'120 BPM': met kloppend hart en kloppend lid

Filmrecensie

24 November 2017
Artikel
Auteur(s): Simon Bellens
De Franse inzending voor de Oscars '120 BPM' is het sterkst als ze de ontroerende groepsdynamiek van anti-aidsbeweging Act Up toont. Zodra activisme plaatsmaakt voor zijverhalen, daalt de hartslag.

‘Le lutte contre le sida’. Wie geboren is voor pakweg 1985 verbaast zich zeker over hoe de dodelijke aidsepidemie vanaf de tweede helft van de jaren 80 plots geschiedenis is. Goede medicatie heeft er (in het westen) voor gezorgd dat hiv geen doodvonnis meer is, maar nog niet zo lang geleden verloor je binnen de LGBTQ-community met gore regelmaat je beste vrienden.

120 Battements Par Minute neemt je mee naar die ellende. Een grote meerderheid keek weg van de jonge doden. ‘Het is een homoziekte, nu eenmaal het gevolg van die quasi-incestueuze promiscuïteit onder homo’s, niet ons probleem.’ De ontwikkeling van geneesmiddelen verloopt traag en bovendien heeft president Mitterand helemaal geen oog voor aidspreventie. Act Up-Parijs verzet zich in eerste instantie tegen die dodelijke onverschilligheid. Verdrukten voeren een dubbele strijd. Ze vechten niet alleen voor betere leefomstandigheden, maar in de eerste plaats voor hun récht op strijd zelf: ‘Er ìs een probleem. Kijk niet weg.’

Hij kust dat levende lijk vol op de mond, grijpt met de hand onder het laken en trekt hem af in zijn ziekenhuisbed – komisch, passioneel en intriest tegelijk

Act Up organiseert bewustzijnscampagnes, deelt onverwachts condooms uit aan middelbare scholieren en bekladt de muren van een farmaceutisch lab met nepbloed. Allemaal met kloppend hart en heerlijke brutaliteit. Overigens is Act Up een voorbeeld voor nieuwe sociale bewegingen. Er zijn duidelijke regels voor wie deelneemt, maar niet dogmatisch. Ze zijn transparant en open voor ieder die wil en zonder strakke hiërarchie. De spannendste scènes van 120 BPM spelen zich dan ook af in de universiteitsaula waar ze in groep zonder een blad voor de mond en vol humor nieuwe activiteiten plannen en de algemene werking bediscussiëren.

Maar om niet de hele tijd in een collegezaal te filmen, bedachten de scenaristen een nogal mager liefdesverhaal tussen twee activisten – Nathan, seronegatief en Sean, een vurige radicaal. Dat moet voor afwisseling zorgen en levert ook een paar mooie scènes op. De knappe viriele Nathan en de graatmagere schriele Sean samen op het strand van Normandië, naast oude Duitse bunkerruïnes. Sean in het hospitaal, steeds zieker, en Nathan die hem bezoekt, dat levende lijk vol op de mond kust, met de hand onder het laken grijpt en hem aftrekt in zijn ziekenhuisbed – komisch, passioneel en intriest tegelijk.

De Franse cinema denkt nog steeds dat ze een relatie poëtisch en intens kan maken met één redelijk goede vrijpartij en twee pseudo-intieme gesprekken

De relatie tussen Nathan en Sean krijgt haar kracht door de doodsstrijd van een van de geliefden, maar niet door hun liefde zelf. De Franse cinema denkt nog steeds dat ze een relatie poëtisch en intens kan maken met één redelijk goede vrijpartij en twee pseudo-intieme gesprekken. Vraag maar aan Gaspar Noé of François Ozon. Kortom, de relatie bezat niets wat niet als erotische vriendschap had kunnen zijn en in een film die als grootste en eigenlijk enige mankement zijn lange duur heeft, mag alle ballast overboord.

Bovendien valt de erotische mannenvriendschap niet los te denken van het activisme. Met de dood van Sean brengt regisseur Robin Campillo de twee verhalen weer samen. Bij Seans sterfbed verzamelen alle kernleden van Act Up, alsof ze een sit-in houden. Later betogen ze door de straten van Parijs met grote portretfoto’s van de betreurde jongeman. Zijn assen strooien ze uit over de sandwiches en champagne-flûtes van een burgerlijke receptie.

Paradoxaal genoeg resulteert de mentaliteitswijziging ten opzichte van hiv de laatste jaren weer in een stijging van het aantal besmettingen. Het activisme van de anti-aidsbeweging behoort definitief tot een andere tijd. Maar toch: ‘Fuck safe, kids.’