1 op 3 wetenschappers pleegt laakbare onderzoekspraktijken

‘Vertrouwen komt te voet en gaat te paard’

06 maart 2018
Artikel
Auteur(s): Nora Sleiderink
Wetenschappelijke integriteit is hot topic en kent aan onze universiteit een steeds groter belang. De CWI verhoogt daarom weldra haar transparantie: ‘Anders gaat het leereffect van ons werk verloren.’

Vleeseters zijn egoïstischer dan vegetariërs en straatvuil maakt racistisch. Sounds fake? Dat is het ook. Nochtans waren dat de conclusies van Diederik Stapel, de Nederlandse decaan psychologie die van zijn voetstuk viel toen in 2011 duidelijk werd dat hij op grote schaal onderzoek had vervalst. Het geval kreeg aandacht van de internationale pers en de vraag rees meer dan ooit: wat met de integriteit van wetenschap?

50 shades of grey

Zo’n 2% van de wetenschappers wereldwijd geeft aan ernstig wetenschappelijk wangedrag te hebben gepleegd. Deze ernstige inbreuken betreffen drie hoofdzonden: falsificatie, fabricatie en plagiaat (FFP). ‘In een continuüm van wit naar zwart beschouwt men die drie als zwart’, stelt Kris Dierickx, hoogleraar Medische Ethiek. Deze zware vormen van wetenschapsfraude komen echter weinig voor.

Veel vaker gaat het over grijs, zoals onzorgvuldige experimenten of data positiever voorstellen dan ze zijn. Een opmerkelijke 32% van de wetenschappers geeft toe zich al eens aan deze laakbare onderzoekspraktijken schuldig te hebben gemaakt. Problematisch, volgens biomedisch onderzoeker Zeger Debyser. ‘Maar wetenschap is een menselijk proces. Niemand is zonder fouten.’

'Wat als het niet meer zeker is dat die reus wel een reus is, maar eigenlijk een reus op lemen voeten?'

Kris Dierickx, hoogleraar Medische Ethiek

De grijze zone lijkt minder erg dan de zware inbreuken. ‘Maar aangezien er relatief veel meer mensen kleinere inbreuken plegen, is dat misschien wel een groter probleem dan die enkelingen die ooit al eens een grote inbreuk pleegden’, waarschuwt Dierickx.

Hij ziet een gevaar voor de toekomst van de wetenschap bij frauduleus handelen. ‘Als wetenschappers staan we op de schouders van reuzen om vooruit te kunnen gaan. Wat als het niet meer zeker is dat die reus wel een reus is, maar eigenlijk een reus op lemen voeten?’ Zonder vertrouwen in de wetenschap, moet alles in vraag worden gesteld. ‘Dan kan de vooruitgang ervan heel sterk geaffecteerd worden.’

Peers en promotoren

Net daarom neemt de KU Leuven wetenschappelijke integriteit heel serieus. Sinds 2007 heeft onze alma mater, als pionier in Vlaanderen, een commissie voor wetenschappelijke integriteit (CWI). Al benadrukt het bureau, bestaande uit Herman Cousy, Dimitri Droshout en Inge Lerouge, dat de zaak ruimer ingebed is aan de KU Leuven. ‘Au fond komt de commissie er slechts aan te pas als het te laat is.’

Het ruimere beleid zet in op bewustwording. Zo heeft de KU Leuven een uitgebreide website met good practices en interactieve online tools. Ook krijgen doctoraatsstudenten in hun opleiding college over integriteit. Niet alleen hun eigen integriteit heeft daar baat bij, ze worden ook gevoeliger voor gedrag van peers en promotoren.

'Lang niet alles wat in de krant kwam over de zaak van Marc Hooghe was volledig juist'

Herman Cousy, Commissie Wetenschappelijke Integriteit

Doofpot Hooghe

Dat mist zijn effect niet in termen van klachten. Want wat een stuk meer tot de verbeelding spreekt, zijn de individuele cases die de commissie behandelt. Zo kwam de CWI vorig jaar in een mediastorm terecht toen nieuwssite Apache na een lek schreef dat prof Marc Hooghe het voorwerp uitmaakte van klachten over plagiaat en auteursfraude.

‘Dat was een moeilijke situatie voor ons’, blikt Cousy terug. ‘Lang niet alles wat in de krant kwam was volledig juist.’ Toch heeft de commissie toen niet gereageerd. Dat had niets te maken met doofpotoperaties, wel met confidentialiteit. ‘Confidentialiteit strekt tot de bescherming van alle betrokkenen: de melders, de wetenschapper in kwestie, de universiteit én de wetenschap’, stelt Cousy.

