40 procent van koten gebuisd op brandveiligheid

Koteninspectie levert barslechte resultaten op

25 april 2016
Artikel
Een tussentijdse evaluatie van de extra koteninspecties van de KU Leuven levert erbarmelijke resultaten op. Maar liefst de helft van alle koten voldoet niet aan de norm.

Met een driejarig project, dat nu ongeveer een jaar bezig is, zet de huisvestingsdienst van de KU Leuven extra in op de kwaliteitscontrole van studentenkamers. Een team van inspecteurs controleert alle koten die op Kotwijs, de kotendatabank van de KU Leuven, zijn geregistreerd. De tussentijdse resultaten zijn ronduit slecht.

De helft van alle koten schiet tekort en dat is veel, beaamt diensthoofd Studentenhuisvesting van de KU Leuven Ludo Clonen: “We hadden verwacht dat het aantal koten dat niet voldoet aan de norm lager zou liggen.” Problemen doen zich voor op het vlak van kwaliteit, brandveiligheid, contract en studentvriendelijkheid. Brandveiligheid blijkt het grootste struikelblok.

“De brandweer controleert of er voldaan is aan de regelgeving,” vertelt Clonen. “Het gaat dan om de aanwezigheid van vluchtwegen, brandblusapparaten, rookmelders, brandveilige deuren enzovoort.”

41 procent van de bezochte koten krijgt geen positief brandweerverslag. Die koten worden dus gemarkeerd als niet brandveilig. Maar ook op andere vlakken schieten de panden tekort: 17 procent is niet in orde met het contract, bij 1 procent is niet voldaan aan de kwaliteitsnormen.

17 procent is niet in orde met het contract, bij 1 procent voldoet de kwaliteitsnorm niet

Het project moest verschillende onverwachte complicaties het hoofd bieden. Zo reageerde het overgrote deel van de verhuurders (69 procent) pas na twee of zelfs drie contacten en viel het aantal koten waar opvolging nodig was met 50 procent veel hoger uit dan verwacht. 19% van de kotbazen had zelfs twee of meer opvolgingsbezoeken of -gesprekken nodig.

Van de 563 gecontroleerde panden werden er uiteindelijk 24 niet langer opgenomen in Kotwijs omdat ze de opnamecriteria niet haalden. Meteen de maximale straf voor brandgevaar of andere inbreuken: een schrapping uit de databank.

Een verwijdering uit Kotwijs is één ding, een verbod om nog verder te verhuren is echter niet aan de orde. Daartoe heeft de huisvestingsdienst niet de wettelijke bevoegdheid. De huisvestingsdienst kan de informatie niet doorspelen aan de stad, zodat zij op wettelijke basis wel iets zouden kunnen ondernemen. “Dat mogen we niet doen,” zegt Clonen, “in het kader van de privacywetgeving”. Zelfs wanneer de huisvestingsdienst informatie heeft over panden met ernstig brandgevaar, kan ze de stad daarvan dus niet op de hoogte stellen.

“We hadden verwacht dat het aantal koten die niet voldoen aan de norm lager zou liggen"

Ludo Clonen, Diensthoofd Studentenhuisvesting KU Leuven

Nochtans bestrijkt Kotwijs geen klein spectrum. Ongeveer 80 procent van alle Leuvense koten, zowel privé, private residenties als residenties van de KU Leuven, is er in opgenomen.

Traag proces

Van de op te volgen panden bleek 81 procent na een eerste opvolgingsbezoek in orde. Toch blijft het opvallend dat 1 op de 2 koten niet voldoet. Kennen de verhuurders de regels niet of lappen ze ze aan hun laars? Clonen benadrukt dat de meeste verhuurders van goede wil zijn. Als er tekortkomingen zijn, is dat in een aantal gevallen omdat men de regels niet kent, in andere gevallen omdat veranderingen te duur zijn.

Het hoge percentage heeft ook veel te maken met de grote afstand tussen deze en vorige huisbezoeken. Het project start immers met de koten die het langst niet meer bezocht zijn en werkt zo naar voren toe. Dat kan meteen ook verklaren waarom het contact met de huurders stroever liep dan verwacht. Clonen: “Ik denk dat sommige verhuurders wat schrokken en dachten: "Jullie komen ons zo lang niet bezoeken, waarom nu plots wel?"”

