150 jaar en nog lang niet uitgespeeld

De beknopte biografie van een jarige Schouwburg

26 september 2017
Artikel
Auteur(s): Anneka Robeyns
De Schouwburg blies 150 kaarsjes uit en dat ging gepaard met de nodige festiviteiten. Haar historie, hier te lezen, is er een van ambitie en pech, pracht en praal.

Pop-up palmbomen, een unieke podium party omgeven door oude decorstukken en een etmaal aan Romeo’s en Julia’s die elkaar de liefde verklaarden op balkon. Kosten nog moeite werden gespaard om 30cc/Schouwburg eens (letterlijk) in de bloemetjes te zetten tijdens 150 Jaar Schouwburg.

Net zo bewogen als dat jubileumweekend is nochtans de geschiedenis van de Leuvense Schouwburg. Reis mee terug in de tijd met deze biografie en krijg een zicht op de meest markante jaren van het stadstheater.

Feestzaal Frascati

In het prille begin van de negentiende eeuw, meer bepaald in 1806, schaft vastgoedmakelaar Jacques-Guillaume Cordemans een stevig stuk perceel aan ter hoogte van de Diestsestraat. Daar bouwt hij Frascati, wat de belangrijkste privéfeestzaal van Leuven zal worden. Er is op dat moment nog geen officieel stadstheater.

In de eerste plaats bezoekt men Frascati om de dansbenen los te gooien, maar van podiumkunsten heeft de feestzaal ook kaas gegeten. Een mobiel podium wordt binnengerold en de ruimte verandert in een heuse theater- of concertzaal.

De locatie betoont zich dan ook meer dan vruchtbaar. Het zijn optredens zoals die van Charles de Bériot begin jaren 1830 die nog lange tijd blijven nazinderen. De Leuvense vioolvirtuoos (tevens ook die van de straatnaam) begeleidt zijn grote liefde, prima donna María Felicia García Sitches. Samen geven ze een optreden waar nog jaren over wordt gesproken.

Een tempel voor de muzen

Cordemans ziet een nieuwe subsidie tussen zijn vingers doorglippen en in 1859 wordt Frascati met de grond gelijk gemaakt. Ondertussen beslist het stadsbestuur om zelf een nieuw theater te bouwen: een heuse Schouwburg in het midden van de Statiestraat - overigens de voorloper van de Bondgenotenlaan.

Stadsarchitect Edouard Lavergne verschuift daarom hemel en aarde om een imposant bouwwerk neer te poten. Hij kiest voor een statige, maar sobere gevel die in harmonie is met de andere gebouwen ( tevens de enige wens van het stadsbestuur).

Met zijn berekening op zo’n duizend personen en met een foyer die de mooiste van het land moet worden, mikt hij hoog. Kosten noch moeite worden gespaard en op 8 september 1864 vindt de plechtige eerstesteenlegging plaats van een nieuw-te-bouwen Schouwburg.

Die eer is aan Henri Peemans, burgemeester van Leuven en de Louis Tobback van weleer. Hij noemt de nieuwe Stadsschouwburg een ‘tempel voor de muzen en een paleis voor de dramatische kunsten’.

Komt dat zien!

Het moment van inwijding breekt tenslotte aan, op 3 september 1867 wordt de bühne van de nieuwe Stadsschouwburg voor het eerst ingeluid met Roméo et Juliette van Gounod. Het is een franstalige operabewerking van Shakespeares welbekende tragedie.

De keuze van dat franstalige stuk is niet verwonderlijk - Frans is immers de taal van de burgerij - maar ook de inwoners van lagere klassen kunnen meegenieten, de opening vindt namelijk plaats tijdens een grote kermis.

Burgemeester Peemans geeft daarnaast ook nog eens vrije toegangskaartjes aan alle Leuvense fabrieksbazen. Die moeten de vrijkaartjes uitdelen onder de ‘meest verdienstelijke hunner werklieden’. De Leuvenaars zijn zodanig geïmponeerd door de pracht en praal dat ze de Schouwburg al snel het koosnaampje ‘Bonbonnière’ geven, een verwijzing naar de rijkversierde pralinedozen uit de 19de eeuw.

Wereldbrand gooit roet in het eten

Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog gaat het gebouw, tezamen met de hele Bondgenotenlaan, in vlammen op. Het archief wordt jammergenoeg niet gespaard, er is daarom nagenoeg niets bekend is over de eerste vijftig levensjaren. Leuven treurt om zijn Stadsschouwburg.

Pas in 1938 doet architect Alban Chambon het theater uit haar assen herrijzen. Hij slaagt erin om een gebouw te ontwerpen dat zelfs de internationale pers haalt. Hij gebruikt dan ook de modernste technieken evenals de beste materialen, denk bijvoorbeeld aan een ingewikkeld verluchtings- en verwarmingssysteem dat in de zuilen zit verwerkt.

De Tweede Wereldoorlog staat daarna voor de deur, maar toch gaat het culturele leven vrolijk door. De Duitsers censureren swingmuziek en jazz, maar in de Schouwburg danst men vrolijk verder. Op het einde van de tweede wereldoorlog loopt het gebouw opnieuw schade op.

Schouwburg herrijst uit de assen

Na al die ups and downs kent de Leuvense Stadsschouwburg eindelijk een periode van bloei en rust. Het is een kans om het programma uit te breiden: tot de jaren 80 blijft het aanbod grotendeels hetzelfde (toneel en variété), maar daarna gaan ze ook in zee met theater, dans, literatuur, jazz, comedy en populaire muziek.

Het gebouw kent verder nog een heleboel restauraties en opfrissingen, maar er verandert niets aan de ziel. Het theater heeft nog steeds de grandeur van de jaren '30. Eretitels volgen al snel: beschermd monument (1994), bouwkundig erfgoed (2010) en beschermd stadsgezicht als onderdeel van de Bondgenotenlaan (2015).

De grootste verandering echter dateert van 2005. Sindsdien laat men de ‘Stads-’ van Stadsschouwburg vallen en spreekt men over 30CC/Schouwburg. Of ook gewoon: de Schouwburg.

Gerelateerde Artikels