings- of bewegingshandicap te kampen heeft. Dat heeft bepaalde gevolgen voor de studenten in kwestie. De KU Leuven probeert pijnpunten zoals toegankelijkheid van lokalen, zelfstandig op kot gaan, stigmatisering en zo veel meer aan te pakken, ook al gaat dat niet steeds zonder slag of stoot.

Extra faciliteiten

Studenten met een motorische functiebeperking kunnen zich aanmelden bij de Cel Studeren met een Functiebeperking. Daar kunnen ze samen zitten met een van de vier zorgcoördinatoren, die met hen mogelijke noden en oplossingen bekijkt.

Net als sommige studenten met leerstoornissen (zie Veto 4302) kunnen studenten met een motorische beperking rekenen op examenfaciliteiten. Die faciliteiten kunnen zeer uiteenlopend zijn, en hebben als doel studenten de kans te geven om op hun examen hun kennis van het afgelegde vak correct weer te geven. ‘Ik krijg bij een examen meer tijd om te schrijven omdat ik daar zelf niet zo goed in ben’, vertelt Esther Vangenechten, een studente met een motorische beperking.

De proffen weten door de wetgeving rond privacy niet op voorhand of er studenten met een functiebeperking in hun les zitten, maar sommige studenten lossen dat zelf op. ‘Ik stel me altijd voor aan de proffen zodat ze weten dat ik een beperking heb en ze zich daarvan bewust zijn. Meestal reageren de proffen daar vriendelijk op’, laat Kalina De Blauwe, een andere studente met een motorische beperking, weten. Al is dat niet voor iedereen even gemakkelijk. ‘Je bent meteen de persoon met de beperking die iedereen kent, maar zelf ken je nog niemand’, vult Esther aan.

Ontoegankelijkheid gebouwen

Het grootste knelpunt blijft echter de toegankelijkheid van gebouwen. Zorgcoördinator Leen Buelens legt uit dat het plannen van lokalen geen gemakkelijke klus is: ‘Een veelheid aan factoren zoals de beschikbaarheid van de prof, de grootte van het lokaal en de aansluiting tussen de lessen zorgt ervoor dat een goede planning niet evident is.’

Het is dan ook geen verrassing dat het soms misloopt met de toegankelijkheid van lokalen, getuigt Esther, ‘Ik heb al voor lokalen gestaan waar ik niet in kan. Achteraf kunnen ze dat wel aanpassen, maar dat is een heel gedoe en vaak zijn er al wat lessen voorbij eer het opgelost is. Toen ik in Liverpool op de universiteit zat werd dat automatisch geregeld.'

Er wordt vanuit de KU Leuven ook gewerkt om bestaande gebouwen aan te passen en nieuwe gebouwen meteen toegankelijk te maken voor iedereen, laat Heidi Mertens van de dienst Diversiteit weten: ‘Er is al jaren een wettelijke norm rond toegankelijkheid, maar de KU Leuven heeft ook een eigen toegankelijkheidsnorm opgesteld in samenwerking met de technische diensten.’ Het aanpassen van gebouwen in Leuven is door hun historische waarde echter vaak een moeilijk en langdurig proces.

Ann Heylighen doceert sinds het academiejaar 2006-2007 het keuzevak Inclusieve Design aan ingenieur-architecten. ‘Het is belangrijk dat de studenten inzicht hebben in hoe de gebouwde ruimte mensen kan belemmeren of ondersteunen.’ De studenten geven, in combinatie met mensen met functiebeperking, suggesties aan de Technische Diensten, die daar dan rekening mee probeert te houden bij het aanpassen van gebouwen. Zo zijn de suggesties in de tien jaar dat het vak gedoceerd wordt, meermaals opgenomen in de verbouwingen. ‘We hebben onder andere inspraak gehad bij de aanpassingen van de Grote Aula in het MTC en de herinrichting van het Van Dalecollege’, geeft Heylighen mee.

‘Je bent meteen de persoon met de beperking die iedereen kent, maar zelf ken je nog niemand’

Esther Vangenechten, studente met motorische functiebeperking

Geen reden tot feesten

Het studentenleven bestaat niet enkel uit studeren, maar ook uit studentikoze activiteiten. Dat blijkt in Leuven niet vanzelfsprekend voor studenten met motorische beperkingen. ‘De straten in Leuven zijn vaak niet aangepast aan mensen met een beperking. Dat zorgt ervoor dat gebouwen of lokalen extra moeilijk te bereiken zijn’, vertelt Kalina.

Ook uitgaan is geen gemakkelijke opdracht, legt Esther uit: ‘Op Erasmus in Liverpool besefte ik dat ik eigenlijk echt van uitgaan houd, maar hier is dat gewoon niet mogelijk. Ook al zijn de mensen van de fakbars vaak lief en behulpzaam, de toegankelijkheid is zo slecht! Daarbovenop kan je als persoon met een beperking haast nergens naar het toilet gaan, dus dan kan je al niets drinken.'

Op vlak van toegankelijkheid kan dus niet alleen de KU Leuven maar ook de stad Leuven nog verbeteringen aanbrengen. De huisvesting voor studenten met een beperking lijkt alvast het goede voorbeeld te geven.

‘Het is belangrijk dat mensen weten wat er mogelijk is. Anders blijf je maar thuis zitten’

Esther Vangenechten, studente met motorische functiebeperking

Omkaderd wonen

De KU Leuven biedt aangepaste huisvesting aan voor studenten met een functiebeperking. Hier leven studenten met een functiebeperking samen met studenten zonder functiebeperking.

‘Het zoeken naar een residentie voor studenten met een functiebeperking is echt maatwerk. Naast het praktische aspect houden we ook rekening met de persoonlijkheid van de student', vertelt Hella Debelder, adviseur Omkaderd Wonen van de KU Leuven. Zij volgt de situatie in de residenties van dichtbij op.

Zo woont Esther in Romero, een van de residenties die omkaderd wonen aanbiedt. Esther heeft een motorische functiebeperking, de andere bewoners in haar gang zorgen voor de ondersteuning. Minne, een van de studenten zonder functiebeperking die bij Esther op kot zitten, vertelt hoe de procedure werkt: ‘Eerst moet je een motivatiebrief schrijven naar de dienst huisvesting en de adviseur Omkaderd Wonen. Daarna volgt er een gesprek.’ Debelder duidt het concept: ‘Het gesprek is een aftoetsing of de student erbij stil staat wat er allemaal komt kijken bij het op kot gaan met studenten met een motorische beperking.’

Seliene legt uit: We hebben een 24 uurspermanentiesysteem. Iedereen neemt tussen de vier en de zes uur permanentie per week op en blijft daarbij nog eens minstens een nacht per twee weken op kot.’ Elke week wordt er vergaderd. Problemen met het permanentierooster zijn er doorgaans niet. ‘Enkel tijdens de examens is het soms moeilijk, omdat de emoties dan iets hoger oplaaien', lacht Esther, 'maar uiteindelijk komt dat altijd allemaal in orde.'

Ondanks de toename van studenten met een functiebeperking, volgt de aanvraag van huisvesting die stijgende lijn niet. Debelder verduidelijkt: ‘Het merendeel kan – mits wat inspanning en creativiteit – ook op andere koten terecht wanneer er geen permanente begeleiding nodig is.’ Esther besluit: ‘Het is belangrijk dat mensen weten wat er mogelijk is. Anders blijf je maar thuis zitten.’