‘Als je geen bescherming van de identiteit van de melder kan garanderen, ga je misschien minder klachten hebben, maar daarom gaat de wereld er niet mooier uitzien’, vult Droshout aan. Toch heeft de KU Leuven op advies van de commissie besloten om binnenkort geanonimiseerde samenvattingen van cases online te plaatsen, om haar transparantie te verhogen. ‘We steken nu veel tijd en energie in het beoordelen van klachten, maar als we geen conclusies delen met de universitaire gemeenschap, gaat het leereffect verloren.’

'Ook een klacht via melder@hotmail.com wordt in beraad genomen indien hij ernstig genoeg is'

Dimitri Droshout, Commissie Wetenschappelijke Integriteit

Straf(feloos)

Per jaar ontvangt de commissie vijf tot tien meldingen. Onduidelijk is of dit het topje van de ijsberg is, aangezien er wellicht ook onderzoekers zijn die de stap niet durven zetten. Nochtans biedt de KU Leuven bescherming aan de klokkenluiders. Bovendien kan iedereen melding doen: ‘Ook een klacht vanwege pakweg melder@hotmail.com zal in beraad genomen worden indien hij ernstig genoeg is’, klinkt het bij Droshout. Gevallen die binnen een faculteit publiek geheim zijn, zouden dus eigenlijk niet mogen. ‘Het is een keten waarbij iedereen zijn verantwoordelijkheid moet opnemen.’

De commissie wil niet enkel de integriteit van de wetenschap, maar ook die van de wetenschapper bewaken. De procedure is daarom niet juridisch. Dat heeft als voordeel dat de commissie tegemoet komt aan een heel spectrum van inbreuken en zich niet hoeft te beperken tot de hoofdzonden.

‘De procedure is in de eerste plaats erop gericht remediërend op te treden’, zegt Droshout. Promotoren die zich onterecht werk van hun doctoraatsstudenten toe-eigenen, kunnen bijvoorbeeld verplicht worden met een co-promotor te werken. Frauduleuze publicaties kunnen dan weer worden herroepen en gebrandmerkt in databases.

Bij ernstige inbreuken formuleert de commissie een advies aan de rector. Die kan dan zelf beslissen over verdere procedures, zoals het initiëren van een tuchtprocedure die wel kan leiden tot ontslag. Maar de procedure op zich is niet punitief. 'Soms is dat wel de verwachting van de melder, wat ontevredenheid kan verklaren’, zegt Droshout. Wie het niet eens is met de uitkomst, kan wel nog een tweede advies inwinnen bij de Vlaamse Commissie voor Wetenschappelijke Integriteit die opereert onder de koepel van de Koninklijke Academie, of een procedure opstarten via gerechtelijke weg.

Dit dus met als gevolg dat sommige onderzoekers tal van publicaties in toptijdschriften halen, waardoor zij weer meer kans maakten op de jackpot bij de verdeling van werkingsmiddelen

Concurrentievervalsing

Desondanks blijft integer handelen niet altijd vanzelfsprekend. Een belangrijke oorzaak daarvan is - surprise surprise - de publicatiedruk waar veel onderzoekers onder lijden. Wie bijvoorbeeld als peer reviewer een project of artikel negatief scoort, maakt meer kans om zelf middelen binnen te halen voor een gelijkaardige aanvraag. Anderzijds leidt (vermeend) co-auteurschap tot heel wat discussie, meer bepaald of een naam al dan niet vermeld moet worden en waar in de hiërarchie van vermeldingen die dan juist moet staan.

Vroeger was het bijvoorbeeld perfect normaal dat de financierder van een labo, hoewel deze zelf niet substantieel had bijgedragen aan het artikel, vermeld werd als een van de auteurs. Dit dus met als gevolg dat sommige onderzoekers tal van publicaties in toptijdschriften halen, waardoor zij weer meer kans maakten op de jackpot bij de verdeling van werkingsmiddelen. Zulke praktijken worden nu in vraag gesteld.

Integer handelen is daarom ook een evolutief begrip. ‘Zaken die we vroeger deden zonder ons van enig kwaad bewust te zijn, zouden nu not done zijn’, stelt Debyser over die evolutie. ‘Door die grote fraudegevallen is men veel strenger geworden, ook voor zichzelf. Ik heb er dus wel vertrouwen in dat het beter wordt en dat de waarheid uiteindelijk bovendrijft.’