Tijdens het afgelopen jaar bleek er nog eens 40 procent van de gecontacteerde eigenaars zijn pand verkocht te hebben, niet meer te verhuren aan studenten of onbereikbaar te zijn. Die verschillende elementen bemoeilijken de administratie en vertragen het proces.

Het project kreeg het ook intern hard te verduren. Veto berichtte eerder dat het project vertraging opliep omdat twee aangeworven adviseurs het projecten hadden verlaten. Zo werd er in eerste instantie van uitgegaan dat er 360 huisbezoeken per persoon per jaar zouden worden afgelegd. Bij nader inzien bleek dat niet haalbaar en kon elke adviseur slechts 281 huisbezoeken afronden.

Het einde van de inspectieronde wordt geschat op eind 2017. Tegen dan is de stad Leuven normaal gezien begonnen met een eigen project onder leiding van de Dienst Woontoezicht, dat alle Leuvense koten binnen de 10 jaar wil controleren.

EDITORIAAL:

Op 31 januari 2014 komen twee Ierse meisjes van 19 en 22 jaar om het leven tijdens een woningbrand op de Kapucijnenvoer. Sara en Dace verschuilen zich in een kast terwijl de brand zich verspreidt door het huis. Het gebouw in kwestie staat op dat moment niet officieel geregistreerd als studentenwoning en is gedurende 5 jaar niet meer gecontroleerd op brandveiligheid.

In een speciaal brandveiligheidsdossier in Veto wordt er extra personeel beloofd om controles te doen. Studenten getuigen over het gebrek aan brandblussers, nooduitgangen en rookmelders. Op een kot zijn de brandblussers zelfs vervangen door emmers met zand.

Schrijnende situaties die nogmaals aan bod komen als Veto samenwerkt met het VIER-programmaKaren en de Coster, in het najaar van 2015. Burgemeester Tobback (sp.a) snauwt naar de hoofdredacteur van deze krant: “Als we alle koten moeten controleren, duurt dat meer dan tien jaar!” Die ambitieuze taak neemt de iets later opgerichte Dienst Woontoezicht op zich. Verwachte duurtijd van de controle: tien jaar.

Maar ook een andere dienst houdt zich bezig met koten controleren. De Studentenhuisvestingsdienst van de KU Leuven startte een jaar geleden met extra controles. Die wil op drie jaar tijd het volledige aanbod op Kotwijs, zijn eigen databank, doorlichten.Wat blijkt? Maar liefst 41 procent van de gecontroleerde koten is niet in orde met brandveiligheid.

“De brandweer controleert of er voldaan is aan de regelgeving,” vertelt Ludo Clonen, diensthoofd Studentenhuisvesting van de KU Leuven, aan Veto. “Het gaat dan om de aanwezigheid van vluchtwegen, brandblusapparaten, rookmelders, brandveilige deuren enzovoort.” Dat zo veel koten niet conform zijn aan deze basisnormen, is onaanvaardbaar.

Want dat is niet het volledige verhaal. Indien het kot na meerdere pogingen niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door de Studentenhuisvestingsdienst van de KU Leuven, wordt de samenwerking stopgezet. Het kot wordt dan niet meer op de officiële Kotwijs-website aangeboden en komt terecht op een “zwarte lijst” van onveilige of malafide koten en kotbazen.Die zwarte lijst is niet openbaar en de gegevens mogen niet worden uitgewisseld met de diensten van de stad wegens bescherming van de privacy. De kotbaas kan dus blijven verhuren met als enige verschil dat hij niet mag adverteren op Kotwijs. Blijven over: Immoweb, Ikot.be, allekoten.be, zimmo.be, easykot.be,... of het klassieke blad papier aan het raam: “TE HUUR: brandonveilige studio”.

Dat de Huisvestingsdienst van de KU Leuven extra controles doorvoert, is goed. Maar het punt blijft dat kotbazen die uit Kotwijs worden geweerd en verder verhuren, de dans ontspringen. Er kan morgen iemand sterven op een kot dat gisteren door de Huivestingsdienst werd afgekeurd. Hoe efficiënt zijn die huisbezoeken dan nog?

Op deze-site stelt vredesactivist en academicus Johan Galtung dat de pers ook oplossingen moet durven aanbieden. Bij dezen: speel de gegevens door, onder tafel of boven tafel. Omzeil de wet. Het is in het algemeen belang van de stad en haar studenten. Misschien is er wel nood aan een #Leuvenpapers.

Een krant die bereid is de namen te publiceren, is er. Wie zorgt voor de zwarte lijst?